Rechtsgrond voor Vlaamse BBT’s (Vlarem-trein 2015)

De beste beschikbare technieken (BBT’s) vormen het referentiepunt voor de milieuvergunningsvoorwaarden voor bedrijven. En dat geldt zowel voor de Europese BBT’s of BREF’s, als voor de Vlaamse BBT’s. Alleen hadden de Vlaamse BBT’s tot nu geen wettelijke basis. Het Vlarem-treinbesluit voert die rechtsgrond in, maar niet op decretaal niveau, wel in Vlarem 2. Dat is in het besluit op de algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne.

Vlaamse BBT-studie

Een Vlaamse BBT-studie is volgens de Vlarem-trein 2015 het resultaat van een procedure van informatie-uitwisseling. Het BBT-document is opgesteld voor welomschreven activiteiten en geeft een beschrijving van de toegepaste technieken, de huidige emissies en consumptieniveaus, en de technieken die in overweging worden genomen voor de bepaling van de beste beschikbare technieken. Het document bevat aanbevelingen voor de milieuregelgeving en eventuele technieken in opkomst, met bijzondere aandacht voor de BBT-criteria uit Vlarem 1.

Tot die criteria behoren bijvoorbeeld een voorkeur voor technieken die minder afval veroorzaken, voor technieken die minder gevaarlijke stoffen toepassen, of voor technieken die rekening houden met de tijd die nodig is voor het overschakelen op een nieuwe methode.

Wanneer?

Volgens de Vlarem-trein 2015 kunnen er ter ondersteuning van de milieuvoorwaarden Vlaamse BBT-studies opgemaakt worden als na een grondige evaluatie blijkt dat dit voor de specifieke Vlaamse situatie noodzakelijk is. De Vlaamse BBT-studies zijn dus slechts een ondersteunend middel; zij hebben geen rechtstreekse doorwerking in de milieuvoorwaarden.

Een BBT-studie kan voor de specifieke Vlaamse situatie noodzakelijk zijn:

  • omwille van een Vlaamse beleidsprioriteit (uitgeschreven in het regeerakkoord, een ministeriële beleidsbrief of een beleidsnota);
  • als het gaat om een Vlaams milieuprobleem (bv. bij een overschrijding van één of meerdere Europese milieukwaliteitsnormen); of
  • wanneer een sector vraagt om nieuwe, of bijgestelde Vlaamse sectorale milieuvoorwaarden op te stellen, en er voor die sector geen Europese regels bestaan.

Een BBT-studie kan ook opgemaakt worden “indien de als hinderlijk ingedeelde inrichtingen als de voornaamste oorzaak [van een bepaalde vorm van hinder] zijn geïdentificeerd (zoniet moet de BBT-filosofie eerst op de belangrijkere bronnen worden toegepast).”

VITO

De Vlaamse BBT-studies worden opgesteld, en indien nodig herzien, door een onderzoeksinstelling ‘die door de Vlaamse regering werd aangewezen’. In de praktijk is dat het Vlaams Kenniscentrum voor Beste Beschikbare Technieken van de Vlaamse Instelling voor Wetenschappelijk Onderzoek (VITO).

Van ontwerp naar BBT

De Vlarem-trein legt de procedure vast die vanaf nu gevolgd moet worden om tot een BBT-studie te komen. In die procedure is niet alleen sprake van de onderzoeksinstelling, maar ook van een begeleidingscomité en een stuurgroep.

Het werkprogramma van de stuurgroep moet elk jaar voorgelegd worden aan de leden van de Milieu- en Natuurraad Vlaanderen (Minaraad) voor advies.

Een afgewerkte BBT-studie wordt (minstens) online bekendgemaakt.

Bij voorkeur via Vlarem 2

Na elke Vlaamse BBT-studie zal de afdeling Milieuvergunningen van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie overleg plegen met de adviesorganen en de afdeling Milieu-Inspectie om te zien of de algemene en sectorale milieuvoorwaarden moeten worden afgestemd op de resultaten van de BBT-studie via een besluit tot wijziging van Vlarem 2. Immers, “het doorvertalen van de aanbevelingen uit de Vlaamse BBT-studies naar milieuvoorwaarden gebeurt waar mogelijk en bij voorkeur door middel van algemene of sectorale milieuvoorwaarden [dus via Vlarem 2]” , staat er in de toelichting bij het Vlarem-treinbesluit. “Dit om een gelijk speelveld te creëren en de administratieve last zowel voor de inrichtingen, als voor de vergunningverlenende overheden te beperken”.

Na elke Vlaamse BBT-studie stelt de minister van Omgeving bovendien richtlijnen op voor de vergunningverlenende overheden. Die richtlijnen geven aan hoe de aanbevelingen uit de Vlaamse BBT-studie kunnen bijgeschreven worden in de bijzondere milieuvoorwaarden van de milieuvergunningen.

In werking op:

  • 5 september 2016 (d.i. 10 dagen na publicatie).

Bron:Besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2016 tot wijziging van diverse besluiten inzake leefmilieu, BS 26 augustus 2016 (art. 5-7 Vlarem-trein 2015).

Carine Govaert

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten inzake leefmilieu

Afkondigingsdatum : 18/03/2016
Publicatiedatum : 26/08/2016

Gepubliceerd op 29-08-2016

  72