Verplichte ingebrekestelling vóór RSZ-dwangbevel

Wet tot uitvoering van het ontwerp van interprofessioneel akkoord 2019-2020

De RSZ kiest meer en meer voor het dwangbevel om sociale schulden in te vorderen. In plaats van de complexere gerechtelijke procedure. De RSZ is voortaan wel verplicht om de schuldenaar in gebreke te stellen voor ze een dwangbevel kan uitvaardigen. Om er zeker van te zijn dat de schulden niet betwist worden. Daarnaast kan de schuldenaar ook eenvoudiger verzet aantekenen tegen een dwangbevel.

Voorafgaande procedure bij dwangbevel

Vooraleer de RSZ gaat invorderen via dwangbevel (of overgaat tot gerechtelijke invordering) stuurt ze – aangetekend of elektronisch - nog een laatste ingebrekestelling naar de schuldenaar. Met daarin een boekhoudkundige verantwoording van de ingevorderde bedragen.

De RSZ kan de schulden bij dwangbevel invorderen als de schuldenaar binnen de maand na de ingebrekestelling de schulden niet betwist of geen afbetalingstermijn vraagt en krijgt. Dit moet trouwens uitdrukkelijk en op straffe van nietigheid in de ingebrekestelling staan.

De ingebrekestelling vermeldt ook:
  • de mogelijkheid om de schuldvordering te betwisten en hoe dat te doen;
  • de mogelijkheid om afbetalingstermijnen te vragen.

Staat de RSZ afbetalingstermijnen toe, dan is er in principe geen dwangbevel of gerechtelijke vervolging mogelijk. Maar alleen zolang de afbetalingstermijnen strikt worden nageleefd.

Verzet tegen dwangbevel

Schuldenaars kunnen bij de arbeidsrechtbank verzet aantekenen tegen het dwangbevel. Niet alleen via dagvaarding van de RSZ bij deurwaardersexploot, maar nu ook via een verzoekschrift op tegenspraak. Ze krijgen voor hun verzet ook meer tijd: één maand vanaf de betekening van het dwangbevel. Tot nu moest het verzet gebeuren binnen 15 dagen.

Inwerkingtreding

De nieuwe regels zijn in werking getreden op 17 juni 2019.

Bron: Wet van 26 mei 2019 tot uitvoering van het ontwerp van interprofessioneel akkoord 2019-2020, BS 17 juni 2019 (art. 8 en 9)
Zie ook:
RSZ-wet (art. 40)
GwH 4 april 2019, nr. 49/2019
Ilse Vogelaere
  27