Raad van State beveelt schorsing maatwerkbesluit

In een arrest van 26 januari 2016 beveelt de Raad van State de schorsing van de tenuitvoerlegging van het maatwerkbesluit van 19 december 2014 en het bijhorend ministerieel besluit van 26 maart 2015. Volgens de Raad van State biedt de regeling onvoldoende rechtszekerheid voor de betrokken bedrijven.

Maatwerkdecreet

Het maatwerkdecreet van 12 juli 2013 hervormt de collectieve en professionele inschakeling in het arbeidsproces van personen die moeilijk toegang vinden tot de arbeidsmarkt. Het decreet voorziet in werkondersteunende maatregelen voor 3 categorieën van ‘doelgroepwerknemers’:

  • personen met een arbeidshandicap;
  • personen met een psychosociale arbeidsbeperking; en
  • ‘uiterst kwetsbare personen’.

Vóór de inwerkingtreding van het maatwerkdecreet op 1 april 2015 bestonden voor de tewerkstelling van die 3 doelgroepen afzonderlijke ‘werkvormen’, namelijk: beschutte werkplaatsen, sociale werkplaatsen en invoegbedrijven. Doordat het maatwerkdecreet dat onderscheid afgeschaft heeft, kunnen de betrokken ondernemingen personen uit de 3 doelgroepen aanwerven. Verder omschrijft de decreetgever de subsidievoorwaarden voor maatwerkbedrijven en maatwerkafdelingen, de werkondersteunende maatregelen, de organisatie-ondersteunende maatregelen, en de regels voor infrastructuurondersteuning.

Uitvoering

Het maatwerkdecreet werd uitgevoerd door een besluit van 19 december 2014 dat ook op 1 april 2015 in werking getreden is. En daarna heeft een besluit van 26 maart 2015 de lijst met indicaties vastgesteld om de behoefte aan werkondersteunende maatregelen te bepalen, en de ondersteuningsgraad die sommige categorieën van personen genieten bij hun aanwerving door een maatwerkbedrijf.

Beide besluiten lagen onder vuur. De nieuwe financieringswijze zou totaal ontoereikend zijn en zou leiden tot grote ongelijkheid in de sector. Met een arrest van 26 januari 2016 schorst de Raad van State de tenuitvoerlegging van de teksten op vraag van een paar vzw’s uit de sector.

Overgang

Het maatwerkdecreet heeft de Vlaamse Regering een mandaat gegeven om maatregelen te nemen om een coherente overgang van de bestaande naar de nieuwe regelgeving te organiseren. Het bestreden maatwerkbesluit voorziet dan ook in een overgangsregeling voor de periode van 2015 tot 2018 door middel van een tijdelijke vergoedingsregeling. Die moet in de eerste plaats de financiële stabiliteit en de leefbaarheid van de bestaande initiatieven garanderen.

Maar in de praktijk blijkt de toepassing van de regels voor heel wat moeilijkheden te zorgen. Voor heel wat maatwerkbedrijven kan de tijdelijke vergoeding bijvoorbeeld niet definitief bepaald worden. Er is dus eigenlijk geen coherente overgang van de oude naar de nieuwe regeling, terwijl het maatwerkdecreet dat wel vereist.

Een tussenkomende partij wijst op de (potentiële) omvang van het probleem: 27 van de 53 voormalige beschutte werkplaatsen en 26 van de 92 voormalige sociale werkplaatsen beroepen zich op de ‘atypische referteperiode’. Het gaat om een situatie waarbij de referteperiode niet representatief is voor de huidige toestand van het bedrijf, en daarom zouden ze aanspraak kunnen maken op een verhoogd subsidiebedrag. In totaal hebben 53 van de 145 werkplaatsen daaromtrent een dossier ingediend, en die omvang wordt door de bevoegde minister, zij het met nuance, bevestigd.

Raad van State

Op de terechtzitting is gebleken dat de minister aan de vzw’s in kwestie nog steeds geen (definitief) verwerbedrag heeft meegedeeld voor 2015. Wanneer, zoals de verwerende partij beweert, de ‘atypische situatie’ niet door het maatwerkbesluit geregeld wordt én er geen definitief bedrag kan worden vastgesteld in een individuele beslissing, dan valt volgens de Raad van State niet in te zien hoe de vereiste rechtszekerheid kan worden geboden. Het blijkt op de dag van de zitting nog steeds onmogelijk om de tijdelijke vergoeding vast te stellen en de raadsman van het Vlaamse Gewest maakt niet duidelijk dat daarin op korte termijn verandering in komt, aldus de Raad van State.

Los van de vraag of er ook sprake is van een ongerechtvaardigd verschil in behandeling, houdt de inwerkingtreding van het maatwerkdecreet op 1 april 2015 volgens de Raad van State een situatie in die de financiële leefbaarheid van de verzoekende partijen ernstig bedreigt.

Schorsing

De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging van:

  • het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014 ‘tot uitvoering van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling’;
  • het ministerieel besluit van 26 maart 2015 ‘tot uitvoering van artikel 13 en 51 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014 tot uitvoering van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling en het artikel 13 van het besluit van 19 december 2014 tot uitvoering van het decreet lokale diensteneconomie van 22 november 2013’.

De schorsing heeft tot gevolg dat deze besluiten voor de toekomst voorlopig geen rechtseffect meer hebben. Men moet dus terugkeren naar de vroegere regeling. Want in geval van schorsing ‘herleeft’ de bestaande regeling omdat ook de opheffingsbepalingen voorzien in het maatwerkbesluit geschorst worden.

De Raad van State besluit dat de rechtsonzekerheid waarop het Vlaamse Gewest zich beroept, niet wordt aangetoond, terwijl blijkt dat er wel degelijk rechtsonzekerheid is aangezien men de definitieve subsidiebedragen (voor 2015) per maatwerkbedrijf niet kan vaststellen, en dat op korte termijn ook niet mogelijk blijkt op grond van de bestreden regeling. Bovendien blijkt uit het aantal ingediende dossiers dat de huidige (overgangs)regeling niet de vereiste rechtszekerheid garandeert, aldus de Raad van State.

Bron:Arrest van de Raad van State van 26 januari 2016, BS 16 februari 2016 (uittreksel)
Zie ook: — Besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014 tot uitvoering van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling, BS 16 maart 2015— Ministerieel besluit van 26 maart 2015 tot uitvoering van artikel 13 en 51 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014 tot uitvoering van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling en het artikel 13 van het besluit van 19 december 2014 tot uitvoering van het decreet lokale diensteneconomie van 22 november 2013, BS 30 maart 2015

Steven Bellemans

Ministerieel besluit tot uitvoering van artikel 13 en 51 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014 tot uitvoering van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling en het artikel 13 van het besluit van 19 december 2014 tot uitvoering van het decreet lokale diensteneconomie van 22 november 2013

Afkondigingsdatum : 26/03/2015
Publicatiedatum : 30/03/2015

Gepubliceerd op 18-02-2016

  130