Uitvoeringsmodaliteiten van het nieuwe Wetboek van invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen

Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen

Het nieuwe Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, ook ‘Invorderingswetboek’ genoemd, treedt in werking op 1 januari 2020. De regering moest de uitvoeringsmaatregelen van dit Wetboek dus nog vóór het einde van het jaar aannemen. Omdat het Invorderingswetboek hoofdzakelijk een harmonisering tot stand brengt van de bestaande invorderingsprocedures, zijn de nieuwe uitvoeringsbepalingen op die procedures geënt. Hierna volgt een overzicht.

Aannemers en onderaannemers

Ter herinnering: de opdrachtgever (of aannemer) die de volledige of een deel van de prijs van de werken betaalt aan een aannemer (of een onderaannemer) die op het tijdstip van de betaling fiscale en niet-fiscale schulden heeft, moet bij de betaling 15% van het bedrag dat hij verschuldigd is, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, inhouden en storten aan de door de Koning aangewezen ambtenaar (art. 55, §§ 1 en 2 van het Invorderingswetboek).

De uitvoeringsmaatregelen van het Wetboek over de hoofdelijke aansprakelijkheid en de inhoudingsplicht voor de fiscale en niet-fiscale schulden van een aannemer of onderaannemer zijn rechtstreeks overgenomen van soortgelijke bepalingen van het KB/WIB 92 (art. 207 tot 209, die bijgevolg worden opgeheven).

Zo moet het ingehouden bedrag worden gestort aan de ontvanger van de Algemene Administratie van de Inning en de Invordering (afgekort AAII) van de FOD Financiën. De betaling van dat bedrag moet tegelijk met de betaling aan de aannemer worden uitgevoerd en uitsluitend door storting of overschrijving op de financiële rekening van de ontvanger.
Op het stortings- of overschrijvingsbewijs moeten achtereenvolgens het ondernemingsnummer, het bedrag en de datum van de factuur waarop de betaling van de inhouding betrekking heeft, en de naam van de aannemer worden vermeld. Degene die de storting moet uitvoeren, moet tegelijk met die storting of overschrijving een kopie van de facturen waarop de betaling betrekking heeft naar de ontvanger sturen.

Wanneer de opdrachtgever of de aannemer vaststelt dat hij dergelijke inhoudingen moet uitvoeren en het bedrag van de factuur die hem wordt voorgelegd hoger is dan of gelijk is aan 7.143 euro, vraagt hij zijn medecontractant om hem een attest voor te leggen dat het bedrag van zijn schuld weergeeft (art. 55, § 5, 2e lid).
Dat attest is geldig gedurende 20 dagen volgend op de uitreiking ervan door de bevoegde ontvanger.

De persoon op wiens schuldvordering het gestorte bedrag werd ingehouden kan, wanneer zijn achterstallige fiscale en niet-fiscale schulden volledig zijn aangezuiverd, bij de ontvanger een aanvraag om teruggaaf van het overschot van de gedane stortingen indienen, door middel van een formulier waarvan het model wordt vastgesteld door de leidinggevende ambtenaar van de AAII. De ontvanger maakt het overschot zo snel mogelijk en uiterlijk binnen een termijn van 2 maanden te rekenen vanaf de regelmatig ingediende aanvraag om teruggaaf over aan de aanvrager. Wanneer het gestorte bedrag geheel of gedeeltelijk wordt aangewend voor de aanzuivering van fiscale en niet-fiscale schulden, meldt de ontvanger dit binnen dezelfde termijn aan de aanvrager, met vermelding van alle gegevens over deze schulden.

Onbeperkt uitstel van invordering

De toepassingsvoorwaarden van de bepalingen van het Wetboek over het onbeperkt uitstel van invordering zijn overgenomen van de koninklijke besluiten van 25 februari 2005 (voor de inkomstenbelastingen) en van 7 juni 2007 (voor de btw), met dien verstande dat het onbeperkt uitstel van invordering voortaan kan worden toegepast op alle als fiscale of niet-fiscale schuldvorderingen verschuldigde bedragen die onder het toepassingsgebied van het Invorderingswetboek vallen. Deze twee koninklijke besluiten worden bijgevolg opgeheven.

Schaal van de administratieve geldboetes

De adviseur-generaal van de AAII (of zijn gemachtigde) kan voor elke overtreding van de bepalingen van het Wetboek en van de uitvoeringsbesluiten ervan een geldboete van 50 euro tot 1.250 euro opleggen (art. 84 van het Wetboek).

De regering stelt de schaal van die administratieve geldboetes als volgt vast:

Overtreding ten gevolge van omstandigheden onafhankelijk van de wil van de schuldenaar of medeschuldenaar
Nihil
Overtreding niet toe te schrijven aan kwade trouw of aan het opzet de betaling van de fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen te ontduiken
1e overtreding:
2e overtreding:
3e overtreding:
4e overtreding:
Volgende overtredingen:
50 euro
125 euro
250 euro
625 euro
1.250 euro
Overtreding toe te schrijven aan kwade trouw of aan het opzet de betaling van de fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen te ontduiken
1.250 euro

Inwerkingtreding

Deze uitvoeringsmaatregelen treden in werking op 1 januari 2020, d.i. op dezelfde datum als het Invorderingswetboek.

Bron: Koninklijk besluit van 20 december 2019 tot uitvoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, B.S., 24 december 2019
Zie ook
Benoît Lysy
  509