Overlegplatform voor woonactoren en financiering van shm’s in één uitvoeringsbesluit

Voormalig minister van Wonen, Freya Van Den Bossche, heeft nog gauw de samenstelling bekendgemaakt van het Overlegplatform Sociaal Wonen. Terzelfder tijd stemt ze enkele uitvoeringsbepalingen af op het nieuwe Financieringsbesluit voor de sociale huisvestingsmaatschappijen.

Overlegplatform Sociaal Wonen

Begin 2012 besliste de Vlaamse regering al om een Overlegplatform Sociaal Wonen op te richten, waarin zowel de sociale, als de private woonactoren vertegenwoordigd zouden zijn. Het was uiteindelijk wachten op het ministerieel besluit van 27 mei 2014 om de precieze samenstelling van dat overlegplatform te kennen.

Het platform zal 14 leden tellen. Namelijk vertegenwoordigers van:

  • Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW) (6);
  • Vereniging van Vlaamse Huisvestingsmaatschappijen (3);
  • Vlaamse Erkende Maatschappijen (2);
  • Vlaams Woningfonds (VWF) (1);
  • Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) (1); en
  • Huurpunt vzw (1).

De precieze namen werden nog niet gepubliceerd. Maar vast staat dat de private woonsector niet echt aan bod komt. Logisch, want volgens het Financieringsbesluit krijgt elke actor inspraak volgens het deel dat hij bijdraagt in de beheervergoeding voor de VMSW. De VMSW kwam ten aanzien van de private woonactoren alleen tussen bij de attestering van de sociale woningen die zij realiseerden in uitvoering van hun sociale last. Daarvoor betaalden de private actoren een (beheer-)vergoeding. Maar aangezien de regels op de sociale last vernietigd werden door het Grondwettelijk Hof, zijn de private bouwpromotoren geen vergoeding meer verschuldigd aan de VMSW.

De minister wil het Overlegplatform Sociaal Wonen uitbouwen tot een onderzoeks- en adviesorgaan, dat onder meer advies zal verlenen aan de VMSW.

Gewestelijke sociale correctie (GSC)

Sociale huisvestingsmaatschappijen worden op 2 manieren gefinancierd: via rechtstreekse subsidies, en via het mechanisme van de gewestelijke sociale correctie (GSC). Via de gewestelijke sociale correctie past de overheid bepaalde tekorten bij. Op basis van de gegevens die de shm’s verstrekken, berekent de VMSW een GSC-voorschot voor het lopende jaar, waarna er een definitieve afrekening volgt in het daaropvolgende jaar. De procedure voor de toekenning van het voorschot en van de definitieve afrekening wordt op enkele puntjes gewijzigd. De belangrijkste wijziging is wellicht dat de definitieve afrekeningen vanaf nu maar tegen 30 juni worden opgemaakt, in plaats van tegen eind maart. De shm’s zullen dus langer op hun geld moeten wachten.

Attest nodig voor gesubsidieerde verwerving

Als een sociale huisvestingsmaatschappij subsidies krijgt voor het verwerven van onroerende goederen, om zo sociale koopwoningen, sociale kavels of gemeenschapsvoorzieningen te kunnen realiseren, moet zij voortaan een attest bij haar subsidieaanvraag voegen. Dat attest bewijst dat de aankoop of andere verwerving voldoet aan de criteria uit het Financieringsbesluit. Het gewest wil namelijk alleen tussenkomen als de verworven gebouwen rijp zijn voor de sloop, als ze grondig gerenoveerd moeten worden, enzovoort. Het attest wordt uitgereikt door het agentschap Wonen-Vlaanderen.

Financieringsformules

Het ministerieel besluit herneemt tot slot de formule die toelaat om het exacte subsidiepercentage te berekenen bij infrastructuurwerken, gemeenschapsvoorzieningen en aanpassingswerken aan de woonomgeving die niet alleen het sociaal woonproject ten goede komen, maar ook andere gemeenschappelijke of private belangen.En het voert een nieuwe formule in voor de berekening van de subsidies voor het bouwrijp maken van gronden en het slopen van de constructies die er nog opstaan, wanneer dit zowel de belangen van het sociale woonproject, als andere belangen ten goede komt.

