Regering herziet ‘tax shelter-regeling’ voor investeringen in films

Via de wet van 12 mei 2014 herziet de Regering de ‘tax shelter-regeling’ voor investeringen in audiovisueel werk.

De herziening komt er omdat er in de praktijk ontsporingen en misbruiken worden vastgesteld. Er doet zich ook vaak een opbod voor waarbij investeerders een steeds groter rendement aangeboden krijgen ten nadele van de sommen die effectief aan de productie kunnen besteed worden. Om hieraan te verhelpen stelt de Regering een nieuw mechanisme in waarbij investeerders een fiscaal voordeel krijgen omwille van hun steun aan de filmindustrie, zonder dat ze hierbij rechten verwerven op de productie zelf.

De volledige nieuwe tax shelter-regeling staat, net zoals de huidige, in artikel 194ter van het WIB 1992. Ze wijkt op diverse punten af van het huidig tax shelter-concept. En ze bevat diverse voorzorgsmaatregelen en antimisbruikbepalingen.

Momenteel komen enkel investeringen in Belgisch audiovisueel werk in aanmerking voor de tax shelter. Nu wordt het toepassingsgebied uitgebreid tot Europees audiovisueel werk, met een maximale besteding in België. Ook kortfilms (met uitzondering van reclamefilms) kwalificeren als een product waarvoor de nieuwe tax-shelter mogelijk is.

Op basis van de reële audiovisiuele investeringen zal in de nieuwe regeling een tax shelter-attest toegekend worden, met een maximale waarde gelijk aan 70% van de totale investeringen. Het tax shelter-attest vormt de basis voor de belastingvrijstelling voor de investeerder. De 70%-grens is gekoppeld aan de vereiste dat ten minste 90% van de waarde van het tax shelter-attest moet gespendeerd worden aan exploitaite- en productie-uitgaven in België, en dit binnen een termijn van 18 (of 24) maanden na ondertekening van de raamovereenkomst.

De FOD Financiën zal het tax shelter-attest afleveren aan een erkende productievennootschap. Daarna zal het attest (al dan niet opgesplitst in delen) overgedragen worden aan de investeerder(s). Die zullen het attest niet kunnen overdragen naar een andere belastingplichtige.

De waarde van een tax shelter-attest kan maximaal 15 miljoen euro bedragen.

De investeerder krijgt een voorlopige belastingvrijstelling van 310% van de sommen die hij in uitvoering van de raamovereenkomst gestort heeft. Deze voorlopige vrijstelling wordt beperkt tot 150% van de verwachte fiscale waarde van het tax shelter-attest. De definitieve belastingvrijstelling is gekoppeld aan de werkelijke waarde van het tax shelter-attest, die pas duidelijk wordt bij de ex post controle van de uitgaven.

Indien een tax shelter-attest wordt afgeleverd voor een lager bedrag dan aanvankelijk voorzien, dan wordt het voordeel verhoudingsgewijze teruggenomen. Op de verschuldigde belasting is dan een nalatigheidsinterest verschuldigd vanaf 30 juni van het aanslagjaar waarvoor de vrijstelling werd toegestaan. Daarbij zullen de de laatste stortingen het eerst in aanmerking worden genomen.

Zolang de belastingvrijstelling niet definitief is, moet de vrijgestelde winst (zoals in de huidige regeling) geboekt worden op een onbeschikbare passiefrekening en mag ze niet dienen voor enige uitkering.

In werking

De inwerkingtreding van de nieuwe tax shelter-regeling hangt af van de goedkeuring van de Europese Commissie. Een KB zal de datum van inwerkingtreding van de nieuwe regeling vastleggen op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de voorafgaande goedkeuring door de Europese Commissie.

Bron:Wet van 12 mei 2014 tot wijziging van artikel 194ter van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 betreffende het tax shelter-stelsel ten gunste van audiovisueel werk, BS 27 mei 2014.
Zie ook:Wetboek van de Inkomstenbelastingen (WIB 1992) – art. 194ter.

Christine Van Geel

Wet tot wijziging van artikel 194ter van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 betreffende het tax shelter-stelsel ten gunste van audiovisueel werk

Afkondigingsdatum : 12/05/2014
Publicatiedatum : 27/05/2014

Gepubliceerd op 04-06-2014

  86