Publiek toezicht op bedrijfsrevisoren: uitwisseling van informatie met derde landen

Een KB van 25 april 2014 legt specifieke voorwaarden vast voor de uitwisseling van controle- en andere documenten die in het bezit zijn van bedrijfsrevisoren of auditkantoren met derde landen (geen EU-lidstaten). Het KB zet hiermee een deel van artikel 47 van de auditrichtlijn om in Belgisch recht.

Informatie aan organen van publiek toezicht

Het Instituut van de Bedrijfsrevisoren (IBR) deelt aan de ‘organen van publiek toezicht’ elke informatie mee, inclusief de vertrouwelijke, die deze organen vragen voor de uitoefening van hun wettelijke opdrachten. Deze organen mogen de ontvangen informatie alleen gebruiken voor de uitoefening van hun wettelijke opdrachten (art. 35, § 2, wet van 22 juli 1953, gecoördineerd op 30 april 2007).

De ‘organen van publiek toezicht’ zijn:

  • de minister van Economie;
  • de Procureur-generaal;
  • de Kamer van verwijzing en instaatstelling;
  • de Hoge Raad voor Economische Beroepen (HREB), en
  • het Advies- en controlecomité op de onafhankelijkheid van de commissaris en de tuchtinstanties.

De Procureur-generaal, de Kamer van verwijzing en instaatstelling en de tuchtinstanties spreken zich uit over individuele beslissingen inzake publiek toezicht. Ze zijn onderworpen aan het beroepsgeheim (art. 458, SW). Het beroepsgeheim geldt ook voor de HREB, maar enkel voor zijn opdracht op het vlak van nationale of internationale samenwerking (hoofdstuk IX, wet van 22 juli 1953, gecoördineerd op 30 april 2007) en voor zijn taken na het ontslag van een commissaris tijdens zijn opdracht (art. 135, § 2, W.Venn.).

De organen van publiek toezicht mogen de informatie die onder het beroepsgeheim valt aan geen enkele andere persoon of autoriteit openbaar maken, behalve wanneer dit voorzien is door een wet. Deze organen wisselen niet alleen onderling vertrouwelijke informatie uit, maar ook met de bevoegde autoriteiten van andere EU-lidstaten of van derde landen.

De organen van publiek toezicht mogen vertrouwelijke informatie die ze ontvangen in het kader van de opdrachten die hen zijn toevertrouwd door of krachtens de wet van 22 juli 1953, gecoördineerd op 30 april 2007, meedelen aan het IBR. Dit voor zover deze informatie noodzakelijk is voor de uitoefening van de opdrachten van het IBR.

De Hoge Raad voor de Economische Beroepen staat in voor de nationale samenwerking tussen de organen van publiek toezicht. De HREB is ook het contactpunt voor de samenwerking tussen de stelsels van publiek toezicht van de EU-lidstaten en van derde landen. De samenwerking heeft geen betrekking op de gerechtelijke strafdossiers in opsporingsonderzoek of onderzoek.

Samenwerking met derde landen

Het is de Kamer van verwijzing en instaatstelling die, op verzoek van een bevoegde autoriteit van een derde land, de controle- of andere documenten die in het bezit zijn van bedrijfsrevisoren zal bezorgen. Dat kan enkel als alle voorwaarden van artikel 77decies van de wet van 22 juli 1953, gecoördineerd op 30 april 2007, vervuld zijn.

Naast deze voorwaarden legt het KB van 25 april 2004 ook nog enkele specifieke voorwaarden vast voor de samenwerking met derde landen. Dit vooral met het oog op het beschermen van het bedrijfsgeheim en de vertrouwelijkheid van gegevens.

