Registratie van levenloos geboren kind kan vanaf zwangerschap van 140 dagen

Wet tot wijziging van diverse bepalingen inzake de regelgeving betreffende het levenloos kind

Ouders van levenloos geboren kinderen kunnen voortaan al vanaf een zwangerschapsduur van 140 dagen hun kindje laten registreren. De nieuwe regeling houdt rekening met de evoluties binnen de neonatologie waar de theoretische levensvatbaarheidsgrens nu een stuk lager ligt dan vroeger.

Een levenloos kind waarvan de moeder bevallen is na een zwangerschap van 140 dagen tot en met 179 dagen kan voortaan ook geregistreerd worden. Dat is evenwel geen verplichting. Wanneer er om registratie wordt gevraagd, maakt de ambtenaar van de burgerlijke stand een akte van een levenloos kind op. Het initiatief tot registratie kan uitgaan van de moeder of de vader of meemoeder die met de moeder gehuwd is of het kind prenataal heeft erkend. Ook de vader of de meemoeder die niet gehuwd is met de moeder of die het verwekt kind niet heeft erkend, kan aan de ambtenaar van de burgerlijke stand vragen om een akte van een levenloos kind op te maken. Maar dat kan alleen met toestemming van de moeder.

Een levenloos kind waarvan de moeder bevallen is na een zwangerschapsduur van minstens 180 dagen moet altijd geregistreerd worden. Die regel bestond al langer. De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt in dat geval altijd een akte van een levenloos kind op.

Beide akten worden opgemaakt op basis van een medisch attest.

Een levenloos kind waarvan de moeder bevallen is na een zwangerschapsduur van minstens 180 dagen zal – naast een eventuele voornaam – voortaan ook een familienaam kunnen krijgen. Bij een kortere zwangerschapsduur is die mogelijkheid er niet. Dat kindje kan alleen een voornaam krijgen, maar ook dat is geen verplichting.

De wetgever benadrukt dat het levenloos geboren kind geen rechtspersoonlijkheid krijgt. En de akte van een levenloos geboren kind heeft in principe geen enkel rechtsgevolg, behalve als een wet wel expliciet in rechtsgevolgen voorziet. Moeders die bevallen van een levenloos kind na een zwangerschapsduur van 180 dagen hebben bijvoorbeeld - net als vroeger trouwens - recht op moederschapsrust. Moeders die bevallen van een levenloos kind na een zwangerschap die minder dan 180 dagen heeft geduurd, hebben dit recht niet.

De nieuwe wet treedt in werking op 31 maart 2019, dag waarop de modernisering van de burgerlijke stand van start gaat. Er is voorzien in een reeks overgangsbepalingen. Ouders die voor 31 maart 2019 bevallen zijn van een levenloos kind na een zwangerschapsduur van 140 tot 179 dagen kunnen nog tot 31 maart 2020 om de opmaak van een akte van een levenloos kind vragen. En ouders die voor 31 maart 2019 bevallen zijn van een levenloos kind en voor die datum een aangifte hebben gedaan, hebben nog tot 31 maart 2020 om de vermelding van de naam of voornamen van het kind toe te voegen in de opgemaakte akte van een levenloos kind.

Bron: Wet van 19 december 2018 tot wijziging van diverse bepalingen inzake de regelgeving betreffende het levenloos kind, BS 1 februari 2019
Zie ook:
Burgerlijk Wetboek (art. 58 en 59)
Arbeidswet van 16 maart 1971 (art. 39)
GVU-wet (art. 114)
Ilse Vogelaere
  204