Strenge milieucriteria voor Brussels wagenpark

Het Brussels gewest wil dat de gewestelijke en lokale overheden een voorbeeldfunctie vervullen op het vlak van vervoer. En dus kondigt de regering strenge drempelecoscores af voor personenwagens en MPV’s (Multi Purpose Vehicles), moeten de overheden de voorkeur geven aan bestelwagens en vrachtwagens die aan een hogere Euronorm voldoen, en krijgen milieucriteria een vast aandeel bij de gunning van overheidsopdrachten.

Drempelecoscore voor personenwagen of MPV

Een gewestelijke of gemeentelijke overheid uit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest mag vanaf 1 augustus 2014 nog enkel personenwagens of MPV’s aankopen of leasen met een ecoscore die minstens 70 bedraagt voor een personenwagen, en minstens 63 voor een MPV.

Beide drempels worden daarna geleidelijk opgetrokken tot:

Drempelecoscore
JaarPersonenwagen (PW)MPV
20147063
201571 64
201672 65
201773 66
201874 67
20197567
20207568
20217669

Voor de meeste voertuigen betekent dit een verstrenging van het regime. Een eerder besluit had de drempelecoscore voor M1-voertuigen vastgelegd op:

  • 70, voor zeer kleine voertuigen van categorie M1 met ten hoogste 5 zitplaatsen (bestuurderszitplaats inbegrepen),
  • 62, voor de doorsnee M1’s met 6 tot 8 zitplaatsen, en
  • 56, voor M1’s met in totaal 9 zitplaatsen. En dit vanaf 2010. Het besluit bepaalde ook dat de drempelecoscore vanaf 2011 telkens met één eenheid zou stijgen.

Voor de allerkleinste M1’s had de drempelecoscore dit jaar dus al op 74 moeten liggen (71 in 2011, 72 in 2012, 73 in 2013 en 74 in 2014). In de nieuwe regeling blijft de drempelecoscore echter gehandhaafd op 70. Anderzijds stijgt de drempelecoscore voor een gewone gezinswagen ineens van een geplande 66 in 2014, naar een drempelecoscore van 70 vanaf 1 augustus 2014.

M1-voertuigen zijn voertuigen met ten minste 4 wielen, die ontworpen en gebouwd zijn voor het vervoer van passagiers, en die naast de zitplaats van de bestuurder nog ten hoogste 8 zitplaatsen hebben. Een personenwagen is hier zo’n categorie M1-voertuig, zonder de voertuigen voor speciale doeleinden. Een MPV is een categorie M1-voertuig van het AF-type, dat ontworpen en gebouwd is voor het vervoer van personen en hun bagage of goederen in één enkele ruimte.

Geen dieselwagens meer

De Brusselse overheden mogen vanaf 1 augustus 2014 géén personenwagens of MPV’s meer in gebruik nemen die uitgerust zijn met een dieselmotor.

Milieucriteria in overheidsopdrachten voor PW’s, MPV’s én minibussen

De gunningscriteria in bestekken voor overheidsopdrachten voor het verwerven of leasen van personenwagens (PW’s) , MPV’s of minibussen moeten vanaf 1 augustus 2014, milieucriteria bevatten, “zodat de voertuigen met de beste milieuprestaties gevaloriseerd worden”, aldus het nieuwe besluit. De nieuwe regeling gaat daarin veel verder dan de voorgaande, die enkel zei dat de ecoscore vermeld moest worden bij de toewijzingscriteria.

Vanaf nu moeten de milieucriteria een aandeel van minstens 30% hebben in de gunningscriteria.

De ecoscore van de voertuigen vormt een verplicht onderdeel van de milieucriteria en telt voor minstens 70% mee. Het gewicht van het voertuig en het remenergierecuperatiesysteemmaken eveneens verplicht deel uit van de milieucriteria, zodat een lager gewicht en de aanwezigheid van zo’n remenergierecuperatiesysteem gevaloriseerd kunnen worden.

