‘Roken op de werkplaats’: gedetailleerde strafbaarstelling opgenomen in Sociaal Strafwetboek (art. 26 en art. 96 - 97 DB sociaal strafrecht)

De wetgever neemt de inbreuken op de regels die werknemers beschermen tegen tabaksrook op in het Sociaal Strafwetboek.

In detail

Deze materie wordt geregeld door een wet van 22 december 2009. Maar op dit moment is er enkel sprake van een algemene inbreukregeling op die wet, terwijl de wetgever er nu voor kiest om de verschillende inbreuken in detail te omschrijven in het Sociaal Strafwetboek. Logischerwijs verwijst men in de wet van 22 december 2009 voortaan naar het Sociaal Strafwetboek, want de inbreuken worden opgespoord, vastgesteld en bestraft ‘overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek’.

Het is de bedoeling dat iedereen weet wat de strafbare gedragingen precies zijn zodat men weet waar men zich op dit vlak aan moet houden. Het gaat dan om het rookverbod dat de werkgever in zijn onderneming moet invoeren en om de inrichting van een rookkamer die aan bepaalde voorwaarden moet voldoen.

Sanctie

De nieuwe wet vervangt artikel 133 van het Sociaal Strafwetboek. De wetgever regelt de bestraffing van het niet-naleven door de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber van de verplichtingen in verband met het rookverbod op de werkplaats.

De wetgever koppelt er een sanctie van niveau 3 aan. Dat wordt zelfs een sanctie van niveau 4 wanneer de inbreuk gezondheidsschade of een arbeidsongeval tot gevolg heeft gehad voor een werknemer. En de rechter kan ook ‘bijzondere strafsancties’ uitspreken, namelijk: een exploitatieverbod, een beroepsverbod en een bedrijfssluiting.

Inbreuken

Onder de noemer ‘roken op de werkplaats’ bestraft artikel 133 een reeks inbreuken op wet van 22 december 2009 en op de uitvoeringsbesluiten bij deze wet.

Het gaat meer bepaald om de werkgever die:

  • ‘geen werkruimten en sociale voorzieningen, vrij van tabaksrook, ter beschikking stelt van zijn werknemers;
  • het roken niet verbiedt in de werkruimten, de sociale voorzieningen, evenals in de vervoermiddelen die hij voor gemeenschappelijk vervoer van en naar het werk ter beschikking stelt van het personeel;
  • niet de nodige maatregelen neemt teneinde erover te waken dat derden die zich in de onderneming bevinden, geïnformeerd worden over de maatregelen die hij toepast overeenkomstig voormelde wet van 22 december 2009;
  • niet de nodige maatregelen neemt om elk element dat tot roken kan aanzetten of dat laat geloven dat roken toegestaan is, te verbieden in de werkruimten, de sociale voorzieningen, evenals in de vervoermiddelen die hij voor gemeenschappelijk vervoer van en naar het werk ter beschikking stelt van het personeel;
  • voorziet in een rookkamer binnen de onderneming, zonder voorafgaand advies van het comité voor preventie en bescherming op het werk;
  • wanneer een rookkamer is toegelaten binnen de onderneming, een rookkamer voorziet die niet afdoende verlucht wordt of niet voorzien wordt van een rookafzuigsysteem dat de rook afdoende verwijdert, of niet de bijkomende door de Koning bepaalde voorwaarden naleeft waaraan de rookkamer dient te beantwoorden;
  • wanneer een rookkamer is toegelaten binnen de onderneming, een regeling van toegang tot deze rookkamer tijdens de werkuren voorziet, zonder voorafgaand advies van het comité voor preventie en bescherming op het werk;
  • wanneer een rookkamer is toegelaten binnen de onderneming, een regeling van toegang tot deze rookkamer tijdens de werkuren voorziet die een ongelijke behandeling van de werknemers veroorzaakt’.

Wet van 2009

Zoals aangegeven, past de nieuwe wet ook de wet van 22 december 2009 aan. Op die manier verduidelijkt de wetgever dat de inbreuken op de bepalingen van het hoofdstuk over de ‘rookvrije werkplaats’, vastgesteld en bestraft worden overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek. De wet regelt ook de burgerlijke opdracht van de sociaal inspecteurs in de materies waar er geen sprake is van een inbreuk.

De ambtenaren die belast zijn met het toezicht op de naleving van de bepalingen van dat hoofdstuk en de bijhorende uitvoeringsbepalingen, zijn de ambtenaren die aangewezen zijn voor de naleving van de Welzijnswet van 4 augustus 1996.

In werking

Deze aanpassingen treden in werking op 1 mei 2016

Bron:Wet van 29 februari 2016 tot aanvulling en wijziging van het Sociaal Strafwetboek en houdende diverse bepalingen van sociaal strafrecht, BS 21 april 2016 (art. 26 en art. 96 - 97 DB sociaal strafrecht)

Steven Bellemans

Wet tot aanvulling en wijziging van het Sociaal Strafwetboek en houdende diverse bepalingen van sociaal strafrecht

Afkondigingsdatum : 29/02/2016
Publicatiedatum : 21/04/2016

Gepubliceerd op 29-04-2016

  152