Uniforme regels voor stelsels van alternerend leren

De wetgever heeft onlangs de mogelijkheid gecreëerd om binnen het kader van de RSZ-wet een generieke omschrijving voor het begrip ‘leerling’ op te stellen. Dat gebeurt in een nieuw artikel dat nu ingeschreven wordt in het uitvoeringsbesluit bij die wet.

Bedoeling is dat er uniforme regels komen voor de sociale rechten van jongeren die in een stelsel van alternerend leren zitten.

Leerling

De RSZ-wet bepaalt dat leerlingen worden gelijkgesteld met werknemers voor de toepassing van die wet. En dit begrip wordt nu verder uitgewerkt in een KB van 29 juni 2014. Het nieuwe artikel 1bis introduceert een omschrijving voor het begrip ‘leerling’.

Voor de toepassing van de RSZ-wet en het bijhorende uitvoeringsbesluit wordt namelijk verstaan onder leerling:

  • ‘elke persoon die in het kader van een alternerende opleiding door een overeenkomst verbonden is met een werkgever,
  • met uitzondering van de leerovereenkomst en van de arbeidsovereenkomst’.

Het gaat hier om een speciale leerovereenkomst voor de omscholing van mindervaliden. De jongeren die een opleiding op de werkvloer krijgen in het kader van een arbeidsovereenkomst, en gehandicapte jongeren met een omscholingsovereenkomst, vallen hier dus niet onder.

Op dit moment bestaan er verschillende formules van alternerend leren, met verschillende soorten overeenkomsten en statuten, en al dan niet met een afdoende regeling binnen de sociale zekerheid. Dat zorgt voor rechtsonzekerheid en dus kiest men nu voor een uniforme aanpak.

De generieke definitie omkadert niet alleen de bestaande formules, maar ook mogelijke toekomstige formules. Via de nieuwe omschrijving zullen de verschillende stelsels van alternerend leren getoetst worden bij de toepassing van een eenvormig statuut in de sociale zekerheid.

Alternerende opleiding

Een ‘alternerende opleiding’ is elke situatie die beantwoordt aan volgende cumulatieve voorwaarden:

1/ De opleiding bestaat uit een deel dat uitgevoerd wordt op de werkvloer, en een deel dat uitgevoerd wordt binnen of op initiatief en onder de verantwoordelijkheid van een onderwijs- of opleidingsinstelling. Deze twee onderdelen beogen samen de uitvoering van één enkel opleidingsplan, zijn daarom op elkaar afgestemd, en wisselen elkaar geregeld af.

2/ De opleiding leidt tot een beroepskwalificatie.

3/ Het deel dat uitgevoerd wordt op de werkvloer voorziet op jaarbasis in een gemiddelde arbeidsduur van minstens 20 uren per week, zonder rekening te houden met de feest- en vakantiedagen. Het deel dat uitgevoerd wordt binnen of op initiatief en onder de verantwoordelijkheid van een onderwijs- of opleidingsinstelling, omvat op jaarbasis:

  • minstens 240 lesuren voor de jongeren die onderworpen zijn aan de deeltijdse leerplicht;
  • minstens 150 lesuren voor de jongeren die niet onderworpen zijn aan de leerplicht, en waarbij het aantal uren berekend kan worden naar rato van de totale duur van de opleiding.

De lesuren waarvoor de leerling eventueel een vrijstelling krijgt van de onderwijs- of opleidingsinstelling zitten in dat pakket van 240 of 150 uren.

4/ Beide delen van de opleiding worden uitgevoerd in het kader van en worden gedekt door één enkele overeenkomst waarbij de werkgever en de leerling betrokken partij zijn. Maar de opleiding kan worden uitgevoerd in het kader van meerdere opeenvolgende overeenkomsten op voorwaarde dat:

  • de minima van de opleidingsuren binnen de onderwijs- of opleidingsinstelling de hierboven genoemde drempels bereiken; en
  • het volledige traject gegarandeerd en gecontroleerd wordt door de operator die verantwoordelijk is voor de opleiding.

