Statuut voor ‘openbare startersfondsen’ en voor ‘private startersprivaks’

Een KB van 5 maart 2017 voert twee nieuwe statuten in van alternatieve instelling voor collectieve belegging (afgekort: AICB): één voor ‘openbare startersfondsen’ en één voor ‘private startersprivaks’. Beide beleggen specifiek in aandelen van jonge ondernemingen (start-ups).

Openbare startersfondsen zijn AICB's die openstaan voor retailbeleggers en waarvan de rechten van deelneming aan het publiek in België mogen worden aangeboden. Zij staan onder het toezicht van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA). Aangezien deze AICB’s actief zullen zijn op een specifieke markt, heeft de wetgever een uitzonderingsregeling uitgewerkt. Die regeling is van toepassing voor zover de activa die de betrokken beheerder beheert, niet uitkomen boven de drempel van 500.000.000 euro en die beheerder geen andere openbare AICB's dan openbare startersfondsen beheert.

De openbare startersfondsen moeten opgericht zijn in de vorm van een beleggingsvennootschap met een vast aantal rechten van deelneming; zij mogen dus niet opgericht zijn in de vorm van een gemeenschappelijk beleggingsfonds.

De openbare startersfondsen worden geviseerd in artikel 145(26) § 1, eerste lid, c) van het WIB 1992. Wie instapt in het kapitaal van een startende onderneming kan sinds het aj. 2016 genieten van een belastingvermindering. Die bedraagt 30% voor wie investeert in een kleine vennootschap en 45% voor wie investeert in een micro-onderneming. Ook particulieren die instappen in een startersfonds kunnen van deze belastingvermindering genieten. Het fiscale voordeel wordt slechts toegekend tot een aandelenparticipatie van 100.000 euro per belastingplichtige en per jaar. De belastingvermindering is expliciet gekoppeld aan de betaling in geld voor nieuwe aandelen op naam van de startende onderneming die worden uitgegeven vanaf 1 juli 2015. Ze is slechts definitief verworven als de investeerder de aandelen 4 jaar in portefeuille houdt. Een bedrijfsleider die aandelen verwerft in zijn eigen vennootschap komt niet in aanmerking voor de belastingvermindering.

Private startersprivaks zijn private AICB's, waarbij beleggers die op hun rechten van deelneming inschrijven, dat uitsluitend voor een bedrag van minstens 100.000 euro mogen doen. De private startersprivaks staan niet onder toezicht van de FSMA, maar moeten zich enkel laten inschrijven bij de FOD Financiën. Het gaat hier om een specifieke categorie van private privaks, zoals bedoeld in artikel 145(26), § 1, eerste lid, c) van het WIB 1992.

AICB’s van het besloten type

Openbare startersfondsen en private startersprivaks zijn AICB's van het besloten type. Hun rechten van deelneming worden dus noch continu uitgegeven, noch op verzoek van de deelnemers ingekocht ten laste van hun activa op basis van de inventariswaarde. De betrokken activa zijn immers niet vlot realiseerbaar bij gebrek aan een liquide markt.

Het is vooral daarom dat de openbare startersfondsen en de private startersprivaks voor een duur van maximaal 12 jaar worden opgericht, waardoor de deelnemers - ondanks het illiquide karakter van hun belegging - toch het perspectief krijgen om hun belegging te kunnen recupereren.

Openbare startersfondsen

InschrijvingOpenbare startersfondsen staan onder het toezicht van de FSMA en moeten vooraf bij haar ingeschreven worden. De FSMA schrijft het openbaar startersfonds in op basis van een dossier. Het KB van 5 maart 2017 (art. 4) somt de informatie op die dat dossier moet bevatten. Naast een aantal inlichtingen over de governance- en beheerstructuur van het openbaar startersfonds (kopie van statuten of beheerreglement, samenstelling van de vennootschapsorganen, identificatie van de commissaris, beheerorganisatie en -structuur, gemaakte keuzes rond de uitoefening van de beheertaken, ...) moet dit dossier een gedetailleerde beschrijving bevatten van het beleggingsbeleid dat het fonds zal voeren.Het openbaar startersfonds moet ook verduidelijken welk bedrag het in het kader van zijn eerste openbaar bod wenst op te halen.

