Ordemaatregelen en sancties voor meer veiligheid in asielcentra

Sinds 4 augustus 2014 kunnen asielcentra ordemaatregelen en sancties opleggen aan bewoners die de orde, veiligheid en rust verstoren. Dat is ruim 7 jaar nadat daarvoor een wettelijke basis werd gecreëerd in de Opvangwet.

Op papier gelden de bepalingen sinds 1 juni 2007. Maar ze konden nog nooit effectief worden toegepast. Tot op vandaag bestond er immers geen KB met de precieze toepassingsregels. Een situatie die de sector de voorbije jaren herhaaldelijk tot actie heeft gedwongen.

Ordemaatregelen

De directeur of de verantwoordelijke van de opvangstructuur (op de persoon die hij hiervoor aanwijst) kan ordemaatregelen opleggen wanneer de regels van het gemeenschapsleven uit het huishoudelijk reglement niet meer voldoende zijn om de orde, veiligheid en rust in de instelling te bewaren. Meestal gaat het dan om incidenten waarbij geweld of agressie wordt gebruikt.

In die gevallen kan een algemene of specifieke maatregel volgen. Algemene maatregelen richten zich niet tot één bewoner in het bijzonder en zijn in de eerste plaats gericht op het herstellen van de veiligheid. Bijvoorbeeld de overplaatsing van bewoners van de ene naar de andere vleugel wegens stabiliteitsproblemen van het gebouw. Specifieke maatregelen richten zich wel naar één iemand in het bijzonder en zijn afhankelijk van het gedrag van de betrokkene. Er kan bijvoorbeeld worden gekozen om iemand te verwijderen van zijn medebewoners omdat die te gevaarlijk is.

Vooraleer zo’n specifieke maatregel mag worden opgelegd, moet de betrokkene in principe worden gehoord. Die kan zich tijdens het gesprek laten bijstaan door een persoon naar keuze. In noodgevallen kan het gesprek achterwege worden gelaten. Maar wanneer de betrokkene er binnen de 48uur toch om vraagt, moet een onderhoud volgen.

Iedere ordemaatregel wordt schriftelijk gemotiveerd en verduidelijkt de geldigheidsduur ervan. Ordemaatregelen worden niet opgenomen in het sociaal dossier van de asielzoeker.

Sancties

Bij ernstige inbreuken op de regels die van toepassing zijn in het centrum, kan de directeur of de verantwoordelijke een sanctie opleggen. Gaande van een formele verwittiging met vermelding in het sociaal dossier tot uitsluiting van het recht op materiële hulp in een opvangstructuur gedurende één maand.

Het personeel dat te maken krijgt met een ernstige inbreuk moet dit schriftelijk melden aan de directeur of verantwoordelijke. Een verslag geeft een overzicht van de feiten. Vindt de directeur of de verantwoordelijke dat een sanctie nodig is, dan wordt de betrokkene daarvan op de hoogte gebracht en uitgenodigd voor een gesprek. Ook hier is bijstand door een persoon naar keuze mogelijk.

Een beslissing volgt pas na het gesprek. In uitzonderlijke gevallen kan de directeur of verantwoordelijke zich ook uitspreken op basis van de stukken.

De betrokkene wordt op de hoogte gebracht van de schriftelijke beslissing door persoonlijke overhandiging tegen ontvangstbewijs door de directeur of de verantwoordelijke (of de persoon die hij daarvoor aanwijst) of per aangetekende brief aan de gekozen woonplaats.

Belangrijk bij de sanctieprocedure is dat iemand slechts één keer voor hetzelfde feit kan worden gesanctioneerd. Bij samenloop geldt de sanctie voor de zwaarste overtreding.

Een sanctie kan bovendien alleen betrekking hebben op feiten die zich hebben afgespeeld of werden vastgesteld binnen de 3 maanden voor de datum waarop de vordering werd ingesteld.

Wordt een overtreding gepleegd t.a.v. de directeur of de verantwoordelijk dan wordt hun rol overgenomen door een andere persoon, intern of extern aan de opvangstructuur, aangesteld door Fedasil (of een partner).

Klachtenprocedure

Bewoners die een klacht hebben over de levensomstandigheden of de toepassing van het huishoudelijk reglement kunnen een procedure opstarten bij de directeur of de verantwoordelijke van het centrum. Die zal eerst proberen om de problemen via verzoening en bemiddeling in der minne op te lossen. Wordt geen gevolg gegeven aan de klacht dan richt de bewoner zich tot de Directeur-generaal van Fedasil (of de partner).

Ieder opvangcentrum is verplicht een klachtenregister bij te houden. Dit register wordt jaarlijks aan de Directeur-generaal bezorgd.

4 augustus 2014

Het KB van 15 mei 2014 is op 4 augustus in werking getreden, 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron:Koninklijk besluit van 15 mei 2014 betreffende de procedures voor ordemaatregelen, sancties en de behandeling van klachten van begunstigden van opvang, BS 25 juli 2014.
Zie ook Wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen, BS 7 mei 2007. (Opvangwet, art. 44-48) Koninklijk besluit van 9 april 2007 tot bepaling van de datum van de inwerkingtreding van de bepalingen van de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van de asielzoekers en bepaalde andere categorieën van vreemdelingen, BS 7 mei 2007.

Laure Lemmens

Koninklijk besluit betreffende de procedures voor ordemaatregelen, sancties en de behandeling van klachten van begunstigden van opvang

Afkondigingsdatum : 15/05/2014
Publicatiedatum : 25/07/2014

Gepubliceerd op 08-08-2014

  146