Uniforme toepassing van Europees arbeidsrecht zeevarenden

De EU-richtlijnen arbeidsrecht zijn voortaan ook van toepassing op zeevarenden. Al kunnen de lidstaten in bepaalde gevallen wel nog afwijkingen toestaan. Die uitzonderingen zijn nu echter uitdrukkelijk vastgelegd. Zelf kiezen of en wanneer ze zeevarenden aan de werkingssfeer van de richtlijnen ‘Insolventie werkgever’, ‘Europese ondernemingsraad’, ‘Informatie en raadpleging’, ‘Collectief ontslag’ en ‘Overgang ondernemingen’ ontrekken, mag niet meer. Met de invoering van deze uniforme regels wil Europa niet alleen de arbeidsvoorwaarden verbeteren, de ingreep moet het beroep ook aantrekkelijker maken en zorgen dat zeevarenden in alle lidstaten op gelijke manier worden behandeld.

Uniforme regels

In principe gelden de EU-richtlijnen met betrekking tot arbeidsrecht voor alle activiteitssectoren en alle categorieën werknemers. Bepaalde groepen werknemers, zoals zeevarenden, zijn echter uitgesloten van de werkingssfeer van een aantal richtlijnen of kunnen er zonder uitdrukkelijke rechtvaardiging door de lidstaten van worden uitgesloten. Het gaat om

  • Richtlijn 2008/94 betreffende de bescherming van de werknemers bij insolventie van de werkgever (de ‘richtlijn insolventie werkgever’);
  • Richtlijn 2009/38 inzake de instelling van een Europese ondernemingsraad (de ‘richtlijn Europese ondernemingsraad’);
  • Richtlijn 2002/14 tot vaststelling van een algemeen kader betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers (de ‘richtlijn informatie en raadpleging’);
  • Richtlijn 98/59 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag (de ‘richtlijn collectief ontslag’);
  • Richtlijn 2001/23 betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen (de ‘richtlijn overgang ondernemingen’); en
  • Richtlijn 96/71 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten (de ‘richtlijn terbeschikkingstelling werknemers’).

Hoewel de meeste lidstaten amper voor de uitsluitingsoptie hebben gekozen (8 lidstaten verkozen uitsluiting zeevarenden van 1 richtlijn), zorgt de huidige regeling ervoor dat zeevarenden in Europa verschillend worden behandeld al naargelang de lidstaat. Daardoor zijn er ook ongelijke concurrentievoorwaarden. Zo zijn ondernemingen in bepaalde landen niet verplicht om de vereisten op basis van informatie en raadpleging na te komen, waar ondernemingen in andere lidstaten dat wel moeten.

Europa wil die ongelijkheid wegwerken en bepaalt nu zelf in welke mate er afwijkingen op het Europees arbeidsrecht gelden voor zeevarenden. Die uniformiteit moet de job ook aantrekkelijker maken. Het aantal EU-zeevarenden neemt immers jaar na jaar af, onder meer omdat door de wirwar aan regels de indruk wordt gewekt dat ze minder goede bescherming genieten dan andere werknemers.

Uitsluitingsclausules geschrapt, afwijkingen mogelijk

Via Richtlijn 2015/1794 worden 5 van de 6 richtlijnen gewijzigd: de richtlijnen ‘Insolventie werkgever’, ‘Europese ondernemingsraad’, ‘Informatie en raadpleging’, ‘Collectief ontslag’ en ‘Overgang ondernemingen’.

Belangrijk daarbij is dat zowel in de richtlijnen ‘Europese ondernemingsraad’ en ‘informatie en raadpleging’ als de richtlijnen ‘Collectief ontslag en ‘Overgang ondernemingen’ een onvoorwaardelijk recht op informatie en raadpleging voor zeevarenden erkend. Afwijkingen op dit recht zijn niet langer toegestaan. Procedures voor informatieverstrekking aan en raadpleging van werknemers dragen immers bij tot verbetering van het ondernemingsbestuur en tot vermindering van de negatieve gevolgen van plotselinge herstructureringen.

Volgende wijzigingen worden doorgevoerd:

  • Richtlijn ‘Insolventie werkgever’: de richtlijn wordt aangepast zodat het niet langer mogelijk is om deelvissers uit te sluiten van de werkingssfeer van de richtlijn;
  • Richtlijn ‘Europese ondernemingsraad’: de bepalingen van de richtlijn zijn voortaan van toepassing op varend personeel in de koopvaardij;
  • Richtlijn ‘Informatie en raadpleging’: de lidstaten mogen niet meer afwijken van deze richtlijn voor de bemanning van zeeschepen die op volle zee varen;
  • Richtlijn ‘Collectief ontslag’: bemanning van zeeschepen valt voortaan binnen de werkingssfeer van de richtlijn. Wanneer het plan voor collectief ontslag de leden van de bemanning van een zeeschip betreft, moet de bevoegde instantie van de staat waarvan het schip de vlag voert wel op de hoogte worden gebracht;
  • Richtlijn ‘Overgang ondernemingen’: deze richtlijn is voortaan van toepassing op de overgang van een zeeschip als onderdeel van de overgang van een onderneming, vestiging of onderdeel van een onderneming of vestiging, op voorwaarde dat de verkrijger onder de territoriale werkingssfeer van het verdrag valt of dat de overgegane onderneming, vestiging of onderdeel van een onderneming of vestiging onder die werkingssfeer blijft. Deze richtlijn geldt niet wanneer de overgang uitsluitend één of meer zeeschepen betreft.

Deadline 10 oktober 2017

De richtlijn treedt in werking op 9 oktober 2015, de dag na publicatie in het Europees Publicatieblad. Maar de lidstaten krijgen 2 jaar de tijd om de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke aanpassingen te doen. Ze moeten uiterlijk op 10 oktober 2017 aan de nieuwe regels voldoen.

Bron:Richtlijn (EU) 2015/1794 van het Europees Parlement en de Raad van 6 oktober 2015 tot wijziging van de Richtlijnen 2008/94/EG, 2009/38/EG en 2002/14/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Richtlijnen 98/59/EG en 2001/23/EG van de Raad wat zeevarenden betreft, Pb.L. 8 oktober 2015, afl. L263/4.

Laure Lemmens

Richtlijn (EU) nr. 2015/1794 van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Richtlijnen 2008/94/EG, 2009/38/EG en 2002/14/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Richtlijnen 98/59/EG en 2001/23/EG van de Raad wat zeevarenden betreft

Afkondigingsdatum : 06/10/2015
Publicatiedatum : 08/10/2015

Gepubliceerd op 09-10-2015

  154