Een minibus is hier een categorie M1-voertuig, dat ontworpen en gebouwd werd voor het vervoer van personen, dat bij het gebruik voor bezoldigd vervoer van personen, ten hoogste 8 zitplaatsen mag bevatten (bestuurderszitplaats niet meegerekend), en dat eenzelfde carrosserie heeft als een bestelwagen of autobus.

Ecoscore?

De ecoscore van een voertuig vind je in principe op www.ecoscore.be.

Als deze website geen ecoscore bevat voor een bepaald voertuigtype, moet de ecoscore berekend worden met de rekenmodule die we op dezelfde site terugvinden. Brussels specificeert dat de emissie- en verbruikswaarden in dat geval moeten worden overgenomen van het conformiteitscertificaat van het voertuig (COC). Als bepaalde waarden ontbreken, moeten de limietwaarden van de overeenstemmende Euronorm ingevuld worden.

Niet voor Rudi Vervoort en zijn ministers

De verplichting om een drempelecoscore van minstens 70 (PW) te behalen vanaf 1 augustus 2014, en het verbod om een dieselwagen aan te schaffen gelden niet voor de voertuigen van de Gewestministers, “gezien het specifieke gebruik” van de ministeriële voertuigen, ”met name vertegenwoordiging”…

Voor de luxewagens van de ministers volstaat een drempelecoscore van 68. De verplichting om een vast aandeel milieucriteria op te nemen in de gunningscriteria bij het uitschrijven van een overheidsopdracht voor ministeriële voertuigen, blijft wel van toepassing.

Minstens 25% elektrische personenwagens

Vanaf 1 januari 2015 (niet 1 augustus 2014) zijn de gewestelijke en lokale overheden verplicht om bij de aankoop of leasing van nieuwe personenwagens voor een minimumaandeel elektrische wagens te kiezen. Dat aandeel bedraagt minstens 25% per periode van 3 jaar, voor de gewestelijke overheden. En minstens 15% per periode van 3 jaar, voor de lokale overheden; dus voor de gemeenten, intercommunales en OCMW’s.

Bij inkrimping van het wagenpark mag elke personenwagen die wegvalt, meegeteld worden voor één elektrische wagen.

De percentages van 25% en 15% worden vanaf 2020 opgetrokken naar minstens 40% elektrische wagens op gewestelijk vlak, en minstens 25% op lokaal niveau.

Elke elektrische wagen moet bovendien voor 100% op groene energie rijden.

De overheden kunnen een afwijking vragen op de verplichting om een minimumaandeel elektrische wagens aan te schaffen als zij kunnen bewijzen dat de elektrische wagens die op de markt zijn, niet beantwoorden aan de specifieke vereisten van de dienst.

Euronorm voor bestel- én vrachtwagens

In tegenstelling tot de vroegere regeling, bevat de nieuwe regeling geen drempelecoscore meer voor voertuigen van categorie N1. Dus voor voertuigen tot 3,5 ton, die in de eerste plaats bestemd zijn voor het vervoer van goederen. De nieuwe regeling verwijst alleen nog naar de Euronorm. Anderzijds geldt de nieuwe regeling ook voor het zwaar verkeer, dus voor voertuigen van meer dan 3,5 ton.

Elke bestelwagen of vrachtwagen die door een Brusselse gewestelijke of lokale overheid vanaf 1 augustus 2014 wordt aangekocht of geleased, moet – uiteraard – voldoen aan de geldende Euronorm. Maar als er een geschikt voertuig op de markt komt dat al voldoet aan de vereisten van een hogere Euronorm, moet de overheid de voorkeur geven aan het voertuig dat voorop loopt op de Europese vereisten.

De overheid kan daarvan alleen afwijken als de totale prijs van aankoop of leasing én het geschatte brandstofverbruik met de heffingen over een levensduur van 5 jaar, hoger is bij het voertuig dat vroegtijdig voldoet aan de hogere Euronorm, dan bij een voertuig dat voldoet aan de huidige Euronorm.