Als het openbaar startersfonds verschillende compartimenten telt, moet voor elk compartiment een inschrijving worden gevraagd. Bij de inschrijving van een compartiment moet het openbaar startersfonds verduidelijken of dat compartiment tot doel heeft te garanderen dat zijn deelnemers het belastingvoordeel als bedoeld in artikel 145(26) van het WIB 1992 ontvangen. Zo’n compartiment is een ‘starterscompartiment’. De keuze die het openbaar startersfonds hier maakt, is onherroepelijk.

Minimum beleggingsbudgetHet minimumkapitaal van de openbare startersfondsen is gelijk aan het in artikel 439 van het Wetboek van Vennootschappen bedoelde bedrag, nl. 61.500 euro.

Elk openbaar startersfonds moet een minimum beleggingsbudget vaststellen waarmee het zijn oorspronkelijke beleggingsobjectieven moet kunnen verwezenlijken. Zo’n mechanisme biedt meer soepelheid dan de vaststelling van een hoog minimumkapitaal. Het openbaar startersfonds zal dat minimum beleggingsbudget binnen het jaar na zijn inschrijving moeten bijeenbrengen; zo niet, dan kan de FSMA de inschrijving schrappen. De deelnemers zullen het bedrag van hun inschrijving echter pas moeten storten voor zover het bedrag van het eigen vermogen, verhoogd met het totaalbedrag van alle inschrijvingen samen, minstens evenveel bedraagt als het bedrag van het minimum beleggingsbudget dat het openbaar startersfonds in zijn inschrijvingsaanvraag heeft vermeld. Die regeling garandeert dat het openbaar startersfonds over de nodige middelen beschikt om met de samenstelling van zijn portefeuille te kunnen starten.

Deze regeling geldt voor elk compartiment.

Vezekeringsovereenkomst voor deelnemersHet openbaar startersfonds moet een verzekeringsovereenkomst sluiten voor de deelnemers, die hen minstens dekt tegen het risico op terugname van de belastingvermindering. De deelnemers zullen dus een schadeloosstelling ontvangen als de hun toegestane belastingvermindering wordt teruggenomen als de voorwaarden van artikel 145(26) van het WIB 1992 niet worden nageleefd.

CompartimentenHet openbaar startersfonds kan verschillende categorieën van rechten van deelneming creëren, waarbij elke categorie overeenstemt met een afzonderlijk deel of compartiment van zijn vermogen. Het openbaar startersfonds mag de inschrijving van een compartiment dat geen starterscompartiment is, enkel vragen als het op dat moment minstens één starterscompartiment heeft.

StatutenDe statuten van een openbaar startersfonds bevatten ten minste de in Bijlage A bij het KB van 5 maart 2017 vermelde gegevens.

Elk ontwerp tot wijziging van de statuten van het openbaar startersfonds moet vooraf ter goedkeuring aan de FSMA worden voorgelegd.

De statuten moeten onder meer verduidelijken:

  • dat het openbaar startersfonds geen inbrengen in natura mag ontvangen;
  • dat niet mag worden afgeweken van het voorkeurrecht van de aandeelhouders;
  • dat het fonds voor een beperkte duur is opgericht die niet meer dan 12 jaar mag bedragen;
  • dat de duur waarvoor het openbaar startersfonds is opgericht, voor een bepaalde duur kan worden verlengd bij beslissing van de algemene vergadering;
  • wanneer een kapitaalverhoging mag worden doorgevoerd;
  • dat de uitkering in natura van de activa van het openbaar startersfonds aan de deelnemers onder geen beding is toegestaan.

Vergoedingen, provisies en kostenHet KB van 5 maart 2017 (art. 14) regelt de manier waarop de vergoeding van de beheervennootschap en van de leiders van het openbaar startersfonds wordt bepaald. Met deze regel wil men belangenconflicten voorkomen en verhinderen dat de beheerders voordeel zouden halen uit een niet-gerechtvaardigde rotatie van de portefeuille. Deze bepaling verhindert echter niet dat een bonus wordt toegekend aan de beheervennootschap of de leiders als een bepaalde beleggingsdoelstelling wordt verwezenlijkt.

