Roerend partnerabattement inzake erfrecht verduidelijkt (art. 7 en art. 70, 1° PD 2019)

Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2019

Sinds 1 september 2018 is de eerste schijf van 50.000 euro van het roerend vermogen dat de langstlevende partner erft, vrijgesteld van successierecht.
Deze vrijstelling blijft beperkt tot de nettoverkrijging in de roerende goederen die onder het tarief van artikel 2.7.4.1.1, § 1 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit vallen (art. 2.7.6.0.6., § 2, VCF, ingevoegd door art. 9, decreet van 6 juli 2018).

Het ‘programmadecreet 2019’ verduidelijkt nu dat “die vrijstelling niet geldt als de rechtverkrijgende partner een bloedverwant in de rechte lijn van de erflater is of een rechtverkrijgende is die voor de toepassing van het tarief met een rechtverkrijgende in de rechte lijn wordt gelijkgesteld” (aanvulling art. 2.7.6.0.6, § 2, VCF door art. 7, PD 2019).

In werking:
  • deze maatregel treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 september 2018.

Bron: Decreet van 21 december 2018 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2019, BS 28 december 2018 (PD 2019) (art. 7 en art. 70, 1°, PD 2019).
Zie ook:
– Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, BS 23 december 2013 (VCF) (art. 2.7.6.0.6, § 2)
– Decreet van 6 juli 2018 tot modernisering van de erf- en schenkbelasting, aangepast aan het nieuwe erfrecht, BS 20 juli 2018 (art. 7 en art. 9)
Christine Van Geel
Wolters Kluwer
  97