Raad van State vernietigt opnieuw lijst met sectoren die te weinig opleidingsinspanningen leveren

De Raad van State vernietigt de definitieve lijst van de sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen voor het jaar 2008 realiseren.

Bijkomende werkgeversbijdrage

Alle werkgevers van de privésector moeten samen minstens 1,9% van de totale loonmassa in opleiding investeren. Wordt die doelstelling niet bereikt, dan moeten de werkgevers van de sectoren waarvoor geen cao geldt die voorziet in bijkomende opleidingsinspanningen, een bijkomende werkgeversbijdrage betalen van 0,05%.

De opleidingsinspanning wordt dus beoordeeld op sectorniveau, terwijl de financiële sanctie de onderneming treft. Het Grondwettelijk Hof heeft op 23 oktober 2014 gezegd dat dit niet kan. Het hof deed die uitspraak na twee prejudiciële vragen van de Raad van State, bij wie een vordering aanhangig was tot nietigverklaring van de lijsten van de sectoren die voor de jaren 2008 en 2009 onvoldoende opleidingsinspanningen hebben geleverd.

Raad van State

Daarop heeft de Raad van State op 4 februari 2016 gezegd dat de betwiste maatregel onevenredige financiële gevolgen heeft voor de werkgever die, hoewel hij op het individuele vlak voldoende opleidingsinspanningen levert, toch een verhoogde werkgeversbijdrage moet betalen om de enkele reden dat hij tot een sector behoort die onvoldoende opleidingsinspanningen levert.

Volgens het Grondwettelijk Hof is het sanctiemechanisme uit de Generatiepactwet, in de redactie zoals van toepassing op het geschil, niet bestaanbaar met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. De Raad van State volgt die redenering.

Gedeeltelijk vernietigd

Het financiële sanctiemechanisme zit ook in een bestreden besluit van 13 april 2011 dat de definitieve lijsten vaststelt voor de jaren 2008 en 2009 van sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren. Om de door het Grondwettelijk Hof gegeven redenen schendt dat besluit volgens de Raad van State dus het gelijkheidsbeginsel.

Daarom heeft de Raad van State op 4 februari 2016 in een eerste zaak artikel 2 van het besluit van 13 april 2011 én bijlage II bij dat besluit vernietigd. Dat is de definitieve lijst van de sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen voor het jaar 2009 realiseren.

Tweede zaak

Maar er was nog sprake van een tweede zaak waarin men ook de nietigverklaring van het ministerieel besluit van 13 april 2011 vroeg. Er wordt in die zaak een middel aangevoerd dat gelijkaardig is aan wat onderzocht is in de andere zaak, maar het auditoraatsverslag laat niet de oplossing van het tweede geschil toe, zo klinkt het in het arrest van de Raad van State. Er was reden tot het bevelen van een aanvullend onderzoek. Enkel de eerste zaak kon definitief worden beslecht.

Uit het arrest blijkt dat er reden is om over te gaan tot het verwijzen van de tweede zaak naar de algemene rol, om haar toe te wijzen aan een Franstalige kamer. De Raad van State heeft het debat in de tweede zaak dan ook heropend.

Die oefening resulteert nu in een nieuw arrest van de Raad van State. Op 14 november heeft de raad, parallel met het vorige arrest, ook artikel 1 van het besluit van 13 april 2011 én bijlage I bij dat besluit vernietigd. Nu gaat het dus om de opleidingsinspanningen voor het jaar 2008.

De definitieve lijst van de sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen voor het jaar 2008 realiseren, werd vastgesteld in uitvoering van het KB van 11 oktober 2007 dat de bijkomende werkgeversbijdrage heeft ingevoerd voor werkgevers die behoren tot sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren. Het geld moet dienen voor de financiering van het stelsel van het betaald educatief verlof.

Dat betekent dus dat de lijsten voor de jaren 2008 én 2009 vernietigd zijn.

Bron:RvS - Arrest nr. 236.416 van 14 november 2016

Steven Bellemans

Ministerieel besluit tot vaststelling van de definitieve lijsten voor de jaren 2008 en 2009 van sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 3, par. 4, van het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot invoering van een bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact

Afkondigingsdatum : 13/04/2011
Publicatiedatum : 20/04/2011

Gepubliceerd op 16-12-2016

  113