Regels billijke vergoeding voor audiovisuele werken aangepast

Wet tot wijziging van Boek I “Definities” en Boek XI “Intellectuele Eigendom” van het Wetboek van economisch recht betreffende de audiovisuele sector

Een wet van 25 november 2018 wijzigt de regels voor de billijke vergoeding van de uitvoerende kunstenaars en producenten voor de openbare uitvoering van audiovisuele werken of bij uitzending van deze werken.
Deze nieuwe regels gelden vanaf 1 januari 2019.

Daarnaast voert deze nieuwe wet een regelgeving in voor de techniek van ‘directe injectie’ waarmee in België bepaalde televisieprogramma’s worden uitgezonden. Deze nieuwe regeling wordt van toepassing vanaf 1 juli 2019.

Billijke vergoeding audiovisuele werken

Huidige regeling
Voor uitvoerende kunstenaars en producenten is er momenteel een dwanglicentie voorzien voor de uitzending via omroep en de openbare uitvoering van hun prestaties. Hieraan is een billijke vergoeding gekoppeld. Zo’n billijke vergoeding is niet voorzien voor auteurs, waar het exclusieve recht van toepassing blijft.

Tot nog toe is het dus zo dat voor de uitzending en openbare uitvoering van audiovisuele werken een verschillend juridisch regime van toepassing is naargelang het gaat om:
  • enerzijds uitvoerende kunstenaars van films (billijke vergoeding die geïnd wordt na het afsluiten van de overeenkomst van audiovisuele exploitatie), en
  • anderzijds, auteurs van audiovisuele werken (exclusief recht, overdracht van rechten aan producent, toepassing van de bepalingen inzake contractenrecht).

De wet van 25 november 2018 voorziet nu in een gelijkaardige behandeling van de auteurs en uitvoerende kunstenaars van audiovisuele werken en prestaties voor eenzelfde exploitatiewijze.

Nieuwe regeling
Wanneer de prestatie van een uitvoerende kunstenaar, die werd vastgelegd op een fonogram, op geoorloofde wijze wordt gereproduceerd of door de omroep uitgezonden, mogen de uitvoerende kunstenaar en de producent van fonogrammen zich, onverminderd het recht van de auteur, niet verzetten (wijziging art. XI.212, WER door art. 3, wet van 25 november 2018):
  • tegen de openbare uitvoering ervan, op voorwaarde dat die prestatie niet voor een voorstelling wordt gebruikt en van het publiek geen toegangsgeld of vergoeding wordt gevraagd om die prestatie te kunnen bijwonen;
  • tegen de uitzending ervan.

Het gebruik van prestaties, overeenkomstig het nieuwe artikel XI.212, geeft de uitvoerende kunstenaars en de producenten van fonogrammen recht op een billijke vergoeding, ongeacht de plaats waar die prestaties zijn vastgelegd (wijziging art. XI.213, eerste lid, WER door art. 4, wet van 25 november 2018).

Deze nieuwe regels gelden vanaf 1 januari 2019.

Verdeling billijke vergoeding
Onverminderd het bepaalde in internationale overeenkomsten wordt de in artikel XI.213 van het WER bedoelde vergoeding door de beheersvennootschappen en/of collectieve beheerorganisaties verdeeld onder de uitvoerende kunstenaars en de producenten van fonogrammen, ieder voor de helft. Deze verdeelsleutel is van dwingend recht.
Het deel van de in artikel XI.213 bedoelde vergoeding, waarop de uitvoerende kunstenaars recht hebben, is onoverdraagbaar.
(wijziging art. XI.214, eerste lid, WER door art. 5, wet van 25 november 2018).

Directe injectie

De wet van 25 november 2018 bevat ook nog een juridisch regime voor de techniek van ‘directe injectie’.
Vereenvoudigd gezegd, gaat het om een techniek die gebruikt wordt in de audiovisuele sector om televisieprogramma’s tot bij de kijker te brengen.
Deze nieuwe regeling wordt van toepassing vanaf 1 juli 2019.

Omdat er in de sector grote juridische en economische onzekerheid heerst over de rechtsgevolgen en kwalificatie van directe injectie introduceert de wet nu een duidelijk toepasselijk rechtsregime voor directe injectie, met een definitie van het begrip, een juridische kwalificatie van deze exploitatiewijze, een aansprakelijkheidsregime, een verplicht collectief beheer van het recht op mededeling aan het publiek via directe injectie, en een onoverdraagbaar vergoedingsrecht voor auteurs en uitvoerende kunstenaars.

Transparantiemechanisme

Tot slot voorziet de wet van 25 november 2019 in een transparantiemechanisme voor de audiovisuele sector. Ook dit mechanisme wordt van toepassing vanaf 1 juli 2019.
Hierdoor moeten alle betrokken partijen een duidelijker zicht krijgen op wat door wie betaald wordt voor welke exploitatiewijzen, om zo anomalieën in betalingen of dubbele betalingen te vermijden.

In werking

De wet van 25 november 2018 treedt in werking op 1 juli 2019.
Dit met uitzondering van de artikels over de billijke vergoeding (art. 3 t.e.m. art. 5) die in werking treden op 1 januari 2019.

Bron: Wet van 25 november 2018 tot wijziging van Boek I "Definities" en Boek XI "Intellectuele Eigendom" van het Wetboek van economisch recht betreffende de audiovisuele sector, BS 12 december 2018.
Zie ook:
Wetboek van economisch recht van 28 februari 2013, BS 29 maart 2013 (WER) (Boek I ‘Definities’ en Boek XI ‘Intellectuele Eigendom en bedrijfsgeheimen’)
Christine Van Geel
Wolters Kluwer
  278