Uitvoeringsbesluiten bij fiscale wetboeken afgestemd op Invorderingswetboek

Koninklijk besluit tot wijziging of opheffing van diverse uitvoeringsbesluiten als gevolg van de invoering van het wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen

Op 1 januari 2020 treedt het ‘Invorderingswetboek’ of ‘Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen’ in werking. Vanaf dan gelden voor heel wat federale belastingen dezelfde invorderingsregels waardoor de fiscus sneller en efficiënter kan innen. Betrokken zijn de inkomstenbelastingen, de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen (incl. de verkeersbelasting behalve in Vlaams gewest), de btw, bepaalde diverse rechten en taksen (o.a. de verzekeringstaks) en het rolrecht. Maar ook de ‘bijbehoren’ van deze belastingen (zoals nalatigheidsinteresten, administratieve sancties en vervolgingskosten). De wet van 13 april 2019 tot invoering van het Invorderingswetboek heeft de invorderingsbepalingen in de betrokken fiscale wetboeken al opgeheven. Nu zorgt de federale regering ervoor dat al de uitvoeringsbesluiten bij die wetboeken worden aangepast.

Ze wijzigt

In werking: 1 januari 2020 (dezelfde datum als het Invorderingswetboek), behalve artikel 21 dat artikel 2bis van het KB van 31 maart 1936 opheft. Dat artikel heeft uitwerking vanaf 23 augustus 2019.

Bron: Koninklijk besluit van 9 december 2019 tot wijziging of opheffing van diverse uitvoeringsbesluiten als gevolg van de invoering van het wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, BS 16 december 2019.
Zie ook
Wet van 13 april 2019 tot invoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, BS 30 april 2019.
Laure Lemmens
Wolters Kluwer
  324