Regels voor boekhouding van ondernemingen en verenigingen, samen met minimum algemeen rekeningenstelsel voortaan in één KB

Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen III.82 tot en met III.95 van het wetboek van Economisch recht

De wetgever heeft de regels die boekhoudplichtige ondernemingen en verenigingen moeten naleven bij het voeren van hun boekhouding en bij het houden en bewaren van hun boeken, én de minimumindeling van het algemeen rekeningenstelsel die ze daarbij moeten volgen, samengebracht in één enkel koninklijk besluit.

Vier uitvoeringsbesluiten nu samen in één KB

Momenteel staan bovenstaande regels verspreid over vier uitvoeringsbesluiten:
  • het ‘KB van 12 september 1983 tot uitvoering van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen’;
  • het ‘KB van 12 september 1983 tot bepaling van de minimumindeling van een algemeen rekeningenstelsel (MAR);
  • het ‘KB van 26 juni 2003 betreffende de vereenvoudigde boekhouding van bepaalde verenigingen zonder winstoogmerk, internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen, en
  • het ‘KB van 19 december 2003 betreffende de boekhoudkundige verplichtingen en de openbaarmaking van de jaarrekening van bepaalde verenigingen zonder winstoogmerk, internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen’.

De wetgever bracht deze uitvoeringsbesluiten nu samen in één enkel uitvoeringsbesluit, met een aantal moderniseringen: het ‘KB van 21 oktober 2018 tot uitvoering van de artikelen III.82 tot en met III.95 uit van het Wetboek van economisch recht (WER)’.

Daarbij stemde hij de boekhoudverplichtingen zo goed mogelijk af op de recente hervorming van het ondernemingsrecht, die onder meer een nieuw ‘ondernemingsbegrip’ invoerde (wet van 15 april 2018 houdende hervorming van het ondernemingsrecht).
Dit begrip is van toepassing op een groot deel van de economische wetgeving en vormt de hoeksteen voor de bevoegdheid van de ondernemingsrechtbank, het ondernemingsbewijs, de boekhoudkundige verplichtingen voor ondernemingen en verenigingen, en de verplichtingen inzake de Kruispuntbank van ondernemingen (KBO). Het nieuwe ondernemingsbegrip vervangt ook de begrippen ‘handelaar’, ‘koopman’ en ‘daden van koophandel’.

Het nieuwe KB van 21 oktober 2018 bevat:
  • regels voor de vereenvoudigde boekhouding van natuurlijke personen, organisaties zonder rechtspersoonlijkheid, vennootschappen onder firma en gewone commanditaire vennootschappen;
  • regels voor het houden en bewaren van de boeken (hulpdagboeken, model van ongesplitst dagboek voor verenigingen en stichtingen die een vereenvoudigde boekhouding voeren, regels voor boekhouding bijkantoren, bewaartermijn boeken);
  • de minimumindeling van een algemeen rekeningenstelsel (MAR) voor boekhoudplichtige ondernemingen andere dan verenigingen en stichtingen. Deze MAR geldt niet voor:
    • de boekhoudplichtige ondernemingen die een vereenvoudigde boekhouding mogen voeren;
    • de ondernemingen bedoeld in artikel III.95, § 1, WER;
    • de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen;
  • de minimumindeling van een algemeen rekeningenstelsel (MAR) voor verenigingen en stichtingen. Deze MAR geldt niet voor de verenigingen en de stichtingen die een vereenvoudigde boekhouding mogen voeren.

Jaarrekening

De regels over de opstelling en de neerlegging van de jaarrekening uit de vier ‘oude’ KB’s worden later ondergebracht in een uitvoeringsbesluit bij het nieuwe ‘Wetboek van vennootschappen en verenigingen (afgekort WVV)’ dat er in de loop van 2019 aankomt.

Concordantietabel

De concordantietabel in bijlage bij het nieuwe KB van 21 oktober 2018 geeft een overzicht van welke artikelen uit de vier ‘oude’ KB’s er bij deze herschikking in dit nieuwe KB werden opgenomen.

Inhoudelijk werd er, behoudens een aantal aanpassingen ter vereenvoudiging, geen verdere aanpassing aangebracht.

Opheffing

Worden opgeheven:
  • het ‘KB van 12 september 1983 tot uitvoering van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen;
  • het ‘KB 12 september 1983 tot bepaling van de minimumindeling van een algemeen rekeningenstelsel’;
  • de artikelen 1, 2, 3, 4, en de bijlage A, van het ‘KB van 26 juni 2003 betreffende de vereenvoudigde boekhouding van bepaalde verenigingen zonder winstoogmerk, internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen’;
  • de artikelen 1, 3, 4, 5 en de bijlage van het ‘KB van 19 december 2003 betreffende de boekhoudkundige verplichtingen en de openbaarmaking van de jaarrekening van bepaalde verenigingen zonder winstoogmerk, internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen’.

In werking

Het KB van 21 oktober 2018 treedt in werking op 1 november 2018.

Bron: Koninklijk besluit van 21 oktober 2018 tot uitvoering van de artikelen III.82 tot en met III.95 van het wetboek van Economisch recht, BS 29 oktober 2018.
Zie ook:
– Wetboek van economisch recht van 28 februari 2013, BS 29 oktober 2018 (WER) (Hoofdstuk 2 ‘Boekhouding van de ondernemingen’ (art. III.82 tot en met III.95)) .
Wet van 15 april 2018 houdende hervorming van het ondernemingsrecht, BS 27 april 2018.
– Wet van 17 juli 2013 houdende invoeging van Boek III "Vrijheid van vestiging, dienstverlening en algemene verplichtingen van de ondernemingen", in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van de definities eigen aan boek III en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan boek III, in boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht, BS 14 augustus 2013 (art. 4).
– Koninklijk besluit van 26 maart 2014 tot bepaling van de inwerkingtreding van de wet van 17 juli 2013 houdende invoeging van Boek III "Vrijheid van vestiging, dienstverlening en algemene verplichtingen van de ondernemingen", in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van de definities eigen aan boek III en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan boek III, in boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht, BS 28 april 2014 (art. 1)
Christine Van Geel
Wolters Kluwer
  37