Werkregelingen

Het KB van 25 april 2004 bevat volgende specifieke voorwaarden voor de samenwerking met derde landen (art. 4, KB van 25 april 2014):

  • de controle- en andere documenten die in het bezit zijn van bedrijfsrevisoren of auditkantoren worden enkel overgemaakt indien de bevoegde autoriteit van het derde land de redenen in haar verzoek verstrekt die het verzoek tot toegang tot deze documenten verantwoorden;
  • de verzoekende autoriteit mag de overgedragen controle- of andere documenten enkel gebruiken voor de uitoefening van de opdrachten van publiek toezicht, kwaliteitscontrole en onderzoek die gelijkwaardig verklaard zijn overeenkomstig artikel 46, lid 2, van de auditrichtlijn;
  • de samenwerking vindt plaats onder de controle van de Kamer van verwijzing en instaatstelling. Zij beslist over het gevolg geven aan een verzoek tot samenwerking;
  • indien de verzoekende autoriteit vertrouwelijke informatie uit de controle- en andere documenten overmaakt aan andere autoriteiten om een wettelijke vereiste na te komen, kan deze informatie enkel door deze derde partij gebruikt worden onder dezelfde voorwaarden en volgens dezelfde beperkingen opgelegd aan de verzoekende autoriteit;
  • de verzoekende partij heeft de nodige veiligheidsmaatregelen getroffen om de vertrouwelijkheid van de overgedragen controle- en andere documenten te verzekeren;
  • het verzoek kan worden geweigerd indien:
    • de verstrekking van de gevraagde documenten vatbaar is voor het aantasten van de soevereiniteit, de veiligheid of de openbare orde van België of van de andere EU-lidstaten;
    • in België voor dezelfde handelingen en tegen dezelfde personen als deze bedoeld in het verzoek, al een gerechtelijke procedure (incl. een strafrechtelijke) is ingeleid;
    • een beslissing van de Belgische bevoegde autoriteiten voor dezelfde handelingen en tegen dezelfde personen als deze bedoeld in het verzoek, in kracht van gewijsde is gegaan.

Indien een besluit van adequaatheid van een derde land een specifieke vorm van samenwerking voorziet, herneemt het samenwerkingsakkoord de specifieke regelingen die vermeld zijn in dat besluit.

Bovenstaande voorwaarden zijn van toepassing onverminderd de naleving van de voorafgaande voorwaarden bedoeld in het artikel 77decies van de wet van 22 juli 1953, gecoördineerd op 30 april 2007.

Het samenwerkingsakkoord met de autoriteit van een derde land dat niet adequaat verklaard is inzake de behandeling van persoonsgegevens, moet nog extra bindende bepalingen bevatten (art. 6, KB van 25 april 2014). Deze vereisten kunnen ook vermeld worden in een afzonderlijk akkoord met een bindend karakter.

Procedure

De Kamer van verwijzing en instaatstelling is voor ons land bevoegd om een samenwerkingsakkoord met derde landen te ondertekenen. Ze informeert de minister van Economie en de HREB minstens 15 dagen vóór de ondertekening van het akkoord. De minister informeert op zijn beurt de organen van het systeem van publiek toezicht.

Het samenwerkingsakkoord met een autoriteit van een derde land wordt vooraf voor advies voorgelegd aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Elk samenwerkingsakkoord, zijn eventuele bijlagen en het akkoord inzake de bescherming van de persoonsgegevens, wordt gepubliceerd op de website van het Belgisch systeem van publiek toezicht.

In werking

Het KB van 25 april 2014 treedt in werking op 30 mei 2014, tien dagen na zijn publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron:Koninklijk besluit van 25 april 2014 tot uitvoering van artikel 77decies van de wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren en organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor, gecoördineerd op 30 april 2007, BS 20 mei 2014.
Zie ook:– Wet van 12 maart 2012 tot wijziging van de wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een Instituut van de bedrijfsrevisoren en organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor, gecoördineerd op 30 april 2007, BS 22 maart 2012. – Wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, BS 18 maart 1993 (privacywet) – art. 1 en art. 22– Wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een Instituut van de bedrijfsrevisoren en organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor, gecoördineerd op 30 april 2007, BS 24 mei 2007; Err. BS 10 juli 2007 – art. 77decies. – Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad, Pb.L. 157, 9 juni 2006, afl. 157, 87-107 (auditrichtlijn) – art. 46 en art. 47

Christine Van Geel

Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 77decies van de wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een instituut van de Bedrijfsrevisoren en organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor, gecoördineerd op 30 april 2007

Afkondigingsdatum : 25/04/2014
Publicatiedatum : 20/05/2014

Gepubliceerd op 22-05-2014

  75