Verjaring strafvordering geschorst bij onontvankelijk verzet (art. 61 Potpourri II-wet)

De verjaring van de strafvordering is voortaan ook geschorst gedurende de behandeling van een onontvankelijk of ongedaan verklaard verzet. En dit vanaf de akte van verzet tot de beslissing die vaststelt dat het verzet onontvankelijk of ongedaan is.

Die schorsing verdwijnt als de rechter vaststelt dat het verzet niet ontvankelijk of ongedaan is.

Met die regeling wil men vermijden dat beklaagden de verzetsprocedure gaan misbruiken in de hoop dat de strafvordering door verjaring zou vervallen gedurende de behandeling van hun verzet. Iets wat regelmatig gebeurt bij korte verjaringstermijnen.

Artikel 61 van de wet van 5 februari 2016 is in werking getreden op 29 februari 2016.

Bron:Wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 19 februari 2016 (art. 61 Potpourri II-wet)
Zie ook:V.T.Sv. (art. 24)

Ilse Vogelaere

Wet tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie

Afkondigingsdatum : 05/02/2016
Publicatiedatum : 19/02/2016

Gepubliceerd op 14-04-2016

  152