Strengere regels voor identificatie en registratie van paardachtigen

Op 1 januari 2016 werd de nieuwe Europese ‘Paardenpaspoortverordening’ (2015/262) van kracht. Die heeft de regels van 2009 aanzienlijk aangescherpt om de identificatie en opsporing van paardachtigen te verbeteren. Europa wil een fraudeschandaal zoals in 2013 - waarbij illegaal paardenvlees in ons voedsel werd ontdekt - immers vermijden. Iedere lidstaat moet daarom een centrale databank voor paarden oprichten met daarin onder meer gegevens waaruit blijkt of paardachtigen mogen geslacht worden voor humane consumptie. Maar er worden ook strengere eisen gesteld aan de uitgifte van paardenpaspoorten en de registratie van de dieren bij import- en export.

België heeft zijn wetgeving intussen afgestemd op de nieuwe bepalingen. Mét hier en daar een aantal nationale aanvullingen. Al zal er in de praktijk niet zo heel veel veranderen. België heeft immers al ruim 10 jaar een centrale gegevensbank voor paarden. De opgeslagen informatie wordt wel verfijnd en geüniformeerd. Gegevensuitwisseling met andere lidstaten is immers cruciaal in de strijd tegen fraude.

Verder wordt onder meer de manier waarop medische behandelingen in de databank geregistreerd worden aangepast. Dierenartsen zijn bijvoorbeeld verplicht om behandelingen die ervoor zorgen dat paardachtigen worden uitgesloten van de voedselketen binnen de 14 dagen te melden aan de databank of zelf rechtstreeks te encoderen in de databank. De medische informatie komt trouwens ook op het paspoort.

De nieuwe regels stellen nu ook uitdrukkelijk dat alle veulens, geboren op Belgisch grondgebied, voor hun eerste verjaardag én zeker voor ze definitief hun geboorteplaats verlaten, een paspoort moet krijgen met een uniek identificatienummer én geëncodeerd moeten zijn in de Belgische databank. Die regel geldt niet voor niet gespeende veulens die hun moeder of voedstermoeder vergezellen of voor veulens die bestemd zijn voor de slacht. Paardachtigen die bestemd zijn om geslacht te worden voor de leeftijd van 12 maanden die rechtstreeks worden vervoerd van hun geboortebedrijf naar een slachthuis op Belgisch grondgebied moeten immers geen paspoort krijgen. Ze moeten wel geëncodeerd zijn in de gegevensbank. Bovendien moeten ze tijdens hun verplaatsing in het bezit zijn van een identificatieattest waarop hun identificatienummer én een grafische beschrijving of foto staat. Het identificatiedossier mag nu trouwens door een identificeerder of een stamboekafgevaardigde worden ingevuld.

Voor de hele identificatie- en registratieprocedure werd trouwens nieuwe handleiding opgesteld. Rekeninghoudend met de eigenheden in de procedures voor paardachtigen uit andere EU-landen en uit derde landen.

Ons land introduceert binnenkort een nieuwe applicatie voor het beheer van de centrale gegevensbank. HorseID zit op dit moment in een opstartfase.

Het KB van 16 februari 2016 treedt in werking op 14 maart 2016, 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad. Het KB van 26 september 2013 wordt opgeheven.

Bron:Koninklijk besluit van 16 februari 2016 betreffende de identificatie en de encodering van de paardachtigen in een centrale gegevensbank, BS 4 maart 2016.

Laure Lemmens

Koninklijk besluit betreffende de identificatie en de encodering van de paardachtigen in een centrale gegevensbank

Afkondigingsdatum : 16/02/2016
Publicatiedatum : 04/03/2016

Gepubliceerd op 11-03-2016

  68