Standaardprocedure voor reiniging en onderhoud brandweerkledij

Minister van Binnenlandse Zaken, Jan Jambon, komt met een standaardprocedure voor de reiniging en het onderhoud van interventiekledij. Zowel de hulpverleningszones als de Brusselse Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp (DBDMH) zijn verplicht om hun kledij een kleurencode toe te kennen, waarbij groen staat voor propere kledij, klaar voor gebruik en rood voor kledij die niet mee voldoet aan de veiligheidnormen. Alle kledij met code oranje moet een reinigings- en herstellingsproces doorlopen. De minister heeft hiervoor een mogelijk stappenplan uitgewerkt.

Gebrek aan algemene reinigingsvoorschriften

Hulpverleningszones en de Brusselse DBDMH moeten zorgen dat de beschermingskledij en bijkomende uitrusting die ze ter beschikking stellen van hun personeel voldoet aan minimale veiligheidsnormen. De kledij en uitrusting moet bovendien in ‘een goede gebruiksstaat’ worden aangeboden. Maar het KB van 30 augustus 2013 zegt niet precies hoe die gebruiksstaat moet worden beoordeeld. Het bevat ook geen reinigings- of onderhoudsprocedure waardoor de zones en de DBDMG ieder hun eigen werkwijze volgen. Verschillende studies hebben echter aangetoond dat brandweermannen worden blootgesteld aan de uitwasemingen van giftige producten die zich vasthechten aan hun kledij. Minister Jambon wil dan ook dat de kledij regelmatig wordt gecontroleerd en op een adequate manier wordt gereinigd bij contaminatie. Hij voert daarom algemene reinigingsvoorschriften in zodat dit in iedere zone en de Brusselse DBDMH op dezelfde manier gebeurt.

Kleurencode

Alle interventiekledij moet worden geïnventariseerd op basis van een kleurencode. Dat wordt de taak van één interventieverantwoordelijke die daarvoor een specifieke opleiding zal krijgen.

Afhankelijk van de staat, krijgt de kledij:

  • code groen: de kledij beantwoordt aan de geldende normen op het moment van de aankoop, is in goede staat, quasi zonder geurtjes en proper. De kledij is klaar voor gebruik;
  • code oranje: de kledij is gecontamineerd, beschadigd en/of het is niet zeker of dat de kledij voldoet aan de geldende normen. Bij vermoedelijke mankementen moet altijd code oranje worden toegekend;
  • code rood: omwille van de algemene staat en/of de ouderdom ervan, voldoet de kledij niet langer aan de reglementering en de normen en kan ze in deze staat niet meer worden gebruikt.

Wat na de code?

Kledij met code groen wordt opgehangen in een daarvoor voorzien kledijlokaal. Bij voorkeur een ruimte die niet rechtstreeks wordt blootgesteld aan de zon, die voldoende wordt verlucht en die geen directe doorgang heeft naar de slaapzaal, de refter of de ontspanningsruimte. Kledij met code rood is niet langer operationeel en wordt gedeclasseerd.

Kledij met code oranje daarentegen moet een reinigings- en herstellingsprocedure doorlopen. Jambon heeft hiervoor zelf een stappenplan opgezet en raadt de zones en de DBDMH aan om deze te volgen. In eerste instantie moet gecontamineerde kledij worden gedecontamineerd. Dit betekent dat elk type vervuiling zo goed mogelijk moet worden verwijderd op alle lagen van de kledij, volgens de best beschikbare methode en zonder deze te beschadigen. Extra aandacht gaat daarbij naar giftige producten zoals VOS (vluchtige organische stoffen), PAK’s (polycyclische aromatische koolwaterstoffen), dioxines, asbest, enz. De procedure kan eventueel worden uitbesteed aan een gespecialiseerde firma.

Na decontaminatie wordt nagegaan of de kledij voldoet aan de Spray-test en dus weerstand biedt tegen oppervlakkige bevochtiging. Is dat niet het geval dat wordt de kledij opnieuw geïmpregneerd. Vervolgens worden eventuele beschadigingen hersteld. Tenminste wanneer de kosten en baten in evenwicht zijn. IS de herstelling te duur, dan krijgt de kledij code rood. Na herstelling krijgt de kledij code groen.

Minstens één keer per jaar controle

De reinigings- en herstellingsprocedure is verplicht voor alle kledij met code oranje. Maar minister Jambon raadt de zones en de DBDMH aan om àlle interventiekledij minstens één keer aan de controleprocedure te onderwerpen. Bovendien zouden de verschillende lagen van de kledij regelmatig geïnspecteerd moeten worden én zouden er opvolgingsmaatregelen moeten worden ingesteld. Alle in omloop zijnde kledij zou in dit kader een unieke code moeten krijgen om te scannen en informatie aan toe te voegen.

Preventie voor, tijdens en na interventie met contaminatierisico

Tot slot somt minister Jambon nog een aantal maatregelen op die moeten genomen worden voor, tijdens en na een interventie met contaminatierisico. Zo zou iedere zone en de DBDMH over een stock reservekledij moeten beschikken, wordt verwacht van brandweermannen dat ze hun overste persoonlijk inlichten wanneer ze twijfelen of hun kledij nog aan de veiligheidsnormen voldoet, wordt gevraagd aan brandweermannen om zich niet in een risicozone te begeven wanneer dat niet nodig is om contaminatie te vermijden, enz.

De minister raadt de brandweermannen ook aan om na de interventie kledij zo snel mogelijk ui te trekken en in een hermetisch afgesloten zak te steken en bij aankomst in de kazerne onmiddellijk te douchen met zeep.

Bron:Ministeriële omzendbrief van 14 augustus 2015 betreffende de interventiekledij, BS 24 september 2015.

Laure Lemmens

Ministeriële omzendbrief betreffende de interventiekledij

Afkondigingsdatum : 14/08/2015
Publicatiedatum : 24/09/2015

Gepubliceerd op 29-09-2015

  200