Het nieuwe KB verzekert ook de informatieverstrekking aan de beleggers over de vergoedingen die aan de beheervennootschap en de bestuurders van het openbaar startersfonds worden toegekend, en over de door het openbaar startersfonds gedragen vergoedingen, provisies en kosten bij bepaalde verrichtingen die een groter geacht risico op belangenconflicten inhouden.

Voorkoming van belangenconflictenHet KB garandeert de informatieverstrekking aan de beleggers over de verrichtingen van het openbaar startersfonds die een hoog risico op belangenconflicten inhouden. Op die manier zorgt het ervoor dat de verrichtingen waarbij bepaalde in het KB opgesomde personen die een nauwe band hebben met het openbaar startersfonds (beheervennootschap, leiders van het openbaar startersfonds of de beheervennootschap, verbonden personen of instellingen voor collectieve belegging die door dezelfde beheervennootschap worden beheerd), rechtstreeks of onrechtstreeks als tegenpartij optreden, of waaruit die personen enig vermogensrechtelijk voordeel halen, in alle transparantie worden uitgevoerd zodat zij tegen marktconforme voorwaarden gebeuren. Elke verrichting die onder de toepassing van deze bepaling valt, moet in het jaarverslag worden verantwoord en door de commissaris-revisor worden toegelicht. Die regeling geldt ook voor de verrichtingen waarbij verschillende compartimenten van het openbaar startersfonds betrokken zijn. Bovendien wordt verduidelijkt dat die verrichtingen enkel zijn toegestaan als de in de artikelen 49 en 50 van de AICB-wet bedoelde waardering door een onafhankelijke externe waarderingsdeskundige wordt uitgevoerd.

Bovenstaande verplichtingen gelden niet voor bepaalde courante verrichtingen die in het KB worden opgesomd, voor zover de commissaris in het jaarverslag een algemene rechtvaardiging en toelichting verstrekt, het bedrag van de betrokken verrichting niet hoger ligt dan 2% van het totaal actief van het openbaar startersfonds en de verrichting tegen marktconforme voorwaarden wordt uitgevoerd.

De verwerving van of de inschrijving op de rechten van deelneming in het openbaar startersfonds is volledig vrijgesteld, voor zover de betrokken rechten van deelneming als gevolg van een beslissing van de algemene vergadering zijn uitgegeven. De hier beschreven regeling kan dus worden toegepast bij een kapitaalverhoging met gebruikmaking van het toegestane kapitaal.

Openbaarmaking gegevens en boekhoudingHet openbaar startersfonds moet een jaarrekening opstellen volgens de regels van artikel 92, § 1 van het Wetboek van Vennootschappen. Het fonds moet zijn jaarrekening bij de Nationale Bank van België neerleggen.

Het openbaar startersfonds moet een afzonderlijke boekhouding voeren voor elk compartiment.

Het fonds moet een jaarverslag opstellen met daarin ten minste de in Bijlage B bij het KB van 5 maart 2017 vermelde gegevens. Het fonds is niet verplicht om een halfjaarlijks verslag op te stellen.

Het KB van 5 maart 2017 bevat ook meer info over de verplichting voor het openbaar startersfonds om een inventaris op te stellen (art. 18).

BeleggingsbeleidHet KB van 5 maart 2017 geeft detailinformatie over het beleggingsbeleid van de openbare startersfondsen. Als zij compartimenten oprichten, moeten ze een onderscheid maken tussen de starterscompartimenten en de overige compartimenten.

Het KB van 5 maart 2017 definieert de activa waarin de openbare startersfondsen zonder compartimenten en de starterscompartimenten mogen beleggen (art. 19 tot art. 21).

Voor compartimenten die geen starterscompartimenten zijn, gelden er aparte regels met betrekking tot het beleggingsbeleid.

Het openbaar startersfonds moet voor de samenstelling en het beheer van zijn portefeuille conformeren de regels volgen die in artikel 145(26) van het WIB 1992 staan.

RisicospreidingHet openbaar startersfonds moet zijn beleggingen zodanig diversificeren dat de beleggingsrisico’s gespreid zijn.

De statuten van het openbaar startersfonds vermelden de door het fonds gehanteerde criteria voor de spreiding van de activa. Zij verduidelijken het maximumpercentage van het statutair actief dat de risicopositie van het openbaar startersfonds of van een van zijn compartimenten op eenzelfde tegenpartij mag vertegenwoordigen. Deze informatie wordt ook opgenomen in het prospectus of het informatiedocument (art. 18, § 1, k), prospectuswet).

