Raad van State maakt toekenning van ‘oude’ groenestroomcertificaten mogelijk

Door een bepaling over groenestroomcertificaten met terugwerkende kracht te vernietigen, zorgt de Raad van State er volgens de Vlaamse regering voor “dat alle sinds augustus 2012 toegekende groenestroomcertificaten moeten worden herberekend. Dat zal volgens de regering leiden “tot een toevloed van het aantal certificaten, wat een aanzienlijk marktverstorend effect zou hebben (…) en waardoor de marktprijs zou kunnen kelderen”. De Raad van State vernietigt nochtans maar één zinnetje…

Vóór 1 januari 2013

De vernietiging gaat terug tot medio 2012, toen de Vlaamse overheid besliste om de toekenning van groenestroomcertificaten voor het opwekken van hernieuwbare energie te beperken in de tijd en om de certificaten via een bandingfactor af te stemmen op wat nodig is om de productie-installatie rendabel te maken.De maatregel trof vooral de producenten van grote installaties. Het verzoek tot vernietiging ging dan ook uit van de ‘Federatie Belgische Biogasinstallaties’ en 4 producenten van biogas.

Voor de installaties met startdatum vóór 1 januari 2013 werd er een aparte regeling uitgedokterd. Die installaties krijgen verder groenestroomcertificaten aan één certificaat per 1.000 kWh opgewekte stroom. Maar de toekenning houdt op 10 jaar na de eerste ingebruikname.

Verlenging mogelijk

De producenten van dergelijke installaties kunnen echter aan het Vlaams Energieagentschap vragen om de steunperiode met 2 keer vijf jaar te verlengen op basis van niet-gepresteerde vollestarturen. Tijdens die verlengingen wordt er wel rekening gehouden met een bandingfactor. Een verlenging is alleen mogelijk bij nog niet volledig afgeschreven investeringen van minstens 100.000 euro, die minstens 20% bedragen van de oorspronkelijke investering en die betrekking hebben op de essentiële componenten van de groenestroomproductie.

In artikel 34 van het besluit waarmee de decretale bepalingen werden uitgevoerd, preciseerde de regering dat er alleen rekening zou worden gehouden met de investeringen waarvoor de uitgaven vóór 1 januari 2013 plaatsvonden.

Vernietiging

Dat is volgens de Raad van State een bijkomende beperking die geen grond vindt in het energiedecreet. De Vlaamse regering is dus haar bevoegdheden te buiten gegaan en de Raad vernietigt, in de uitvoeringsbepaling, de zin: “De bijkomende investeringen komen enkel in aanmerking voor zover de uitgaven gebeurd zijn vóór 1 januari 2013”.

Na de wijziging door artikel 34 van het uitvoeringsbesluit en na de gedeeltelijke vernietiging door de Raad van State, luidt artikel 12.3.2, §2 van het energiebesluit voortaan: “Onder de voorwaarden, vermeld in artikel 7.1.1, § 1, vierde lid van het energiedecreet van 8 mei 2009 kan een eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen, bij het Vlaams Energieagentschap tweemaal een aanvraag indienen tot verlenging van de periode, vermeld in §1, met maximaal vijf jaar per aanvraag. Hij bewijst daarbij voor elke bijkomende termijn dat aan alle voorwaarden, vermeld in artikel 7.1.1, §1, vierde lid van het Energiedecreet van 8 mei 2009, is voldaan […]”.

Met terugwerkende kracht

De Raad van State ging niet in op de vraag van de Vlaamse regering om de gevolgen van de vernietigde bepalingen tijdelijk te handhaven.

Door de gedeeltelijke vernietiging hebben méér groenestroomproducenten recht op een verlenging van de steunperiode en dus op toekenning van extra groenestroomcertificaten. Het Vlaams Energieagentschap zal dus alle groenestroomcertificaten die werden toegekend aan installaties die vóór 1 januari 2013 in gebruik werden genomen, moeten herbekijken

Bron:RvS 16 maart 2017, nr. 237.667.
Zie ook:

Carine Govaert

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft de groenestroomcertificaten, de warmtekrachtcertificaten en de garanties van oorsprong

Afkondigingsdatum : 21/12/2012
Publicatiedatum : 31/12/2012

Gepubliceerd op 11-04-2017

  156