5/ De overeenkomst voorziet in een financiële bezoldiging voor de leerling die ten laste is van de werkgever. Ze wordt beschouwd als loon voor de toepassing van de loonbeschermingswet.

RSZ-wet

Zoals aangegeven, wordt het toepassingsgebied van de RSZ-wet afgebakend in een bijhorend uitvoeringsbesluit. Dit betekent dat de toepassing van de basiswet zowel verruimd als beperkt wordt.

Zo bepaalt dit uitvoeringsbesluit voortaan dat de toepassing van de RSZ-wet wordt beperkt tot de regeling voor de jaarlijkse vakantie van de werknemers, wat de leerlingen betreft, en dit tot 31 december van het jaar waarin ze de leeftijd van 18 jaar bereiken. Logischerwijs is er geen sprake meer van stagiairs of jongeren met een inpassings- of opleidingsovereenkomst.

Werkloosheid

De relancewet bevat enkel wetswijzigingen die nodig zijn om binnen het socialezekerheidsstelsel te zorgen voor een uniforme behandeling van alle jongeren in eender welk stelsel van alternerend leren. Heel wat dingen moeten immers geregeld worden bij koninklijk en ministerieel besluit.

Het gaat onder andere om aanpassingen in de ziekte- en invaliditeitsverzekering en in de werkloosheidsreglementering. Dat is bijvoorbeeld al gebeurd met een KB van 1 juli 2014 dat het werkloosheidsbesluit van 25 november 1991 aangepast heeft met ingang van 1 juli 2015.

Dit betekent dat men in het werkloosheidsbesluit voortaan uitdrukkelijk verwijst naar de nieuwe omschrijvingen. Men verwijst ook naar de ‘alternerende opleiding’ in de regeling voor de inschakelingsuitkeringen. Zo wordt de jonge werknemer die een alternerende opleiding integraal en met succes heeft voleindigd, voor zover de beroepsinschakelingstijd minstens 155 dagen telt, per gewone brief opgeroepen voor een gesprek in het werkloosheidsbureau in de loop van de 5e maand beroepsinschakelingstijd. Op die manier wordt het zoekgedrag geëvalueerd.

In werking

Het KB van 29 juni 2014 treedt in werking op 1 juli 2015.

Maar er geldt een overgangsregeling. De leerlingen met een lopende leerovereenkomst die niet voldoet aan de nieuwe voorwaarden, blijven onderworpen aan de bepalingen die van toepassing waren vóór de inwerkingtreding van dit besluit, en dit tot het einde van de looptijd van de overeenkomst.

Bron:Koninklijk besluit van 29 juni 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, BS 8 augustus 2014
Zie ook: — Koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, BS 5 december 1969 (uitvoeringsbesluit bij de RSZ-wet) — Wet van 15 mei 2014 houdende uitvoering van het pact voor competitiviteit, werkgelegenheid en relance, BS 22 mei 2014 (art. 24 van de relancewet) — Koninklijk besluit van 1 juli 2014 tot wijziging van de artikelen 27, 30, 36, 37, 42, 42bis, 63, 68, 71, 94, 99, 106, 114 en 137 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, BS 25 juli 2014 — Nationale Arbeidsraad, advies nr. 1.895, ‘Voorontwerp van wet houdende uitvoering van het pact competitiviteit, werkgelegenheid en relance en de ontwerpen van uitvoeringsbesluiten’ — Nationale Arbeidsraad, advies nr. 1.770 van 25 mei 2011, “Maatregelen ter bevordering van de inschakeling van recente schoolverlaters op de arbeidsmarkt - Opvolging van advies nr. 1.702 - Alternerend leren”

Steven Bellemans

Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 27, 30, 36, 37, 42, 42bis, 63, 68, 71, 94, 99, 106, 114 en 137 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering

Afkondigingsdatum : 01/07/2014
Publicatiedatum : 25/07/2014

Gepubliceerd op 18-08-2014

  160