Uitstel voor uitbreiding wettelijke aansprakelijkheid bij kernongevalJuridische onzekerheid

De wetgever verschuift de inwerkingtreding van een aantal bepalingen van de Wet van 29 juni 2014 over de wettelijke aansprakelijkheid bij kernongevallen naar een latere datum. Die wet is sinds 1 januari 2016 van kracht, maar mocht eigenlijk pas in werking treden wanneer àlle partijen het wijzigende Protocol bij het Verdrag van Parijs van 12 februari 2004, dat de basis vormt voor de wet, hebben bekrachtigd. En dat is momenteel niet het geval. Zowel Italië als het Verenigd Koninkrijk haalden de vooropgestelde deadline van 1 januari 2016 niet. De situatie zorgt voor heel wat juridische onzekerheid bij de stakeholders (verzekeraars, operatoren en transporteurs) zowel op het niveau van de verzekerbaarheid van bepaalde risico’s als de beschikbaarheid van de aanvullende staatswaarborg. Door de wet zijn exploitanten bij kernongevallen immers niet meer alleen aansprakelijk voor schade aan personen en aan goederen (met uitsluiting van de schade aan de kerninstallatie zelf en aan de goederen op de nucleaire site), maar ook voor exploitatieverliezen, schade aan het milieu en preventieve - of herstelmaatregelen. Een aanzienlijke verruiming waardoor het voor exploitanten veel moeilijker is om een verzekeringsonderneming te vinden die de risico’s wil dekken.

Nieuwe deadline

Om de gevolgen in de sector te temperen, schuift de wetgever voor bepaalde elementen de nieuwe deadline van 1 januari 2018 naar voor (1 januari omdat de nucleaire verzekeringscontracten jaarlijks vernieuwd worden op die dag). Al kan de Koning die datum wel nog vervroegen of verder uitstellen. Maar de wet stelt uitdrukkelijk dat de vergoeding in ieder geval ten laste zal zijn van de exploitant ‘op 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin het Protocol van 12 februari 2004 tot wijziging van het Verdrag van 29 juli 1960 inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van kernenergie in werking is getreden’.Als gevolg van dit uitstel zal onder meer ‘de vergoeding van nucleaire lichamelijke letsels binnen een termijn tussen 10 en 30 jaar vanaf het kernongeval tot 1 januari 2018 (of een datum bepaald door de Koning) ten laste zijn van de Staat. Pas voor kernongevallen na die datum is de vergoeding voor rekening van de exploitanten.

Tekst verfijnd

De wettekst wordt ook hier en daar verfijnd, onder meer de automatische uitbreiding van het geografische toepassingsgebied van de wet tot slachtoffers van schade die zich bevinden in staten zonder nucleaire installatie en die geen Partij zijn bij het Verdrag van Parijs.

Interpretatie bedrag aansprakelijkheid

De wet bevat tot slot een interpretatieve bepaling die eventuele verkeerde interpretaties van het bedrag van de aansprakelijkheid van een exploitanten, dat sinds 1 januari 2012 is vastgelegd op 1,2 miljard euro, moet vermijden.

24 december 2016

De wet van 7 december 2016 treedt zelf in werking op 24 december, 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron:Wet van 7 december 2016 tot wijziging van de wet van 22 juli 1985 betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie, BS 14 december 2016.
Zie ook:
  • Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 22 juli 1985 betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie, Parl. St Kamer, nr. 54K2085/001.

Laure Lemmens

Wet tot wijziging van de wet van 22 juli 1985 betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie

Afkondigingsdatum : 07/12/2016
Publicatiedatum : 14/12/2016

Gepubliceerd op 20-12-2016

  107