Raad van State schrapt onafhankelijke commissies voor toewijzing van sociale woningen in Brussel

Op vraag van het Brusselse OCMW vernietigt de Raad van State de bepalingen uit een besluit van 27 juni 2014 die betrekking hebben op de onafhankelijke toewijzingscommissies die sociale woningen toewijzen in het Brusselse, en op het maximumaantal woningen dat buiten de toewijzingsregels kan toegewezen worden om tegemoet te komen aan noodsituaties.

De vernietiging vloeit voort uit een eerdere vernietiging door het Grondwettelijk Hof.

Geen combinatie met een politiek mandaat

Het ‘besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 27 juni 2014’ legt regels vast voor het te huur stellen van woningen door openbare vastgoedoperatoren, zoals gemeenten en OCMW’s, en door sociale verhuurkantoren, zoals de sociale huisvestingsmaatschappijen in Brussel worden genoemd.

Artikel 8 van dat besluit bepaalt dat er met het oog op de toewijzing van woningen voor verhuur door een gemeente of OCMW, een onafhankelijke toewijzingscommissie wordt opgericht. De leden van die toewijzingscommissie mogen geen politiek mandaat uitoefenen (art. 8 BBR van 27 juni 2014).

Die bepalingen worden hernomen in bijlage 2 bij dat besluit, dat een ‘Modelreglement voor de toewijzing van gemeentelijke woningen’ oplegt. Daar staat ook nog dat de toewijzingscommissie moet bestaan uit gemeentelijke ambtenaren, ambtenaren van het OCMW, huisvestingsdeskundigen, vertegenwoordigers van de openbare vastgoedmaatschappijen, en leden van verenigingen die actief zijn op lokaal vlak. Maar niet uit politici (art. 8, §1 van bijlage 2 bij het BBR van 27 juni 2014).

In het ‘Modelreglement voor de toewijzing van woningen van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn’ vinden we dezelfde bepalingen terug (art. 8, §1 van bijlage 3 bij het BBR van 27 juni 2014).

Maximum voor noodopvang

In het modelreglement voor de OCMW’s staat ook nog dat het aantal woningen dat buiten de toewijzingsregels mag worden toegewezen omwille van ‘uiterste nood’ in geen geval hoger mag zijn dan 40% van het totaal aantal toewijzingen in het voorgaande jaar (art. 10, lid 2 van bijlage 3 bij het BBR van 27 juni 2014).

Vernietiging op vernietiging

De Raad van State vernietigt deze 3 bepalingen omdat ze geen rechtsgrond meer hebben. De 3 bepalingen waren immers een uitvoering van de artikelen 28bis en 31 van de Brusselse Huisvestingscode, maar die artikelen werden eerder al geheel (art. 28bis) of gedeeltelijk (art. 31) vernietigd door het Grondwettelijk Hof.

Er is dus geen rechtsgrond meer voor de onafhankelijke toewijzingscommissies, en er is dus ook geen reden meer om te eisen dat de leden van die commissies zich zouden onthouden van elk politiek mandaat.

De mogelijkheid tot noodopvang buiten de klassieke toewijzingsregels blijft bestaan, maar de beperking van het aantal noodwoningen tot 40% van het aantal toewijzingen van het jaar daarvoor, valt weg. Een OCMW kan vanaf nu dus ál zijn woningen volgens afwijkende regels toewijzen als daar goede redenen voor zijn. Bijvoorbeeld wanneer de woningen in een sociale woonwijk werden vernietigd door een brand of overstroming.

Bron:RvS 12 maart 2015, nr. 230.506 (FR).
Zie ook: Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke regering van 27 juni 2014 houdende de regels die van toepassing zijn op de woningen die door openbare vastgoedoperatoren en door sociale verhuurkantoren te huur worden gesteld, BS 30 juli 2014.

Carine Govaert

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende de regels die van toepassing zijn op de woningen die door openbare vastgoedoperatoren en door sociale verhuurkantoren te huur worden gesteld

Afkondigingsdatum : 27/06/2014
Publicatiedatum : 30/07/2014

Gepubliceerd op 17-04-2015

  67