Raad van State vernietigt verplicht gebruik van DPA-Deposit door advocaten

De Raad van State heeft op 12 december de twee besluiten gedeeltelijk vernietigd die de grondslag vormen voor DPA-Deposit. De Raad handhaaft de vernietigde bepalingen voor de proceshandelingen die ten laatste op 12 januari 2020 worden gesteld.

 

Advocaten hebben alleen nog toegang tot het e-Box-netwerk en het e-Deposit-systeem van Justitie via DPA-Deposit. DPA is een betalend platform, dat gezamenlijk beheerd wordt door de Orde van Vlaamse Balies en de Ordre des Barreaux francophones et germanophone de Belgique.
DPA-Deposit werd gecreëerd om de advocaten beter te kunnen identificeren, te authentificeren en om hun kenmerken of hoedanigheden, hun mandaten en toegangsmachtigingen beter te kunnen controleren en beheren. Het DPA-systeem slaat de documenten niet permanent op, maar beperkt zich tot caching tijdens de verzending, en tot verificatie bij de ontvangst.
_dsc0102
Het ‘koninklijk besluit van 9 oktober 2018 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juni 2016 houdende de elektronische communicatie overeenkomstig artikel 32ter van het Gerechtelijk Wetboek’ en het ‘ministerieel besluit van 9 oktober 2018 tot wijziging van het ministerieel besluit van 20 juni 2016 tot bepaling van de inwerkingstelling van het e-Box netwerk en het e-Deposit systeem (....)’ wezen DPA-Deposit aan als enige communicatie-interface met e-Deposit en e-Box voor advocaten. Vóór DPA hadden de advocaten rechtstreeks toegang tot e-Deposit. Zonder extra kosten.
De Raad van State oordeelde echter dat het Gerechtelijk Wetboek aan de Koning enkel de bevoegdheid gaf om een informaticasysteem van Justitie op te leggen. En niet om een informaticasysteem op te leggen dat beheerd werd door beroepsorganisaties of door personen die door hen werden aangesteld, zoals DPA-Deposit. DPA doet immers veel meer dan louter ‘de toegang regelen’ tot Justitie. De Raadsleden zijn ook niet overtuigd dat het toevoegen van een schakel in de elektronische communicatieketting – die niet beheerd wordt door de overheid – de vertrouwelijkheid en effectiviteit van de communicatie zou verhogen.
De Koning en de minister hebben hun bevoegdheid overschreden. De Raad vernietigt dan ook artikel 4 van het KB van 9 oktober 2018 en artikel 1 van het MB van 9 oktober 2018. De actoren van Justitie – en dus ook de advocaten – hebben het wettelijke recht om voor de elektronische communicatie met Justitie rechtstreeks gebruik te maken van de informaticasystemen van Justitie die bij KB werden aangewezen.
  950