Regering bevriest tijdelijk indexering van enkele belastingverminderingen en -vrijstellingen (PW, art. 2-3)

Programmawet

De Regering fiscus bevriest de jaarlijkse indexering van enkele belastingverminderingen en -vrijstellingen voor de inkomstenjaren 2020 tot en met 2023 (aj. 2021 tot en met aj. 2024). Er komt opnieuw een jaarlijkse indexering vanaf het inkomstenjaar 2024 (aj. 2025).

Concreet betekent dit dat de maximumbedragen voor een reeks belastingverminderingen en -vrijstellingen tijdens deze vier jaren niet geïndexeerd zullen worden en gelijk zullen blijven aan het niveau van 2019 (aj. 2020).

Opgelet !
De bevriezing van de indexering van de maximumbedragen in het kader van de belastingvermindering voor pensioensparen wordt uitgesteld tot het inkomstenjaar 2021 (aj. 2022).
Dat betekent dat de maximumbedragen in het kader van het pensioensparen nog wel geïndexeerd zullen worden in 2020 (aj. 2021). Een belastingplichtige kan in 2020 (aj. 2021) dus aan pensioensparen doen voor maximaal 990 euro aan 30% belastingvermindering, en voor maximum 1.270 euro aan 25% belastingvermindering.

De FOD Financiën publiceert op haar website de volledige lijst van de bedragen die niet meer geïndexeerd worden vanaf het inkomstenjaar 2020 tot en met het inkomstenjaar 2023 (aj. 2021 tot en met aj. 2024).

De programmawet van 20 december 2020 schrijft de bevriezing van bovenstaande bedragen op de bedragen die gelden voor het aj. 2020 in, in artikel 178, § 3, tweede lid, 3° van het WIB 1992 (art. 2, PW 20 december 2020).

De coëfficiënt die moet worden toegepast voor de aanslagjaren 2021 tot en met 2024 is gelijk aan 1,5688.

Vanaf het aj. 2025 zullen de bedragen in kwestie opnieuw worden geïndexeerd, maar wel zonder de ‘bevriezing’ voor de aanslagjaren 2021-2024 in te halen.

Met deze tijdelijke bevriezing van de fiscale bedragen wil de Regering onder meer de extra uitgaven in de gezondheidszorg financieren die gemaakt werden als gevolg van de coronacisis.

Zie ook:
Geraakte artikels:
Christine Van Geel
Wolters Kluwer
  37