Strafuitvoeringsrechtbanken uiterlijk vanaf april 2021 bevoegd voor korte straffen (art. 100-103 DB Justitie)

Wet houdende diverse dringende bepalingen inzake justitie

De wetgever besliste in mei 2019 om de strafuitvoeringsrechtbanken de bevoegdheid te verlenen voor de uitvoering van ‘korte’ gevangenisstraffen met een uitvoerbaar gedeelte van maximaal drie jaar. Om de gerechtelijke instanties voldoende tijd te geven om zich te organiseren moest deze overgang uiterlijk op 1 oktober 2020 operationeel zijn. Om rekening te houden met de COVID-19-coronaviruscrisis wordt die einddatum nu met zes maanden verschoven.

Concreet moet iedereen die tot meer dan 18 maanden detentie is veroordeeld naar de gevangenis. Nadat de gedetineerde een derde van zijn straf heeft uitgezeten, kan hij vervroegde vrijlating vragen. Zes maanden vóór zijn eventuele vervroegde vrijlating kan hij de rechter vragen om de rest van zijn straf met een elektronische enkelband of in beperkte detentie uit te zitten. Al deze beslissingen zullen in dossiers met betrekking tot een korte gevangenisstraf onder de bevoegdheid van de strafuitvoeringsrechter vallen.

De wetgever legt uit dat de COVID-19-pandemie de voorbereidingen van deze bevoegdheidsoverdracht hebben onderbroken en dat het nodig is om de einddatum voor de inwerkingtreding ervan uit te stellen om de voorbereidingen optimaal te kunnen afronden. Bovendien zal dit het gewone regime in de gevangenis de tijd geven om na de pandemie te hervatten en vermijden dat het gevangeniswezen wordt overbelast met nieuwe bepalingen die ook een invloed hebben op de instroom en uitstroom in de gevangenis.

De bevoegdheidsoverdracht aan de Strafuitvoeringsrechtbanken moet bijgevolg uiterlijk tegen 1 april 2021 gebeuren.

De wetgever loopt vooruit op de noodzaak om overtallige benoemingen of aanwervingen mogelijk te maken van griffiers, secretarissen en assistenten om een rechter bij de strafuitvoeringsrechtbank of een substituut van de procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoering te assisteren.

Wegens de bevoegdheidsoverdracht naar de Strafuitvoeringsrechtbank is het immers nodig om nieuwe rechters bij de Strafuitvoeringsrechtbank en substituten van de procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoering aan te stellen. Het Gerechtelijk Wetboek bepaalt nu al dat de in dit kader aangestelde magistraten desgevallend overtallig kunnen worden vervangen. Die bijkomende magistraten zullen eveneens moeten worden bijgestaan door personeel dat niet langer zijn andere taken op zich zal kunnen nemen en dat bijgevolg moet kunnen worden vervangen. De vervanging van het personeel door personeelsleden onder arbeidsovereenkomst en de mogelijkheid om tot indienstnemingen over te gaan bovenop de personeelsformatie, worden dus in de wet verankerd.

Deze verschillende maatregelen treden in werking op 17 augustus 2020.

Zie ook
Wet van 5 mei 2019 tot wijziging van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten tot aanpassing van de procedure voor de strafuitvoeringsrechter voor de vrijheidsstraffen van drie jaar of minder, BS 14 juni 2019
Benoît Lysy
  156