Vernieuwde kunstenaarscommissie kan aan de slag

De wettelijke basis voor de oprichting van de Commissie Kunstenaars dateert al van 2002, maar een verzamelwet van 20 juli 2015 heeft pas voor rechtszekerheid gezorgd. Nu wordt de organisatie van de commissie verder uitgewerkt.

De kunstenaar die een kunstenaarskaart voorlegt, moet een ‘overzicht van zijn prestaties’ geven. Maar de bevoegde minister moet nog omschrijven hoe dat overzicht er precies zal uitzien.

Kunstenaarscommissie

De wet van 20 juli 2015 bepaalt dat de Commissie Kunstenaars wordt opgericht binnen de FOD Sociale Zekerheid. Daarnaast heeft de wetgever de definitie van artistieke prestaties uit de werkloosheidsreglementering overgenomen in artikel 1bis van de RSZ-wet.

Onder ‘het leveren van artistieke prestaties en/of het produceren van artistieke werken’ wordt verstaan: ‘de creatie en/of uitvoering of interpretatie van artistieke oeuvres in de audiovisuele en de beeldende kunsten, in de muziek, de literatuur, het spektakel, het theater en de choreografie’. De kunstenaarscommissie hanteert die definitie om de aard van de prestaties te beoordelen. De definitie geldt sinds 1 juli 2015.

Visum en kaart

Het ‘statuut 1bis’ — het kunstenaarsstatuut — is er voor prestaties of werken van artistieke aard. De artistieke aard van de prestaties of werken moet worden aangetoond met een ‘visum kunstenaar’ dat wordt afgeleverd door de kunstenaarscommissie.

Er bestaat ook een ‘kleinevergoedingsregeling’ - met een kwalificatie als loutere onkostenvergoeding - zonder onderwerping aan de RSZ-wet. Het plafond bedraagt 100 euro per dag en 2.000 euro per jaar, met een maximum van 30 dagen per jaar en 7 opeenvolgende dagen bij dezelfde opdrachtgever. De regeling is gekoppeld aan een ‘kunstenaarskaart’, die ook wordt uitgereikt door de kunstenaarscommissie. De ‘kunstenaar’ in kwestie moet dus een kunstenaarskaart kunnen voorleggen en – dat is nieuw – een overzicht van zijn prestaties.

De minister die bevoegd is voor Sociale Zaken moet het model, de drager, de modaliteiten van bijhouden en bewaren, de inlichtingen op het prestatieoverzicht, en de termijn waarbinnen die inlichtingen erop vermeld moeten zijn, vastleggen. De Nationale Arbeidsraad (NAR) heeft in een advies heel wat opmerkingen geformuleerd.

Bij een overschrijding zijn de kunstenaar en de opdrachtgever bij wie het maximumbedrag of het maximumaantal toegelaten dagen zijn overschreden, én de opdrachtgevers die na die overschrijding een beroep doen op deze personen, aan de RSZ-wet onderworpen, en dit voor alle door hen betaalde vergoedingen aan deze personen in de loop van het jaar.

Bij het ontbreken van de kaart of het prestatieoverzicht, of bij onvolledige of valse vermeldingen daarop, kunnen de kunstenaar en de opdrachtgever geen aanspraak maken op de specifieke regeling tijdens gans het lopend kalenderjaar. De opdrachtgever wordt dan als werkgever beschouwd.

Organisatie

De commissie is samengesteld uit:

  • ambtenaren van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ), van het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) en van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA);
  • vertegenwoordigers aangeduid door de syndicale organisaties op interprofessioneel niveau, de werkgeversorganisaties en de artistieke sector.

De samenstelling van de commissie kan bij KB worden uitgebreid. Denk bijvoorbeeld aan vertegenwoordigers van de regio’s. Het KB van 27 september 2015 bepaalt dat de vertegenwoordigers van de regio’s enkel een raadgevende stem hebben, terwijl de andere leden een beraadslagende stem hebben.

De effectieve of plaatsvervangende voorzitter van de kunstenaarscommissie krijgt per bijgewoonde zitting een presentiegeld van 150 euro (te indexeren), op voorwaarde dat de zitting minstens 3 uur duurt. Hij heeft ook recht op een terugbetaling van zijn reiskosten, en wordt hierbij gelijkgesteld met ambtenaren van niveau A. De FOD Sociale Zekerheid draagt de kosten.

De administrateurs-generaal van de betrokken instellingen – RSZ, RSVZ en RVA - wijzen binnen hun instelling elk één personeelslid aan dat instaat voor de voorbereiding van de werkzaamheden van de commissie. De FOD Sociale Zekerheid is belast met het secretariaat.

De commissie beraadslaagt slechts geldig indien volgende personen aanwezig zijn:

  • de voorzitter of de plaatsvervangende voorzitter;
  • een lid van elk van de vertegenwoordigde socialezekerheidsinstellingen;
  • minstens 1 van de 3 leden aangewezen door de interprofessionele vakorganisaties;
  • minstens 1 van de 3 vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties;
  • minstens 1 van de 3 vertegenwoordigers van de artistieke sector.

De leden die de socialezekerheidsinstellingen vertegenwoordigen hebben elk 3 stemmen. De andere leden hebben maar 1 stem. De voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter hebben enkel een adviserende stem. Bij staking van stemmen wordt de beslissing als negatief beschouwd.

In werking

Het KB van 27 september 2015 treedt retroactief in werking op 1 juli 2015.

Bron:Koninklijk besluit van 27 september 2015 tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, wat betreft het statuut van de kunstenaars, en van het koninklijk besluit van 26 juni 2003 houdende de organisatie en de werking van de Commissie «Kunstenaars», BS 7 oktober 2015
Zie ook: — Wet van 20 juli 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken, BS 21 augustus 2015 (artikel 20-22 en artikel 25-26)— Programmawet (I) van 24 december 2002, BS 31 december 2002 (artikel 172)— Nationale Arbeidsraad, advies nr. 1.946 van 24 juni 2015, “Sociaal statuut van de kunstenaars - Follow-up van de adviezen nr. 1.744, nr. 1.810 en nr. 1.931 - Adviesaanvraag over een ontwerp van koninklijk besluit en een ontwerp van ministerieel besluit - Werking van de Commissie "Kunstenaars" en model van de kaart en van het visum ‘kunstenaars’”— Koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, BS 5 december 1969 (artikel 17sexies van het uitvoeringsbesluit bij de RSZ-wet) — Koninklijk besluit van 26 juni 2003 houdende de organisatie en de werking van de Commissie «Kunstenaars», BS 17 juli 2003

Steven Bellemans

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, wat betreft het statuut van de kunstenaars, en van het koninklijk besluit van 26 juni 2003 houdende de organisatie en de werking van de Commissie “Kunstenaars”

Afkondigingsdatum : 27/09/2015
Publicatiedatum : 07/10/2015

Gepubliceerd op 08-10-2015

  125