Verplicht verval recht tot sturen voor voetganger schendt Grondwet

Wet betreffende de politie over het wegverkeer

Op basis van artikel 38 §7 van de Wegverkeerswet is een rechter niet verplicht om het verval van het recht tot sturen uit te spreken als de overtreding werd begaan met een voertuig dat niet in aanmerking komt voor de vervallenverklaring, zoals een fiets. De verplichting blijft echter wel bestaan wanneer de overtreding werd begaan zonder voertuig. “Een verschil in behandeling tussen twee gelijkaardige categorieën weggebruikers”, aldus het Grondwettelijk Hof in zijn arrest 129/2018. Artikel 38 §7 van de Wegverkeerswet schendt dan ook artikels 10 en 11 van de Grondwet in zoverre het niet van toepassing is wanneer de overtreding werd begaan door een voetganger. Het Hof wil dan ook dat de wetgever de nodige stappen zet om een einde te maken aan de schending.

De situatie werd begin 2018 door de Politierechtbank Antwerpen, afdeling Mechelen, aangekaart bij het Grondwettelijk Hof via een prejudiciële vraag. De rechtbank moest zich buigen over een dossier waarin de beklaagde werd vervolgd omdat hij als voetganger aan een kruispunt een stopbevel van een bevoegd persoon had genegeerd.

Deze overtreding verplicht de rechter op basis van artikel 38 van de Wegverkeerswet om in geval van recidive het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig uit te spreken en het herstel van het recht tot sturen afhankelijk te maken van het slagen voor een theoretisch en praktisch examen en een geneeskundige en psychologisch onderzoek.

Deze regel werd in 2017 echter versoepeld. Sindsdien is een rechter niet langer verplicht om het verval van recht tot sturen uit te spreken en het herstel van het recht tot sturen afhankelijk te maken van examens of onderzoeken wanneer de overtreding werd begaan met een voertuig dat niet in aanmerking komt voor de vervallenverklaring (zoals een fiets). Maar de wet maakte geen gewag van voetgangers, zodat de verplichting ten aanzien van hen wel bleef bestaan.

Een situatie die volgens het Hof zorgt voor ‘een niet redelijk verantwoord verschil in behandeling tussen 2 gelijkaardige categorieën weggebruikers’. Artikel 38 §7 van de Wegverkeerswet schendt bijgevolg art. 10 en 11 van de Grondwet in zoverre het niet van toepassing is wanneer de overtreding werd begaan door een voetganger. De wetgever moet nu de nodige stappen zetten om een einde te maken aan de schending. Wordt dus vervolgd…

Zie ook
Wegverkeerswet (artikel 38)
Laure Lemmens
Wolters Kluwer
  48