Een bestelwagen is volgens dit besluit een categorie N1-voertuig; dus een voertuig dat ontworpen en gebouwd werd voor het vervoer van goederen met een maximummassa van 3,5 ton. Een vrachtwagen is een categorie N2- of N3-voertuig; dus een voertuig dat ontworpen en gebouwd werd voor het vervoer van goederen en dat een maximummassa heeft van meer dan 3,5 ton.

Milieucriteria in overheidsopdrachten voor bestelwagens en vrachtwagens

De gunningscriteria in overheidsopdrachtenbestekken voor het verwerven of leasen van bestelwagens of vrachtwagens moeten eveneens milieucriteria bevatten, zodat ook hier de voertuigen met de beste milieuprestaties gevaloriseerd kunnen worden.

De milieucriteria hebben een aandeel van minstens 30% in de gunningscriteria. Tenzij het zou gaan om voertuigen die specifiek voor de uitvoering van openbaredienstopdrachten werden ontworpen. Maar ook dan moeten de milieucriteria voor minstens 25% meespelen bij de gunning.

Binnen de milieucriteria tellen de volgende aspecten voor exact 70% mee:

  • de massa van het voertuig (zo laag mogelijk);
  • de aanwezigheid van een remenergierecuperatiesysteem; en
  • het vervroegd voldoen aan een hogere Euronorm.

De volgende aspecten tellen mee voor 30%:

  • het energieverbruik;
  • de CO2-uitstoot; en
  • de uitstoot van stikstofoxiden (NOx), niet-methaan-koolwaterstoffen, en fijne stofdeeltjes (PM10).

Gedetailleerd jaarrapport

De Brusselse overheden moeten elk jaar verslag uitbrengen over de samenstelling van hun wagenpark, het aandeel hernieuwbare energie dat door die voertuigen verbruikt werd, en de wijze waarop de overheden milieucriteria opnamen in hun bestekken. Het besluit bevat in bijlage een nieuw model van verslag.

Extra info in bedrijfsvervoerplan

Elke instelling van publiek of privaat recht met meer dan 100 personeelsleden op eenzelfde site in het Brussels gewest is verplicht om een bedrijfsvervoerplan op te stellen. Het bedrijfsvervoerplan moet om de 3 jaar bijgewerkt worden.

De Brusselse gewestelijke en lokale overheden zijn vanaf nu verplicht om extra informatie op te nemen in die bedrijfsvervoerplannen. Zoals info over:

  • de samenstelling en het gebruik van het wagenpark;
  • de verbetering van de milieuprestaties van hun wagenpark;
  • een vermindering van het aantal afgelegde kilometers voor dienstverplaatsingen;
  • een inkrimping van het wagenpark; en
  • de vervanging van een deel van het wagenpark door fietsen, elektrische fietsen of elektrische wagens.

Het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing (BWLKE) laat toe om een aantal verplichte acties uit de bedrijfsvervoerplannen ook van toepassing te maken op overheden met minder dan 100 werknemers, maar de regering maakt geen gebruik van die mogelijkheid.

De overheden bezorgen hun bedrijfsvervoerplannen aan het Brussels Instituut voor Milieubeheer, die de plannen kan bijsturen en de uitvoering ervan kan opvolgen.

Vanaf 1 augustus 2014

De meeste bepalingen van het besluit van 15 mei 2014 treden 10 dagen na publicatie in werking. Dat is op 1 augustus 2014. De oude regeling wordt van dan af opgeheven, maar blijft van toepassing op de overheidsopdrachten die vóór 1 augustus gepubliceerd werden.

Bron:Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 mei 2014 betreffende het voorbeeldgedrag van de overheden inzake vervoer en ter wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 7 april 2011 betreffende de bedrijfsvervoerplannen, BS 22 juli 2014.
Zie ook:

Carine Govaert

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende het voorbeeldgedrag van de overheden inzake vervoer en ter wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 7 april 2011 betreffende de bedrijfsvervoerplannen

Afkondigingsdatum : 15/05/2014
Publicatiedatum : 22/07/2014

Gepubliceerd op 24-07-2014

  108