Verzwaard risico: sectoraanpak stimuleert preventie arbeidsongevallen (art. 32-33 DB Sociaal)

Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken

Ondernemingen met een hoger risico op arbeidsongevallen moeten een forfaitaire bijdrage betalen omdat ze het niet zo nauw nemen met arbeidsongevallenpreventie, in vergelijking met andere ondernemingen van dezelfde sector.

Het uitgangspunt voor die forfaitaire preventiecontributie is en blijft de omschrijving in de Arbeidsongevallenwet. Maar de manier van werken wordt bijgestuurd om preventie te stimuleren.

Minimum

Het verzekerd risico is een ‘onevenredig verzwaard risico’ wanneer, met uitsluiting van het risico voor de ongevallen op de weg naar of van het werk, gedurende de observatieperiode de frequentie en de ernst van de ongevallen de grens overschrijden.

De praktische uitwerking komt aan bod in een uitvoeringsbesluit, maar die frequentie en ernst mogen sowieso niet minder bedragen dan drie keer de gemiddelde ernst en frequentie, zo blijkt uit de Arbeidsongevallenwet. Dat veelvoud ten opzichte van de eigen activiteitensector wordt nu verlaagd van ‘driemaal’ naar ‘tweemaal’ (minimaal cijfer).
Uit het bijhorend verslag blijkt dat het de bedoeling is om jaarlijks terug effectief 200 ondernemingen te kunnen selecteren.

Preventiedienst

Daarbij aansluitend wordt de opvolging van de ondernemingen met een verzwaard risico ook mogelijk gemaakt voor instellingen die worden aangewezen door het paritair comité.

Fedris stelt het verzwaarde risico vast en brengt dit ter kennis van de betrokken preventiedienst. Dat is de preventiedienst van de verzekeringsonderneming, tenzij, na akkoord van het beheerscomité voor de arbeidsongevallen, een preventie-instituut hiermee belast werd voor de werkgevers op grond van hun hoofdactiviteit. De preventiedienst int onmiddellijk en zonder tussenpersoon de preventiecontributie.

Een KB zal de voorwaarden bepalen waaronder een preventie-instituut kan worden aangesteld voor de werkgevers die behoren tot het ressort van hetzelfde paritair comité.

Betaling

De betaling van de forfaitaire preventiecontributie wordt voortaan gekoppeld aan een precieze datum. De werkgever die de contributie niet gestort heeft voor 1 februari van het jaar dat volgt op de vaststelling, is een opslag (maximum 10%) en een verwijlintrest (wettelijke rentevoet) verschuldigd, zo blijkt uit de verzamelwet die de aanpassingen doorvoert.

Tot slot noteren we een paar technische aanpassingen die de wetgeving afstemmen op de opheffing van de verzekeringswet van 1992.

Bron: Wet van 21 december 2018 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken, BS 17 januari 2019 (art. 32-33 DB Sociaal)
Steven Bellemans
  68