Sluiting ondernemingen: wetgever kort termijnen in voor toekenning overbruggingsvergoeding

Wet tot wijziging van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen

Een wet van 5 mei 2019 actualiseert de Sluitingswet naar aanleiding van de recente hervorming van het faillissementsrecht. Ze verleent aan de Koning de bevoegdheid om te bepalen wat onder ‘vrije beroepen’ moet worden verstaan voor de toepassing van de Sluitingswet. En ze wijzigt de termijnen voor de toekenning van de overbruggingsvergoeding aan de werknemers.

Hervorming faillissementsrecht

Sinds 1 mei 2018 is het faillissementsrecht opgenomen in ‘Boek XX Insolventie van ondernemingen’ van het Wetboek economisch recht (Titels VI-X, WER).
Voordien werd de insolventie van ondernemingen geregeld door de ‘faillissementswet van 8 augustus 1997’ en de ‘wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen’ (het vroegere ‘gerechtelijk akkoord’). Maar de ‘wet insolventie’ van 11 augustus 2017 bracht beide wetten samen in het WER, en maakte ze doeltreffender en performanter.
De wet van 5 mei 2019 past in de Sluitingswet een aantal wettelijke referenties aan naar aanleiding van deze hervorming van het faillissementsrecht.

Definitie vrije beroepen

De nieuwe wet geeft aan de Koning de bevoegdheid om te bepalen wat onder ‘vrije beroepen’ moet worden verstaan voor de toepassing van de Sluitingswet. De huidige definitie van ‘vrije beroepen’ die in deze wet staat is achterhaald aangezien ze verwijst naar intussen opgeheven wetgeving.

Overbruggingsvergoeding

De wet van 5 mei 2019 wijzigt de termijnen voor de toekenning van de overbruggingsvergoeding aan de werknemers.
Een overbruggingsvergoeding is bedoeld om het loonverlies van de werknemer te compenseren dat hij oploopt door de onderbreking van zijn activiteit als gevolg van het faillissement van de onderneming waarin hij was tewerkgesteld, tot het moment waarop hij in dienst wordt genomen door de werkgever die de activa van de failliete onderneming heeft overgenomen. Deze vergoeding is gelijklopend aan het loon waarop hij recht had bij zijn ‘oude’ werkgever.
De toekenning van de overbruggingsvergoeding door het Sluitingsfonds is onderworpen aan de naleving van een dubbele termijn:
  • de overname van de activa moet plaatsvinden binnen de 6 maanden die volgen op het faillissement;
  • de overname van de werknemers moet plaatsvinden binnen de 6 maanden die volgen op de overname van de activa.
Deze termijnen blijken echter vaak te lang te zijn voor het Sluitingsfonds om zijn opdrachten te kunnen uitoefenen.
Daarom verkort de wet van 5 mei 2019 de termijnen die wettelijk bepaald zijn om een overbruggingsvergoeding te bekomen:
  • de termijn bepaald voor de overname van de activa wordt ingekort van 6 maanden tot 2 maanden (vanaf de datum van het faillissement). Deze termijn kan bij het verstrijken ervan verlengd worden met 2 maanden:
    • als de curator aan het Sluitingsfonds schriftelijk bevestigt dat er nog lopende onderhandelingen met een kandidaat-overnemer aan de gang zijn, of
    • als de curator nagelaten heeft om de inlichtingen van de overgenomen werknemers mee te delen aan het Sluitingsfonds.
      Een tweede verlenging met 2 maanden is mogelijk indien, bij het verstrijken van de tweede termijn, de curator schriftelijk bevestigt dat er nog lopende onderhandelingen zijn met een kandidaat-overnemer;
  • de termijn voor de overname van het personeel wordt verkort van 6 maanden naar 4 maanden, te rekenen van de datum van de overname van de activa.
Tot slot heft de wet de verlenging van de termijnen in geval van verderzetting van de activiteiten door de curator volledig op.

In werking

De wet van 5 mei 2019 treedt in werking op 22 juni 2019, tien dagen nadat ze verscheen in het Belgisch Staatsblad.
De wijzigingen in verband met de overbruggingsvergoeding treden in werking op 1 april 2019. Ze zijn van toepassing op de ondernemingen waarvan de sluiting zich situeert na deze datum.
Bron: Wet van 5 mei 2019 tot wijziging van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen, BS 12 juni 2019.
Zie ook:
– Wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen, BS 9 augustus 2002, err. BS 4 december 2002 (Sluitingswet) (art. 2, art. 7, art. 10, art. 12, art. 40bis en art. 42)
– Wetboek van economisch recht van 28 februari 2013, BS 29 maart 2013 (WER) (Boek XX, titels VI-X).
Wet van 11 augustus 2017 houdende invoeging van het Boek XX "Insolventie van ondernemingen", in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van de definities eigen aan Boek XX en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan Boek XX in het Boek I van het Wetboek van economisch recht, BS 11 september 2017 (wet insolventie).
Christine Van Geel
Wolters Kluwer
  77