Vanaf 2016 telt factuurdatum voor opeisbaarheid BTW

Een wet van 6 december 2015 hervormt de regels over de opeisbaarheid van de BTW. Vanaf 1 januari 2016 zal, voor transacties (andere dan intracommunautaire) tussen ondernemingen, de factuurdatum bepalen wanneer de BTW moet worden doorgestort naar de Schatkist.

Huidige regeling

Ondernemers moeten hun uitgaande handelingen opnemen in de BTW-aangifte voor de periode waarin de BTW opeisbaar is geworden. Momenteel is het tijdstip van opeisbaarheid van de BTW het moment waarop de goederen zijn geleverd of waarop de dienst is gepresteerd, tenzij er vóór dat tijdstip een vooruitbetaling is ontvangen (‘nieuwe’ regeling van 2013). De factuurdatum speelt hierbij geen rol.

Vanaf 1 januari 2016

Vanaf 1 januari 2016 zal voor transacties (andere dan intracommunautaire) tussen ondernemingen, de factuurdatum bepalen wanneer de BTW moet worden doorgestort naar de Schatkist. Tenzij er een voorschot wordt ontvangen, zal de BTW pas opeisbaar worden bij het uitreiken van de factuur.

Wordt de factuur niet op tijd uitgereikt, dan zal de BTW opeisbaar worden bij het verstrijken van de uitreikingstermijn van de factuur. Dat is op de 15de dag van de maand die volgt op de maand waarin het belastbaar feit heeft plaatsgevonden. Als de factuur al uitgereikt wordt vooraleer de goederen zijn geleverd of de dienst is verricht, dan zal de BTW al opeisbaar worden bij het uitreiken van die factuur.

Wordt er een voorschot ontvangen, dan zal de BTW vanaf 1 januari 2016 (net zoals nu) opeisbaar blijven vanaf het moment dat er een voorschot werd ontvangen vooraleer de goederen geleverd werden of de dienstprestatie is verricht.

Prestaties gefactureerd aan de overheid

De wet van 6 december 2015 bevat ook een oplossing voor ondernemingen die voor de overheid (‘publiekrechtelijke lichamen’) werken. Momenteel moeten die ondernemingen de BTW doorstorten op het moment waarop de bevoegde overheid het verschuldigde bedrag goedkeurt. Vanaf 1 januari 2016 zal de BTW pas opeisbaar zijn op het tijdstip waarop de ondernemingen de betaling (of een deel ervan) effectief van de overheid ontvangen (tenzij bij verlegging van heffing). De ondernemingen zullen de BTW dus niet meer moeten voorfinancieren.

In werking

De wet van 6 december 2015 treedt in werking op 1 januari 2016.

Ze zet de btw-richtlijn gedeeltelijk om in Belgisch recht.

Bron:Wet van 6 december 2015 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde met betrekking tot de opeisbaarheid van de belasting, BS 17 december 2015.
Zie ook: – Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde van 3 juli 1969, BS 17 juli 1969 (Btw-wetboek) (art. 17, art. 22bis en art. 53, § 2, eerste lid, 4°) – Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2016 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, PB.L. afl. 347, 11 december 2006; err., PB.L., afl. 335, 20 december 2007 (btw-richtlijn)

Christine Van Geel

Wet tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde met betrekking tot de opeisbaarheid van de belasting

Afkondigingsdatum : 06/12/2015
Publicatiedatum : 17/12/2015

Gepubliceerd op 18-12-2015

  903