Procureurs-generaal en hun magistraten worden officieren van gerechtelijke politie (art. 2 en 3 Potpourri III-wet)

De procureurs-generaal en de andere magistraten van de parketten-generaal en auditoraten-generaal krijgen de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie. Zij krijgen allemaal het recht om politie- en inspectiediensten te vorderen.

Officier van gerechtelijke politie

De procureurs-generaal en de andere magistraten van de parketten-generaal en auditoraten-generaal mogen zich voortaan ook officier van gerechtelijke politie noemen. Concreet gaat het om de procureurs-generaal, de eerste advocaten-generaal, de advocaten-generaal, de substituten-procureur-generaal en de substituten-generaal.

Vorderen van inspectie- en politiediensten

De bevoegdheid van de procureur des Konings om inspectie- en politiediensten te vorderen komt voortaan ook toe aan de procureurs-generaal en de andere magistraten van de parketten-generaal en auditoraten-generaal. Ook zij kunnen dus voortaan de politiediensten en alle andere officieren van gerechtelijke politie vorderen om de voor een opsporingsonderzoek noodzakelijke handelingen van gerechtelijke politie te stellen.

Reden

Door de magistraten van de parketten-generaal en de auditoraten-generaal de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie te geven en hen de mogelijkheid te geven om politiediensten te vorderen, vereenvoudigen de werkprocessen bij het openbaar ministerie. De systematische tussenkomst van de parketten van eerste aanleg voor de uitvoering van onderzoeksdaden wordt hiermee afgebouwd.

Vooral in het kader van de integrale behandeling van strafzaken heeft de nieuwe regeling zijn nut. Parketmagistraten kunnen over de arrondissementsgrenzen heen (horizontale integratie) en over de grenzen van eerste en tweede aanleg heen (verticale integratie) een strafdossier behandelen. Om elke betwisting over de regelmatigheid van daden van gerechtelijke politie die de magistraten van het parket-generaal en het auditoraat-generaal in dat kader stellen of laten stellen, is het nuttig dat zij de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie krijgen.

De nieuw regeling heeft ook haar voordelen op een aantal andere vlakken. Bijvoorbeeld bij de strafonderzoeken inzake voorrecht van rechtsmacht en bij de strafbare feiten van ministers. De daden van vervolging en onderzoek komen in die gevallen toe aan de procureur-generaal in plaats van aan de procureur des Konings. Het is dan ook logischer dat de procureur-generaal en zijn magistraten de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie krijgen.

Tot slot is de nieuwe regeling ook onder meer interessant bij aanvullende onderzoeksdaden. Wanneer het hof van beroep het strafdossier vervolledigd wil zien met een aantal elementen waarvoor een aanvullend onderzoek nodig is moesten de magistraten van het parket-generaal en het auditoraat-generaal zich tot nu wenden tot het parket van eerste aanleg of het arbeidsauditoraat om die opdrachten te geven. Die tussenstap is niet meer nodig als ze zelf officier van gerechtelijke politie zijn.

Inwerkingtreding

De artikelen 2 en 3 van de wet van 4 mei 2016 treden in werking op 23 mei 2016.

Bron:Wet van 4 mei 2016 houdende internering en diverse bepalingen inzake Justitie, BS 13 mei 2016 (art. 2 en 3 Potpourri III-wet)
Zie ook:Sv. (art. 9 en 364)

Ilse Vogelaere

Wet houdende internering en diverse bepalingen inzake Justitie

Afkondigingsdatum : 04/05/2016
Publicatiedatum : 13/05/2016

Gepubliceerd op 19-05-2016

  851