Successierechten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: wijziging van de draagwijdte en formulering van de rechte lijn (art. 2-8 Fiscale Hervorming Brussel 2)

De ordonnantie van 12 december 2016 ‘houdende het tweede deel van de fiscale hervorming’ wijzigt de draagwijdte en de formulering van de rechte lijn in het kader van de successierechten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Brussel wil op die manier de woordenschat in het Wetboek der successierechten vereenvoudigen en het voordeel van de tarieven uitbreiden tot nieuwe categorieën van personen. De wijzigingen zijn van toepassing op nalatenschappen die openvallen vanaf 1 januari 2017.

Partner

In de eerste plaats past de ordonnantie van 12 december 2016 verschillende bepalingen van het Wetboek der successierechten aan aan de invoering van het begrip ‘partner’.

Deze bepalingen hebben onder meer betrekking op het algemeen tarief van de successierechten (art. 48 en 48/2 W.Succ.), de gelijkstelling met een nakomeling van de erflater (art. 50 W.Succ.), de adoptie (art. 52/2 W.Succ.), de vrijstellingen (onder meer in verband met de gezinswoning) (art. 54 en 55bis W.Succ.) en de verminderingen (art. 56 W.Succ.).

De ordonnantie van 12 december 2016 voegt ook een definitie van het begrip ‘partner’ toe aan het Wetboek der successierechten.Zo is een partner:

  • de persoon die op de dag van het openvallen van de nalatenschap met de erflater gehuwd was;
  • de persoon die zich op de dag van het openvallen van de nalatenschap in de toestand van wettelijke samenwoning met de erflater bevindt.

Gelijkstelling met een nakomeling van de erflater

Ten tweede versoepelt de ordonnantie van 12 december 2016 enerzijds de voorwaarden om het tarief in rechte lijn te kunnen genieten voor het kind van de partner van de erflater en anderzijds breidt ze datzelfde voordeel uit tot de persoon die niet afstamt van de erflater (art. 50 W.Succ.).

Zo worden, voor de toepassing van het tarief in rechte lijn, met een nakomeling van de erflater gelijkgesteld:

  • het kind van zijn partner;
  • een kind van een vooroverleden partner mits de partnerrelatie nog bestond op het ogenblik van het overlijden;
  • een persoon die niet van de erflater afstamt maar die op het ogenblik van het overlijden gedurende minimaal één ononderbroken jaar bij de erflater heeft ingewoond en gedurende die tijd hoofdzakelijk van hetzij:
    • de erflater,
    • de partner van de erflater,
    • de erflater en zijn partner,
    • de erflater en andere personen;
    • de partner van de erflater en andere personen,
    de hulp en verzorging heeft gekregen die kinderen normaal van hun ouders krijgen.

De samenwoning met de erflater wordt vermoed, tot bewijs van tegendeel, indien de betrokken persoon ingeschreven is in het bevolkings- of het vreemdelingenregister op het adres van de erflater.

Voor de toepassing van hetzelfde tarief wordt de persoon die de erflater onder dezelfde voorwaarden hulp en verzorging heeft gegeven gelijkgesteld met de vader of de moeder van de erflater.

Het tarief van het recht tussen partners (voordien: tussen echtgenoten en tussen samenwonenden) is niet van toepassing, naargelang het geval, wanneer de echtgenoten uit de echt gescheiden of van tafel en bed gescheiden zijn of wanneer de wettelijke samenwoning een einde heeft genomen, tenzij de partners (voordien: de echtgenoten of de samenwonenden) gemeenschappelijke kinderen of nakomelingen hebben.

Adoptie

Ten derde verduidelijkt de ordonnantie van 12 december 2016 de voorwaarden die noodzakelijk zijn opdat er rekening gehouden wordt met de graad van verwantschap die voortvloeit uit eenvoudige adoptie (art. 52/2 W.Succ.).

Zo is het voortaan voldoende om gedurende drie achtereenvolgende jaren, in plaats van zes jaar, van de adoptant en zijn partner de hulp en verzorging gekregen te hebben die kinderen normalerwijze van hun ouders krijgen.

In werking

De wijzigingen aan het Wetboek der successierechten zijn van toepassing op nalatenschappen die openvallen vanaf 1 januari 2017.

Bron:Ordonnantie van 12 december 2016 houdende het tweede deel van de fiscale hervorming, BS 29 december 2016 (art. 2-8 en art. 39).
Zie ook:Wetboek der successierechten, BS 7 april 1936 (W.Succ.) (art. 48,art. 48/2,art. 50,art. 52/2,art. 54,art. 55bis en art. 56).

Karin Mees

Ordonnantie houdende het tweede deel van de fiscale hervorming

Afkondigingsdatum : 12/12/2016
Publicatiedatum : 29/12/2016

Gepubliceerd op 02-03-2017

  685