Recht op hypotheekvestiging als registratiebelasting in Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF 2015)

Sinds 1 januari 2015 int Vlabel de registratie- en successierecht in eigen beheer. De regelgeving wordt daarom opgenomen in de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF). Het recht op hypotheekvestiging is één van de 5 nieuwe hoofdstukken in titel 2. De materie is grotendeels ongewijzigd overgenomen, maar de inkohiering gevolgd door een aanslagbiljet is nieuw. Er is dus geen betalingsbericht meer.

Het decreet tot wijziging van de VCF is pas op 29 januari 2015 in het Staatsblad verschenen, maar geldt retroactief sinds 1 januari. Eerder al, op 22 januari, verscheen het uitvoeringsbesluit bij de wijzigingen. We bespreken kort het belastbaar voorwerp, de belastingplichtingen, de belastbare grondslag, de tarieven, de verminderingen, de vrijstellingen en de wijze van heffing.

Recht op hypotheekvestiging is registratiebelasting

Heel wat federale termen werden geactualiseerd. Het recht op hypotheekvestiging valt voortaan onder de noemer ‘registratiebelasting’. Een verzamelnaam die ook de schenkbelasting, het verkooprecht en het verdeelrecht omvat. De termen worden alleen nog afzonderlijk gebruikt in de bepalingen die op het betrokken recht betrekking hebben.

De Vlaamse Codex Fiscaliteit omschrijft het recht op hypotheekvestiging als ‘het registratierecht op de vestiging van een hypotheek op een in België gelegen onroerend goed’.

Belastbaar voorwerp

Het recht op hypotheekvestiging wordt gevestigd naar aanleiding van de registratie of de verplichting tot registratie van akten of geschriften houdende vestiging van een hypotheek op een onroerend goed.

Op de vestiging van het verkooprecht of verdeelrecht na, wordt het recht op hypotheekvestiging gevestigd op een inbreng van onroerende goederen in een Belgische vennootschap. Tenminste als die inbreng anders wordt vergoed dan bij de toekenning van maatschappelijke rechten en als die inbreng aanleiding geeft tot de nieuwe inschrijving. Als een inbreng meteen onroerende goederen en goederen van een andere aard omvat, dan worden (niettegenstaand elk strijdig beding) de maatschappelijke rechten en de andere lasten die de vergoeding van de inbreng uitmaken, geacht evenredig verdeeld te zijn tussen de waarde die aan de onroerende goederen is toegekend en die welke aan de andere goederen is toegekend, bij de overeenkomst. De te vervallen huurprijzen van de huurcontracten waarvan de rechten worden ingebracht, worden echter geacht betrekking tot hebben op de laatstvermelde rechten.

De bepalingen zijn ook van toepassing op de oprichting van nieuwe vennootschappen. Uitzonderingen gelden voor de inbreng van de universaliteit van de goederen of van een bedrijfstak.

Belastingplichtige

De belastingplichtige is de hypotheeksteller.

Belastbare grondslag

Het recht op hypotheekvestiging wordt vastgesteld op basis van het bedrag van de sommen die door de hypotheek gewaarborgd zijn. Exclusief de interesten of rentetermijnen van 3 jaar die gewaarborgd zijn door de Hypotheekwet van 16 december 1851 (art. 87).

Tarieven

Het recht op hypotheekvestiging bedraagt 1%. De belasting is van toepassing zelfs als de hypotheek gevestigd is tot zekerheid van een toekomstige schuld, van een voorwaardelijke of eventuele schuld of van een verbintenis om iets te doen.

Er geldt een verlaagd tarief van 0,5% voor de vestiging van een hypotheek op een onroerend goed tot zekerheid van een schuld die gewaarborgd is door een hypotheek op een schip dat niet voor zeevervoer is bestemd, door de verpanding van een handelszaak of door een landbouwvoorrrecht.

Als een akte tussen dezelfde partijen verschillende van elkaar afhankelijke of noodzakelijk uit elkaar voortvloeiende regelingen bevat, waaronder een vestiging van hypotheek op een onroerend goed dat onderworpen is aan het recht op hypotheekvestiging, wordt de belasting geheven die van toepassing is op de regeling die aanleiding geeft tot de heffing van de hoogste belasting (schenkbelasting, verkooprecht, verdeelrecht of recht op hypotheekvestiging). Gaat het om onafhankelijke of niet noodzakelijk uit elkaar voortvloeiende regelingen dan wordt op elke regeling apart de betrokken belasting geven.

Verminderingen

Verminderingen zijn voorbehouden voor toekomstig gebruik.

Vrijstellingen

Zijn vrijgesteld van het recht op hypotheekvestiging:

  • elke vestiging van hypotheek die na de heffing van de belasting wordt toegestaan tot zekerheid van dezelfde schuld; vordering van hetzelfde gewaarborgde bedrag;
  • de gewaarborgde verbintenis die voortvloeit uit een overeenkomst waarop een registratiebelasting van minstens 1% is geheven.

Wijze van heffing

Het recht op hypotheekvestiging mag, net als de andere registratiebelastingen, geheven worden gedurende 5 jaar vanaf de dag van de registratie van de akte of het geschrift dat aanleiding geeft tot de heffing.

Bij gebrek aan registratie is dat gedurende 5 jaar vanaf de dag waarop de termijn voor de aanbieding ter registratie volgens het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten, verstrijkt.

Voor de invordering van aanvullende rechten wegens het niet-naleven van de voorwaarden die gelden tot het behoud van vrijstellingen of verminderingen, geldt ook een termijn van 5 jaar, vanaf de dag waarop de vordering voor het Vlaamse gewest is ontstaan.

De termijnen worden met 4 jaar verlengd ingeval van opzettelijke inbreuk op de VCF of de uitvoeringsbesluiten.

De belastingplicht, de belastbare grondslag, het tarief, de vrijstellingen en de verminderingen worden bepaald door het ogenblik waarop de rechtshandeling is gesteld. Behalve als er geen verplichting tot registratie geldt. Dan is het ogenblik waarop de akte of het geschrift ter registratie wordt aangeboden, bepalend. Afwijkende regels gelden voor het recht op hypotheekvestiging voor rechtshandelingen onderworpen aan een opschortende voorwaarde.

Kohier en aanslagbiljet

Alle registratiebelastingen, dus ook het recht op hypotheekvestiging, worden voortaan ingevorderd via een kohier. De belastingplichtigen ontvangen een aanslagbiljet. Ze moeten de belasting betalen onmiddellijk na de bezorging van dit biljet.

Bron:Decreet van 19 december 2014 tot wijziging van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, BS 29 januari 2015. (Hoofdstuk 11, Recht op hypotheekvestiging)

Laure Lemmens

Decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013

Afkondigingsdatum : 19/12/2014
Publicatiedatum : 29/01/2015

Gepubliceerd op 03-02-2015

  83