Regering moet UBO-meldplicht van advocaat herschrijven na arrest van Raad van State

Koninklijk besluit betreffende de werkingsmodaliteiten van het UBO-register

Het UBO-register of Ultimate Beneficial Owner-register werd gecreëerd in de strijd tegen het witwassen. Het wordt bijgehouden door de Administratie van de Thesaurie en bevat informatie over de uiteindelijke begunstigden van in België opgerichte vennootschappen, trusts, stichtingen, nationale en internationale verenigingen zonder winstoogmerk, en juridische entiteiten die vergelijkbaar zijn met de trust of fiducie. ‘Onderworpen entiteiten’, zoals advocaten, hebben een UBO-meldingsplicht, die verder werd uitgewerkt in een KB van 30 juli 2018. Maar niet goed genoeg, aldus de Raad van State, die artikel 19, §1, van dat KB vernietigt.

Wanneer een entiteit die onderworpen is aan de witswaswetgeving, een verschil vast stelt tussen de informatie die is opgenomen in het UBO-register, en bepaalde gegevens waarvan zij kennis heeft, dan moet zij dat via elektronische weg melden aan de Administratie van de Thesaurie, staat er in de bewuste bepaling van het KB. De administratie kan de UBO-gegevens dan corrigeren.
Artikel 19 bevat echter geen apart meldingsregime voor de advocaat.

Nochtans bestaat er voor de melding van witwaspraktijken aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI) wél een apart regime voor advocaten. Daar fungeert de stafhouder van de balie als een soort van ‘filter’. De advocaat bezorgt zijn informatie aan de stafhouder. Die controleert of aan alle wettelijke voorwaarden voldaan is en het is pas als dat het geval is, dat de stafhouder de informatie – anoniem – door geeft aan de CFI.
Die extra beveiliging is nodig om het beroepsgeheim van de advocaat te kunnen garanderen, om de vertrouwensrelatie tussen de advocaat en zijn cliënt niet te schenden, en om het fundamentele recht op een eerlijk proces te kunnen waarborgen.

Een gelijkaardige garantie ontbreekt wanneer een advocaat een incoherentie of fout in het UBO-register moet melden, en dus vernietigt de Raad van State artikel 19, §1 van het KB van 31 juli 2018.

Zie ook:
Carine Govaert
  202