Opnieuw vrijstelling voor werkloze mantelzorgers

De ‘vrijstelling om sociale en familiale redenen’ werd afgeschaft op 1 januari 2015. Daardoor zijn werkzoekende mantelzorgers niet langer vrijgesteld van onder andere de verplichting om passief en actief beschikbaar te zijn voor de arbeidsmarkt.

Maar die maatregel werd algemeen bestempeld als ‘asociaal’ en dus komt er een correctie met terugwerkende kracht. Het nieuwe KB van 15 april 2015 treedt in werking op 1 januari 2015.

Volledig werkloze die mantelzorg verleent

In de aanhef van de nieuwe tekst heeft men het over een ‘breed gedragen maatschappelijke reactie’ die aantoont dat er een regeling moest komen voor ‘behartenswaardige situaties van werkelijke mantelzorg door werklozen’.

Dit betekent dat een paar opgeheven bepalingen uit het werkloosheidsbesluit van 25 november 1991 hersteld worden. Daardoor kan de ‘volledig werkloze die mantelzorg verleent’ op zijn vraag vrijgesteld worden van een reeks verplichtingen. Men heeft het dus niet langer over de ‘volledig werkloze die zich in een toestand bevindt die moeilijkheden veroorzaakt op sociaal en familiaal vlak’.

Mantelzorg wordt omschreven als het effectief, doorlopend en regelmatig verlenen van:

  • palliatieve zorg;
  • zorg aan een gezinslid dat, of aan een bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad die, zwaar ziek is;
  • zorg aan een gehandicapt kind dat jonger is dan 21 jaar.

De vrijstelling belet niet dat bijvoorbeeld de verplichtingen rond beschikbaarheid toch toegepast worden indien het gaat om feiten die zich voordeden vóór de aanvangsdatum van de vrijstelling.

Verklaring op eer

De vraag om vrijstelling moet vooraf op het werkloosheidsbureau toekomen en moet een verklaring op eer bevatten waarin de werkloze zich ertoe verbindt dat hij de zorg effectief zal verlenen.

Er zijn ook attesten vereist:

  • een medisch attest waarin vermeld wordt dat de met naam genoemde persoon palliatieve zorg of zorg als zware zieke nodig heeft;
  • een attest dat aantoont dat het kind een aandoening heeft die voor gevolg heeft dat er minstens 4 punten worden toegekend in pijler I van de medisch-sociale schaal, in de zin van de reglementering op de kinderbijslag.

De opvolgingsprocedure voor het actief zoekgedrag naar werk wordt opgeschort tijdens de periode waarin de werkloze een vrijstelling voor mantelzorg geniet. Let wel: het wijzigings-KB bepaalt uitdrukkelijk dat eenzelfde toestand geen aanleiding kan geven tot de gelijktijdige toekenning van een vrijstelling aan meerdere werklozen.

Vrijstelling

De vrijstelling wordt toegekend voor 1 tot 2 maanden per persoon die palliatieve zorg nodig heeft. In de andere gevallen is dat 3 tot 12 maanden per aanvraag.

Bij een vrijstelling van 1 maand bij palliatieve zorg is een ononderbroken verlenging met 1 maand mogelijk. Bij de andere vrijstellingen is een ononderbroken verlenging met 3 tot 12 maanden mogelijk. Deze verlenging is hernieuwbaar, maar de vrijstelling mag nooit langer dan 48 maanden duren.

De vrijstelling kan stoppen, zelfs vóór het verstrijken van de minimumtermijnen, wanneer:

  • de feitelijke situatie die aanleiding gaf tot de vrijstelling door een niet-voorziene gebeurtenis niet langer bestaat;
  • een geneesheer die door het beheerscomité voor het werkloosheidsbureau werd aangesteld, heeft vastgesteld dat het attest er niet toe leidt dat de genoemde persoon palliatieve zorg of zorg als zware zieke nodig heeft. De geneesheer kan bijkomende inlichtingen inwinnen bij de geneesheer die het attest heeft opgesteld.

Tot slot komt het bedrag van de werkloosheidsuitkering aan bod. Het dagbedrag van de werkloosheidsuitkering van de werknemer die geniet van de ‘nieuwe’ vrijstelling wordt vastgepind op:

  • 7,75 euro in geval van palliatieve zorg;
  • 7,75 euro in de andere gevallen gedurende de eerste 24 maanden van de vrijstelling, en 6,29 euro vanaf de 25ste maand van vrijstelling.

Kortom: dankzij het nieuwe KB kan de werkloze tijdens een beperkte periode zorg verlenen met behoud van een beperkte forfaitaire werkloosheidsuitkering en met vrijstelling van een aantal verplichtingen.

Bron:Koninklijk besluit van 15 april 2015 tot wijziging van de artikelen 63, 114 en 116 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering en tot herstel van de artikelen 90 en 125 in hetzelfde besluit in het kader van de mantelzorg, BS 22 april 2015
Zie ook: — Koninklijk besluit van 30 december 2014 tot wijziging van de artikelen 36, 59bis, 59bis/1, 63, 64, 71bis, 72, 89bis, 114, 116, 126, 131bis, 153, 154, 155 en 157bis van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering en tot opheffing van de artikelen 89, 90 en 125 in hetzelfde besluit, BS 31 december 2014— Koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, BS 31 december 1991 (werkloosheidsbesluit)

Steven Bellemans

Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 63, 114 en 116 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering en tot herstel van de artikelen 90 en 125 in hetzelfde besluit in het kader van de mantelzorg

Afkondigingsdatum : 15/04/2015
Publicatiedatum : 22/04/2015

Gepubliceerd op 24-04-2015

  180