‘Papieren graag’: Douaneambtenaren mogen identiteit controleren (art. 33 DB Fiscaal)

Wet houdende diverse fiscale bepalingen en tot wijziging van artikel 1, § 1ter, van de wet van 5 april 1955

Belgisch Staatsblad. – De ambtenaren van Douane en Accijnzen mogen vanaf nu de identiteitspapieren opvragen van de personen waarvan zij vermoeden – of waarvan zij zeker weten – dat die betrokken zijn bij de illegale handel in goederen, planten of dieren.
Maar alleen onder voorwaarden.

Eerste beperking: de ambtenaren van douane en accijnzen hebben enkel de bevoegdheid om een identiteitsbewijs – identiteitskaart, paspoort of andere document dat de identiteit aantoont – te vrágen.
Als de betrokkene weigert, of als er twijfel bestaat over zijn werkelijke identiteit, moet de politie erbij geroepen worden.
Op een weigering staat overigens een boete van 625 tot 3.125 euro.

Tweede beperking: de identiteitscontrole moet passen in een douane- of accijnscontrole.
In de toelichting hamert de vertegenwoordiger van de minister erop dat de nieuwe bevoegdheid géén impact heeft op de controletaken van de douaneambtenaren in niet-fiscale zaken, zoals onderzoeken naar drugsprecursoren, economische vergunningen, afval, handel in beschermde wilde dieren of planten, of namaakartikelen.

Derde beperking: de ambtenaren mogen de identiteitsbewijzen alleen inhouden voor de tijd die nodig is om de identiteit te verifiëren. Zij mogen de identiteitsgegevens ook niet langer bewaren dan nodig is. Dat is: ten hoogste één jaar na de definitieve beëindiging van de procedure, wanneer er een gerechtelijke of administratieve procedure werd opgestart.

De ambtenaren krijgen wel het recht om een persoon gedurende 2 uur vast te houden en dit:
  • Als die persoon weigert om zijn identiteit te bewijzen.
  • Als hij zijn identiteit niet kán bewijzen (omdat hij bv. geen papieren bij zich heeft).
  • Of als de ambtenaren twijfelen aan zijn werkelijke identiteit (hij heeft mogelijks vervalste documenten bij zich).
Die termijn van maximum 2 uur geeft de douane de gelegenheid om de komst van de politie af te wachten, of om de betrokkene zelf te gaan afleveren bij de politie. Lukt dat niet binnen die termijn, dan moet Douane en Accijnzen de verdachte persoon laten gaan.

Vierde en vijfde beperking: de verdachte persoon moet op voorhand op de hoogte gebracht worden van de mogelijkheid tot ‘vatting’, zodat hij misschien op andere gedachten kan komen. En tot de politie komt, wordt de betrokkene aan het zicht van het grote publiek onttrokken. Hij mag echter niet opgesloten of ergens aan vastgemaakt worden.

– België
– Vanaf 16 mei 2019

Carine Govaert
  103