Het ministerieel besluit voert ook prijsplafonds in voor bouw- en renovatiewerken.

Verkoop aan aanpalende eigenaars

Als de VMSW of de sociale huisvestingsmaatschappijen gronden wilden verkopen die omwille van hun omvang of ligging niet meer van nut waren voor de sociale huisvesting, mochten zij die gronden aanbieden aan de aanpalende eigenaars en hen een bod laten doen. De verkoopprijs moest in elk geval minstens de schattingsprijs bedragen. Het nieuwe MB nuanceert dit.

De VMSW en de sociale huisvestingsmaatschappijen mogen hun gronden alleen nog aanbieden aan de buren:

  • als de openbare verkoop niet de venale waarde oplevert; of
  • als de kosten voor het organiseren van een openbare verkoop niet in verhouding staan tot de venale waarde van de grond.
Als de grond bovendien een ‘onlosmakelijk geheel vormt met de sociale woning’, moet hij aangeboden worden aan de eigenaar van de sociale woning.

De minister eist anderzijds niet meer dat de verkoopprijs, de schattingsprijs evenaart. Immers, bij andere onderhandse verkopen kan men ook afwijken van de schattingsprijs.

Ruilrecht

Het nieuwe MB herneemt tot slot het ruilrecht van de shm’s, zonder inhoudelijke wijzigingen. De VMSW en de sociale huisvestingsmaatschappijen mogen dus nog steeds onroerende goederen ruilen, onder elkaar of met andere instanties, op voorwaarde dat de ruil kadert in hun sociale opdracht.

Sinds 14 september

Het ‘ministerieel besluit van 27 mei 2014 betreffende de uitvoering van diverse besluiten met betrekking tot het woonbeleid in Vlaanderen’ trad in werking op 14 september 2014.

Bron:Ministerieel besluit van 27 mei 2014 betreffende de uitvoering van diverse besluiten met betrekking tot het woonbeleid in Vlaanderen, BS 4 september 2014.
Zie ook:
  • Besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2012 tot vaststelling van nadere regels voor de bijdragen van de sociale woonactoren en de private actoren in de financiering van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, BS 2 februari 2012 (m.b.t. de beheervergoeding voor de VMSW).
  • Besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2012 houdende de financiering van verrichtingen in het kader van sociale woonprojecten en de daaraan verbonden werkingskosten, BS 15 januari 2013 (nieuwe Financieringsbesluit).
  • Ministerieel besluit van 22 oktober 2008 tot bepaling van nadere regels met betrekking tot de interne beheersaspecten en de onroerende transacties van de sociale huisvestingsmaatschappijen, BS 28 oktober 2008 (opgeheven art. 19 en 21 van het MB van 22 oktober 2008).
  • Ministerieel besluit van 9 december 2008 tot bepaling van de vorowaarden voor de vaststelling van het voorschot op de gewestelijke sociale correctie (GSC) en voor de berekening van de definitieve gewestelijke sociale correctie, BS 2 december 2009 (opgeheven art. 2 t.e.m.6 van het MB van 9 december 2008).
  • Ministerieel besluit van 9 december 2008 houdende uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 houdende de procedure voor de planning, de vaststelling en de goedkeuring van de uitvoeringsprogramma’s in het kader van de planmatige realisatie van sociale woonprojecten en houdende de financiering van verrichtingen in het kader van sociale woonprojecten, BS 17 december 2008 (opgeheven MB).

Carine Govaert

Ministerieel besluit houdende de uitvoering van diverse besluiten met betrekking tot het woonbeleid in Vlaanderen

Afkondigingsdatum : 27/05/2014
Publicatiedatum : 04/09/2014

Gepubliceerd op 29-09-2014

  126