Het jaarverslag van het openbaar startersfonds bevat gedetailleerde informatie over de toepassing door het fonds van de aldus verduidelijkte criteria.

Andere verplichtingen en verbodsbepalingenHet KB van 5 maart 2017 bevat nog heel wat andere verplichtingen en verbodsbepalingen voor de openbare startersfondsen (art. 26 tot en met art. 34).

ResultaatverwerkingHet openbaar startersfonds moet na aanzuivering van de overgedragen verliezen tenminste 80% van de netto-opbrengst uitkeren als vergoeding van het door de deelnemers ingebrachte kapitaal. De hier bedoelde netto-opbrengst is de winst van het boekjaar, met uitsluiting van de in de resultatenrekening opgenomen waardeverminderingen, de terugnemingen van waardeverminderingen en de niet-gerealiseerde meerwaarden.

Private startersprivaks

InschrijvingEen private privak kan opteren voor het statuut van private startersprivak (bedoeld in art. 145(26), WIB 1992). Hij wordt dan in die hoedanigheid ingeschreven bij de FOD Financiën.

CompartimentenDe private startersprivak kan verschillende categorieën van rechten van deelneming creëren, waarbij elke categorie overeenstemt met een afzonderlijk deel of compartiment van haar vermogen.

Indien de private startersprivak compartimenten heeft, moet zij de FOD Financiën om hun inschrijving vragen, vooraleer zij hun werkzaamheden aanvatten.

De private startersprivak mag de inschrijving van een compartiment dat geen starterscompartiment is, enkel vragen als het op dat moment minstens één starterscompartiment heeft. Bij de inschrijving verduidelijkt het openbaar startersfonds of het betrokken compartiment een starterscompartiment is; de hier gemaakte keuze is onherroepelijk.

De duur van de compartimenten mag niet meer bedragen dan die van de private startersprivak.

Wanneer de private startersprivak verschillende compartimenten heeft, moet de boekhouding van elk compartiment afzonderlijk worden gevoerd.

JaarverslagVerrichtingen voor rekening van de private startersprivak of van een van haar dochtervennootschappen, moeten in het jaarverslag verantwoord worden, inzonderheid met betrekking tot hun belang voor de private startersprivak en hun verenigbaarheid met haar beleggingsbeleid. De commissaris van de private startersprivak moet deze verrichtingen in zijn verslag toelichten, inzonderheid met betrekking tot het marktconforme karakter van hun voorwaarden, indien een andere instelling voor collectieve belegging waarvan het beheer in de zin van artikel 3, 41°, a) en b) van de AICB-wet door dezelfde persoon wordt uitgevoerd of een met die beheervennootschap verbonden persoon, rechtstreeks of onrechtstreeks als tegenpartij optreedt of enig vermogensrechtelijk voordeel uit de verrichting haalt.

Dit geldt ook in het geval van een verrichting waarbij verschillende compartimenten van de private startersprivak betrokken zijn. De verrichting moet dan verantwoord zijn gelet op het belang ervan voor de deelnemers van de betrokken compartimenten alsook op het beleggingsbeleid van die compartimenten.

De artikelen 20, 21, 27 en 36 van het KB van 5 maart 2017 zijn van toepassing:

  • op private startersprivaks die intern geen compartimenten hebben opgericht, en
  • op de starterscompartimenten van de private startersprivaks.

De op 9 april 2017 bestaande private privaks behouden hun inschrijving ondanks de door artikel 42 van het KB van 5 maart 2017 aangebrachte wijzingen.

In werking

Het KB van 5 maart 2017 treedt in werking op 9 april 2017, tien dagen na zijn publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron:Koninklijk besluit van 5 maart 2017 met betrekking tot de openbare startersfondsen en de private startersprivaks, BS 30 maart 2017.
Zie ook:– Programmawet van 10 augustus 2015, BS 18 augustus 2015 (art. 48) – Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) (art. 145(26))

Christine Van Geel

Koninklijk besluit met betrekking tot de openbare startersfondsen en de private startersprivaks

Afkondigingsdatum : 05/03/2017
Publicatiedatum : 30/03/2017

Gepubliceerd op 11-04-2017

  562