Ook federaal parlement stemt in met afspraken rond één-loket

De federale overheid en de gemeenschappen en gewesten hebben samen afgesproken hoe ze bepaalde elementen uit de Dienstenrichtlijn van 2006 gaan implementeren. De laatste instemmingsakten met dit samenwerkingsakkoord zijn nu ook gepubliceerd. Het gaat om die van het federaal parlement en van de Franse Gemeenschapscommissie. In het samenwerkingsakkoord zijn concrete afspraken gemaakt rond de organisatie van het één-loket. Er komt ook een productencatalogus en een website die de dienstverrichters de nodige informatie geeft om hier in ons land actief te kunnen zijn. En er zijn afspraken gemaakt om hun administratieve lasten te verminderen en de informaticatoepassingen te vereenvoudigen.

Eén-loket

De Dienstenrichtlijn, de zgn. Bolkesteinrichtlijn, schrijft voor dat elke dienstverlener via één aanspreekpunt alle (vergunnings-)procedures en formaliteiten kan afwikkelen. Bij dit centrale aanspreekpunt moet ook alle relevante informatie kunnen worden verkregen. Een dergelijk centraal aanspreekpunt vereenvoudigt de toegang tot en de uitoefening van dienstenactiviteiten voor elke dienstverlener.

Ons land wijst die functie toe aan de ondernemingsloketten. Zij worden voor die taken trouwens één-loketten genoemd.

Ondernemingsloketten die op 9 september 2008 erkend zijn als ondernemingsloket zijn ook van rechtswege erkend als één-loket onder de voorwaarden die golden op de dag van de erkenning. En dit tot 31 december 2014.

Er komt een gemeenschappelijke erkenningscommissie voor de één-loketten. Met de Algemene Directie KMO-beleid van de FOD Economie als voorzitter. Elke partij bij het samenwerkingsakkoord heeft er inspraak.

Concreet zal de erkenningscommissie een lastenboek opstellen voor de één-loket-taken die aan de ondernemingsloketten worden toegewezen. Dat lastenboek zal als basis dienen om een nieuwe erkenningsprocedure voor de loketten op te starten. De commissie geeft bindende adviezen over intrekkingen of schorsingen van de erkenning van de ondernemingsloketten, voor wat betreft de taken als één-loket. En ze adviseert over de algemene horizontale coördinatie van de controle en het toezicht op de ondernemingsloketten.

In het akkoord staan ook afspraken over de precieze bevoegdheden van de één-loketten. Elke partij bepaalt – voor haar bevoegdheden – welke procedures, formaliteiten en vergunningen via de één-loketten worden afgewikkeld. Voor elk van die zaken bepaalt elke overheid de omvang van de opdracht en de verrichtingen die van het één-loket worden verwacht.

Iedere partij bezorgt de één-loketten de informatie die ze nodig hebben en organiseert een helpdesk om de loketten te ondersteunen.

Elke partij staat zelf in voor de controle en het toezicht op de goede uitvoering van de opdrachten die ze aan het één-loket toevertrouwt. Het toezicht op de naleving van de horizontale en gemeenschappelijke erkenningsvoorwaarden is in handen van de FOD Economie.

Het samenwerkingsakkoord werkt ook een financieringsregeling uit. Elke partij legt – na overleg met de gemeenschappelijke erkenningscommissie – zelf de tarieven van de administratieve handelingen van het één-loket vast. Ze bepaalt ook de vergoedingen die de één-loketten als tegenprestatie voor hun dienstverlening mogen aanrekenen. De kosten voor de aanvragers moeten redelijk en evenredig zijn met de kosten van de vergunningsprocedure in kwestie.

Informatie

De federale overheid ontwikkelt een gemeenschappelijke productencatalogus en een gemeenschappelijke website. Dit alles in overleg en in samenwerking met de gemeenschappen en gewesten.

Partijen zorgen ervoor dat de dienstverrichters en afnemers via die kanalen gemakkelijk toegang krijgen tot bv.

  • de eisen die voor de op hun grondgebied gevestigde dienstverleners gelden;
  • de adresgegevens van de bevoegde instanties zodat ze rechtstreeks met hen contact kunnen nemen;
  • de rechtsmiddelen om geschillen tussen bv. de instanties en de dienstverrichters of afnemers op te lossen;
  • de adresgegevens van verenigingen of organisaties bij wie men praktische bijstand kan krijgen

Concreet vindt men in de productencatalogus onder meer alle procedures, vergunningen, verplichtingen en eisen terug die vallen onder het toepassingsgebied van de dienstenrichtlijn. Maar men kan er ook terecht voor zaken die niet strikt onder de dienstenrichtlijn vallen maar waarvan men vindt dat die informatie wel belangrijk is voor de dienstverrichters.

