Rechters in strafuitvoeringsrechtbanken kunnen op post blijven (art. 55 en 256 Potpourri III-wet)

Het bijzonder mandaat van rechter in de strafuitvoeringsrechtbank en van substituut-procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken is geen tijdelijk mandaat meer. De eerste aanwijzing gebeurt voor één jaar. Een eerste verlenging duurt drie jaar. En de tweede verlenging duurt vier jaar, net als de volgende verlengingen. Er staat geen maximum meer op het aantal verlengingen. Verlenging van het bijzonder mandaat kan wel alleen maar na een evaluatie.

Tot nu konden beide groepen hoogstens acht jaar hun mandaat uitoefenen. De eerste aanwijzing gold voor één jaar. Na een eerste verlenging met drie jaar en een tweede verlenging met vier jaar stopte het mandaat definitief.

Door een eind te maken aan het tijdelijk karakter van het mandaat kan de opgebouwde know-how beter binnen de strafuitvoeringsrechtbank blijven. De magistraten behandelen een volledig strafuitvoeringstraject waarin modaliteiten worden toegekend, geëvalueerd, bevestigd of opgeschort. Iets wat efficiënter gebeurt wanneer de samenstelling van de rechtbank een zekere continuïteit vertoont.

Nog dit. Ook het ambt van assessor in de strafuitvoeringsrechtbank is geen tijdelijk ambt meer. Ook hier kan de benoeming van een jaar een eerste keer verlengd worden met drie jaar. En daarna telkens met vier jaar.

Artikel 55, 9° van de wet van 4 mei 2016 is in werking getreden op 13 mei 2016. Er is voorzien in een overgangsregeling voor rechters en substituten die op dat moment aangewezen zijn voor een eerste periode van vier jaar. Zij kunnen met hun instemming aangewezen worden voor een tweede periode van vier jaar. Maar alleen na een positief advies – voor de rechters – van de eerste voorzitter van het hof van beroep en van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg waar de zetel van het hof is gevestigd. Voor de substituten is een positief advies nodig van de procureur-generaal bij het hof van beroep en de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg bij de zetel van het hof. 

Bron:Wet van 4 mei 2016 houdende internering en diverse bepalingen inzake Justitie, BS 13 mei 2016 (art. 55 en 256 Potpourri III-wet)
Zie ook:Gerechtelijk Wetboek (art. 259sexies)

Ilse Vogelaere

Wet houdende internering en diverse bepalingen inzake Justitie

Afkondigingsdatum : 04/05/2016
Publicatiedatum : 13/05/2016

Gepubliceerd op 16-06-2016

  111