Regels voor toegang tot het beroep van bedrijfsrevisor bijgewerkt

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 augustus 2018 betreffende de toegang tot het beroep van bedrijfsrevisor

Het Instituut van de Bedrijfsrevisoren (IBR) kan de hoedanigheid van bedrijfsrevisor toekennen aan een wettelijke auditor. Die moet aantonen dat hem in een andere EU-lidstaat of EER-lidstaat de hoedanigheid van wettelijke auditor is verleend. En hij moet slagen voor een bekwaamheidsproef waarvan het programma en de procedure bij KB zijn vastgelegd.

Het KB van 11 november 2019 voorziet nu dat de hoedanigheid van wettelijke auditor kan aangetoond worden met elk rechtsmiddel.
Dat KB bevat ook dezelfde modaliteiten voor natuurlijke personen die in een derde land een gelijkwaardige hoedanigheid bezitten als deze van bedrijfsrevisor, en die dat willen aantonen.

Daarnaast bevat het KB van 11 november 2019 de regels die een bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon, die voor een andere reden dan een intrekking van de hoedanigheid van bedrijfsrevisor zijn hoedanigheid heeft verloren, moet volgen om het IBR opnieuw te vragen hem de hoedanigheid van bedrijfsrevisor toe te kennen.

Hoedanigheid aantonen met elk rechtsmiddel

Het KB van 11 november 2019 voorziet dat de hoedanigheid van wettelijke auditor kan aangetoond worden met elk rechtsmiddel.
Dat betekent dat deze hoedanigheid onder meer kan aangetoond worden door het overleggen van een uittreksel van het openbaar register van de betrokken persoon of door een attest afgeleverd door de bevoegde autoriteit van een EU-lidstaat of van een EER-lidstaat die attesteert dat de betrokken persoon in die staat beschikt over de hoedanigheid van wettelijke auditor.

Nieuwe aanvraag na verlies hoedanigheid bedrijfsrevisor

Iedere bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon die, voor een andere reden dan een intrekking van de hoedanigheid van bedrijfsrevisor (bedoeld in art. 59, § 1, eerste lid, 7°, wet van 7 december 2016) zijn hoedanigheid heeft verloren, en die opnieuw om de toekenning van deze hoedanigheid vraagt, moet bij zijn verzoek een dossier voegen dat het IBR in staat stelt om na te gaan of de vereiste voorwaarden (art. 9, § 7, wet van 7 december 2016) zijn vervuld.

De personen die sinds minder dan 5 jaar de hoedanigheid van bedrijfsrevisor hebben verloren, kunnen zich opnieuw de hoedanigheid van bedrijfsrevisor laten toekennen na het slagen voor een schriftelijke proef waarvan de inhoud wordt bepaald door de Raad van het IBR en gepubliceerd op de website van het IBR.
Zij moeten daarenboven slagen voor een mondelinge proef die door de Raad wordt toevertrouwd aan een jury samengesteld uit drie Raadsleden die op dezelfde taalrol zijn ingeschreven als deze van de kandidaat en die geen enkele financiële, persoonlijke, zakelijke, arbeids- of andere relatie met de kandidaat hebben.

Deze mondelinge proef omvat een ondervraging over de beroepspraktijk, de opdrachten, de verantwoordelijkheden en de plichtenleer van de bedrijfsrevisor.

De met redenen omklede beslissing van de jury wordt aan de betrokkene en de Raad meegedeeld.

De personen die sinds meer dan 5 jaar de hoedanigheid van bedrijfsrevisor hebben verloren, kunnen zich opnieuw de hoedanigheid van bedrijfsrevisor laten toekennen na het slagen voor de mondelinge en schriftelijke proef van het bekwaamheidsexamen (bedoeld in art. 38, § 1, KB van 17 augustus 2018).

De met redenen omklede beslissing van de jury wordt aan de betrokkene en aan de Raad meegedeeld.

In werking

Het KB van 11 november 2019 treedt in werking op 6 december 2019, tien dagen nadat het verscheen in het Belgisch Staatsblad.

Bron: Koninklijk besluit van 11 november 2019 tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 augustus 2018 betreffende de toegang tot het beroep van bedrijfsrevisor, BS 26 november 2019.
Zie ook:
– Koninklijk besluit van 17 augustus 2018 betreffende de toegang tot het beroep van bedrijfsrevisor, BS 4 september 2018 (art. 38, § 1, art. 46 en nieuw art. 46/1).
– Wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren, BS 13 december 2016 (art. 5, § 2, 1°, art. 9, § 7 en art. 59, § 1, eerste lid, 7°).
Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad, Pb.L. 9 juni 2006, afl. 157 (auditrichtlijn).
Christine Van Geel
Wolters Kluwer
  64