Strafuitvoeringsrechter beslist voortaan over vrijlating doodzieke gevangene

De ‘voorlopige invrijheidstelling om medische redenen’ is voortaan een exclusieve bevoegdheid van de strafuitvoeringsrechter. Alleen hij kan beslissen om gedetineerden die ‘zich in de terminale fase van een ongeneeslijke ziekte bevinden’ of ‘zich in een gezondheidstoestand bevinden die onverenigbaar is met hun detentie’ vrij te laten.

Sinds 12 januari 2015 is de procedure uit de Strafuitvoeringswet van 2006 van toepassing. De materie behoort daardoor niet meer tot de uitvoerende macht, de minister van Justitie is niet langer aan zet.

Advies gevangenisdirecteur én medisch advies

De strafuitvoeringsrechter kan een voorlopige invrijheidstelling om medische redenen alleen toekennen wanneer de gevangene (of zijn vertegenwoordiger) daarvoor een schriftelijk verzoek heeft ingediend. De gevangene kan daarvoor terecht op de griffie van de gevangenis. Die stuurt het op haar beurt door naar de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank. De gevangenisdirecteur ontvangt een afschrift.

De strafuitvoeringsrechter zal binnen de 7 dagen na indiening van het verzoek een beslissing nemen. Hij doet dat op basis van het advies van de gevangenisdirecteur. Bij dat advies wordt ook de mening gevoegd van de behandelende geneesheer, van de leidende ambtenaar-geneesheer van de Penitentiaire Gezondheidsdienst en eventueel van de door de veroordeelde gekozen geneesheer.

Ook het openbaar ministerie maakt een advies op voor de strafuitvoeringsrechter. De veroordeelde en de gevangenisdirecteur krijgen hier een afschrift van.

De veroordeelde wordt binnen de 24 uur per gerechtsbrief op de hoogte gebracht van de beslissing van de strafuitvoeringsrechter. Ook het openbaar ministerie en de gevangenisdirecteur krijgen een schriftelijk bericht. Daarnaast wordt ook het slachtoffer ingelicht. Dat gebeurt zo snel mogelijk via het ‘snelst mogelijke, schriftelijke communicatiemiddel’. De wetgever legt hier een maximumtermijn op van 24 uur.

Beperkingen en voorwaarden

De maatregel is gebonden aan een aantal beperkingen. De strafuitvoeringsrechter kan geen voorlopige invrijheidstelling om medische redenen toekennen als er een risico bestaat dat de betrokkene ernstige strafbare feiten zou plegen, geen opvang of woonst zou hebben of de slachtoffers zou lastigvallen.

Bovendien moet de veroordeelde (of zijn vertegenwoordiger) instemmen met de voorwaarden die aan de maatregel worden verbonden. In eerste instantie de algemene voorwaarde om geen nieuwe strafbare feiten te plegen. In tweede instantie de eventuele bijzondere voorwaarden.

Terug naar de gevangenis

De strafuitvoeringsrechter kan de voorlopige invrijheidstelling herroepen wanneer strafbare feiten zijn gepleegd, de bijzondere voorwaarden niet zijn nageleefd of wanneer de medische redenen die aan de basis liggen van de maatregel niet meer aanwezig zijn. De strafuitvoeringsrechter kan dit laatste op elk moment laten onderzoeken door een wetsgeneesheer.

Wordt de maatregel herroepen, dan wordt de betrokkene onmiddellijk terug opgesloten in de gevangenis.

Het openbaar minister kan de zaak, met het oog op herroeping, bij de strafuitvoeringsrechter aanhangig maken. De veroordeelde wordt minstens 10 dagen voor de datum van de behandeling van het dossier per gerechtsbrief opgeroepen voor de zitting. De gevangene en zijn raadsman krijgen minstens 4 dagen op voorhand de tijd om het dossier in te kijken. De strafuitvoeringsrechtbank hoor zowel de veroordeelde en zijn raadsman als het openbaar ministerie. En eventuele andere personen. Een beslissing over de herroeping volgt binnen de 15 dagen na de debatten. Ook over dit vonnis wordt de veroordeelde per gerechtsbrief ingelicht. Het openbaar ministerie, de gevangenisdirecteur én het slachtoffer worden schriftelijk ingelicht. Een melding wordt ook opgestuurd naar de korpschef van de lokale politie van de gemeente waar de veroordeelde zich zal vestigen, de nationale gegevensbank en zo nodig naar de directeur van het justitiehuis van het gerechtelijk arrondissement waarin de veroordeelde zijn verblijfplaats heeft.

Voorlopige aanhouding

De procureur des Koning kan de voorlopige aanhouding van de veroordeelde bevelen wanneer die een derde in gevaar brengt. Hij brengt de strafuitvoeringsrechter onmiddellijk op de hoogte van deze beslissing. De rechter gaat in dat geval na of de voorlopige invrijheidstelling nog kan worden verdergezet. Hij neemt die beslissing binnen de 7 werkdagen die volgen op de opsluiting van de betrokkene. Ook in deze procedure worden de veroordeelde, zijn raadsman en het openbaar ministerie gehoord. De rechter kan ook beslissen nog andere personen te horen.

Definitief in vrijheid gesteld

Wordt de maatregel niet herroepen, dan wordt de veroordeelde definitief in vrijheid gesteld na het verstrijken van het nog resterende gedeelte van de vrijheidsstraffen. Bij een veroordeling tot een levenslange gevangenisstraf wordt geacht dat het resterende gedeelte 10 jaar bedraagt. De verjaring van de straf loopt niet tijdens de voorlopige invrijheidstelling om medische redenen.

12 januari 2015

Artikels 72 tot en met 80 van de Strafuitvoeringswet van 17 mei 2006 zijn op 12 januari 2015 in werking getreden. Dat is de dag waarop ook het KB van 30 december 2014 in werking is getreden, de dag van publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron:Koninklijk besluit van 30 december 2014 tot inwerkingtreding van de artikelen 72 tot en met 80 van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, BS 12 januari 2015.

Laure Lemmens

Koninklijk besluit tot inwerkingtreding van de artikelen 72 tot en met 80 van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten

Afkondigingsdatum : 30/12/2014
Publicatiedatum : 12/01/2015

Gepubliceerd op 15-01-2015

  310