Iedere partij staat - voor de zaken die onder haar bevoegdheden vallen - zelf in voor het aanleveren en actualiseren van de informatie (in twee talen). De federale overheid zorgt voor de algemene coördinatie en voor de vertaling naar de twee andere talen. De informatie moet immers in het Nederlands, Frans, Engels en Duits ter beschikking zijn.

Het akkoord voorziet ook in hergebruikregels voor de informatie in de productencatalogus.

Er is een federale website met allerhande informatie. Elke andere partij kan een gelijkaardig initiatief nemen, en mag hierbij de informatie uit de productencatalogus gebruiken.

Administratieve lasten

Het samenwerkingsakkoord wil onnodige administratieve lasten voor de dienstverlener vermijden.

Alle partijen komen daarom overeen om geen informatie, attesten, stukken of gegevens op te vragen bij de dienstverrichter als een andere partij die al heeft. Elke partij zorgt er trouwens voor dat de registers van dienstverrichters – als die consulteerbaar zijn – ook door de diensten van de andere partijen onder dezelfde voorwaarden geraadpleegd kunnen worden.

Toegang KBO

De Kruispuntbank van ondernemingen (KBO) wordt aangeduid als referentiedatabank voor de uitvoering van de dienstenrichtlijn. De FOD Economie stelt de KBO ter beschikking van de andere partijen. Via de KBO-webinterface, via het gebruik van de KBO-webservices of via KBO wijzigextracten. Partijen kunnen op een geautomatiseerde wijze ook toegang krijgen tot de gegevens in de KBO. Het gaat dan om gegevens die voldoen aan criteria die op voorhand geselecteerd zijn.

Lokale en provinciale besturen krijgen ook toegang tot de KBO.

De KBO zal ook ter beschikking zijn van andere Belgische overheidsdiensten. Op die manier kunnen zij overbodige inschrijvings- of registratieverplichtingen afschaffen en toch nog de informatie terugvinden.

Identificatie dienstverlener

Alle besturen en diensten van de federale overheid, de gemeenschappen en gewesten mogen een dienstverrichter zonder ondernemingsnummer identificeren in de KBO bij zijn eerste formele aanvraag van een vergunning, erkenning of toelating. Ook de lokale en provinciale overheden kunnen dat doen.

Partijen kunnen – in overleg met de KBO – overeenkomen om de identificatie van een nieuwe onderneming toe te vertrouwen aan één of meer instanties.

Registratiemodule

De dienstverrichter – en ook de ondernemingsloketten en de diensten van de betrokken overheden – kunnen toegang krijgen tot de status van de vergunnings-, toelatings- of erkenningsaanvragen. Dit via een speciale module die verbonden is met de KBO. De ondernemingsloketten en alle diensten van de betrokken partijen moeten alle aanvragen, de status ervan en de finale beslissing in de module invoeren.

Samenwerking via IMI-systeem

De administratieve samenwerking tussen de lidstaten bij het toezicht op de dienstverrichters en hun diensten gebeurt via het systeem voor informatie-uitwisseling, het IMI-systeem.

Het samenwerkingsakkoord legt vast hoe dat precies in zijn werk gaat.

Centraal overlegorgaan ‘Dienstenrichtlijn’

Er wordt een centraal overlegorgaan ‘Dienstenrichtlijn’ gecreëerd. Dat ziet toe op de correcte uitvoering van het samenwerkingsakkoord en kan aanpassingsvoorstellen doen. Met geschillen over de interpretatie of de uitvoering van het akkoord kan men er ook terecht.

In het orgaan zitten leden van de verschillende contracterende partijen, waaronder vertegenwoordigers van de ministers bevoegd voor Economie, KMO’s en Zelfstandigen. Elke partij heeft één stem.

Inwerkingtreding

De federale instemmingswet en het instemmingsdecreet van de Franse Gemeenschapscommissie treden in werking op 2 maart 2015.

Volgens de tekst van het samenwerkingsakkoord treedt het akkoord in werking na goedkeuring door al de betrokken regeringen en ondertekening door de partijen. Aangezien het akkoord op 17 juli 2013 ondertekend werd door de toenmalige vertegenwoordigers van de federale en deelstaatregeringen gaan wij ervan uit dat het akkoord ook op die datum in werking is getreden.

Bron:Wet van 27 mei 2014 houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 17 juli 2013 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreffende de implementatie van de Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende de diensten op de interne markt, BS 20 februari 2015Bron:Decreet van 24 april 2014 houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 17 juli 2013 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreffende de implementatie van de Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende de diensten op de interne markt, BS 20 februari 2015Bron:Samenwerkingsakkoord van 17 juli 2013 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest, het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreffende de implementatie van de Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende de diensten op de interne markt, BS 26 november 2013

Ilse Vogelaere

Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest, het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreffende de implementatie van de Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende de diensten op de interne markt

Afkondigingsdatum : 17/07/2013
Publicatiedatum : 26/11/2013

Gepubliceerd op 24-02-2015

  133