Vaststellingen van adviserend geneesheer hebben bewijskracht (art. 81 DB Gezondheid)

De medische en feitelijke vaststellingen die de adviserend geneesheren van de ziekenfondsen doen bij het uitoefenen van hun controletaken, bv. bij de controle van de arbeidsongeschiktheid, krijgen bewijskracht. Tot nu werden hun vaststellingen louter beschouwd als een ‘mededeling van inlichtingen’.

Die nieuwe bewijskracht geldt tot bewijs van het tegendeel. De inspectie- en controlediensten van het Riziv mogen de vaststellingen van de adviserend geneesheren – met hun bewijswaarde – gebruiken in het kader van hun eigen wettelijke controleopdrachten. Het gaat bv. om het opsporen van de onrechtmatige samenloop van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen met het uitoefenen van een beroepsactiviteit of sluikarbeid. Door die bijzondere bewijswaarde kunnen de vaststellingen van de adviserend geneesheer doeltreffender gebruikt worden bij de opsporing van inbreuken.

Deze wijziging treedt in werking op 10 mei 2014.

Bron:Wet van 10 april 2014 houdende diverse bepalingen inzake gezondheid, BS 30 april 2014 (art. 81 DB Gezondheid)
Zie ook:GVU-wet, art. 153

Ilse Vogelaere

Wet houdende diverse bepalingen inzake gezondheid

Afkondigingsdatum : 10/04/2014
Publicatiedatum : 30/04/2014

Gepubliceerd op 15-05-2014

  96