Uitbetalingsinstellingen werkloosheid controleren aangifte persoonlijke en familiale toestand

De uitbetalingsinstellingen begeleiden werklozen bij hun administratieve verplichtingen, en geven hen advies over hun rechten in de werkloosheidsregeling. Het werkloosheidsbesluit van 25 november 1991 somt de opdrachten van de instellingen op.

De werkloze dient een dossier in bij een uitbetalingsinstelling naar keuze. Maar het is de instelling die het dossier doorstuurt naar de RVA en de betalingen verricht nadat de RVA een beslissing heeft genomen. Een KB van 1 juli 2014 voegt daar nu een specifieke opdracht aan toe, namelijk: ‘bij iedere indiening van een dossier betreffende volledige werkloosheid dat een aangifte van de persoonlijke en familiale toestand bevat, via consultatie van de gegevensbank van het rijksregister en de kruispuntbankregisters, nagaan of de voor de sociaal verzekerde beschikbare gegevens betreffende de nationaliteit, verblijfplaats en samenstelling van het gezin overeenstemmen met de door de sociaal verzekerde meegedeelde gegevens’.

Is er sprake van een verschil dat een invloed kan hebben op het recht op uitkeringen of op het bedrag ervan, dan moet de uitbetalingsinstelling de sociaal verzekerde contacteren met een voorstel om de aangifte te corrigeren of een nieuwe aangifte in te dienen. Stemt de sociaal verzekerde niet in met dit voorstel, dan wordt een door de sociaal verzekerde ondertekende verklaring met de motivering van de niet-instemming toegevoegd aan het dossier.

De uitkeringskaart die het recht op uitkeringen verleent, verliest haar geldigheid vanaf de dag waarop zich een wijzigende gebeurtenis heeft voorgedaan die een invloed heeft op het recht op uitkeringen of op het bedrag ervan. Maar de kaart behoudt ten aanzien van de uitbetalingsinstelling haar geldigheid voor de betalingen die zij heeft verricht vooraleer zij op de hoogte werd gebracht van de wijzigende gebeurtenis of — en dat is nieuw — hiervan op de hoogte moest zijn door ambtshalve raadpleging van het rijksregister en de kruispuntbankregisters.

Dat is een logisch gevolg van de nieuwe opdracht die men toekent aan de uitbetalingsinstellingen. De instellingen zijn ook aansprakelijk voor de betalingen van uitkeringen waarop de werkloze geen recht heeft en die ze hebben verricht met miskenning van de nieuwe verplichtingen. In dat geval kunnen ze aansprakelijk zijn voor verkeerde betalingen waaraan de werkloze zelf schuld heeft. Maar ze kunnen zich wel op de werkloze verhalen voor de ten onrechte betaalde sommen.

De aansprakelijkheid die gekoppeld is aan de nieuwe opdracht houdt bovendien in dat de verwerping van onterechte uitgaven die niet gedekt zijn door een geldige uitkeringskaart bij de verificatie van de uitkeringen definitief is. Deze uitgaven kunnen niet worden heringediend tenzij er sprake is van een nieuwe beslissing over het recht op uitkeringen.

Let wel, er is hier enkel sprake van een betaling met miskenning van de nieuwe verplichtingen indien:

  • de indiening heeft geleid tot een terugzending van het dossier door het werkloosheidsbureau omdat door de directeur de niet-naleving van het nieuwe artikel 134ter (nieuwe verplichtingen) werd vastgesteld; en
  • het werkloosheidsbureau heeft als gevolg van de toepassing van die bepaling geen uitkeringskaart afgeleverd die de betaling van de uitkeringen voor de betrokken periode toelaat.

Het KB van 1 juli 2014 treedt in werking op 25 juli 2014. Dat is 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron:Koninklijk besluit van 1 juli 2014 tot wijziging van de artikelen 24, 148 en 167 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering en tot invoeging van een artikel 134ter in hetzelfde besluit, BS 15 juli 2014

Steven Bellemans

Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 24, 148 en 167 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering en tot invoeging van een artikel 134ter in hetzelfde besluit

Afkondigingsdatum : 01/07/2014
Publicatiedatum : 15/07/2014

Gepubliceerd op 16-07-2014

  126