Opnieuw rechtsgrond voor aanrekening administratieve kosten in strafzaken

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken

Strafrechters moeten veroordeelden in criminele, correctionele en politiezaken altijd een vaste vergoeding van 50 euro aanrekenen om de administratieve kosten te dekken. De overheid krijgt in criminele en correctionele strafzaken correspondentiekosten aangerekend (max. 10% van de gezamenlijke kosten). Dat is al jaren zo. En de regeling blijft ook onveranderd bestaan.

Maar omdat het Hof van Cassatie in een recent arrest van 19 mei 2020 heeft geoordeeld dat deze kostenveroordeling sinds de publicatie van het KB van 15 december 2019 (dat vanaf 1 januari 2020 nieuwe regels oplegt voor de toekenning, verificatie, betaling en terugvordering van gerechtskosten in strafzaken) geen rechtsgrond meer heeft, wordt die nu hersteld.

Zonder een eenduidige juridische basis in het KB van 28 december 1950 met het Algemeen Reglement op de gerechtskosten in Strafzaken mogen de kosten eigenlijk niet meer worden aangerekend, wat een aanzienlijk inkomstenverlies zou betekenen voor de Schatkist.

Het KB van 28 augustus 2020 dat de aanrekening van deze administratieve kosten opnieuw een rechtsgrond geeft, treedt in werking op 3 september 2020.

Laure Lemmens
Wolters Kluwer
  93