Ook elektronische kennisgeving in milieudossiers (art. 29-49 Verzameldecreet Milieu)

Het ‘decreet van 28 februari 2014 houdende diverse bepalingen inzake leefmilieu en natuur’ voert een heleboel correcties door in de Vlaamse Milieucodex DABM. Wij lichten er de 3 belangrijkste uit. Zo wijzigt het decreet de termijnen waarop een beslissing, kennisgeving of aanvraag ingaat na een betekening of afgifte tegen ontvangstbewijs. Het decreet schrapt de verplichting om een adres in België te hebben. En het verduidelijkt welke bekendmakingsregels van toepassing zijn wanneer er tegelijkertijd een openbaar onderzoek georganiseerd moet worden op basis van 2 of meer decreten of besluiten.

Start van de termijn

Vanaf nu vangt een termijn aan op de derde werkdag na de dag van verzending in geval van een betekening. Tot nu was dat op de dag na de datum van poststempel. Deze aanpassing komt er op vraag van het Grondwettelijk Hof. Het Hof oordeelde al meermaals dat een beroeps- of bezwaartermijn geen aanvang kan nemen op de datum van verzending, omdat de geadresseerde op dat ogenblik nog geen kennis kan hebben van de inhoud van de beslissing.

Bij een afgifte tegen ontvangstbewijs begint de termijn nog steeds te lopen op de dag (niet: werkdag) na de datum van het ontvangstbewijs (art. 4.1.2 DABM).

Ook per mail

Het Verzameldecreet Milieu maakt het mogelijk om verschillende procedurestappen op elektronische wijze te laten verlopen. Vandaar dat:

  • een ‘betekening’ vanaf nu is: het verzenden bij ter post aangetekende brief of per elektronische post.
  • een ‘ontvangstbewijs’ is: de schriftelijke of elektronische bevestiging van ontvangst van een zending.

Het decreet voert bovendien een omschrijving in van het begrip ‘afschrift’. Dat is: de op schriftelijke óf elektronische wijze ter beschikking gestelde informatie.

Niet noodzakelijk in België

De ‘initiatiefnemer’ – dat is de persoon die een kennisgeving, een aanmelding, een verzoek tot vrijstelling of een verzoek tot ontheffing richt aan de milieuadministratie –, moest tot nu een adres in België opgeven. Alle betekeningen en mededelingen werden op dát adres bezorgd (geschrapt art. 4.1.3 DABM).

Een dergelijke bepaling heeft uiteraard geen zin in geval van elektronische communicatie. Die verplichting wordt dan ook geschrapt.

Voorrang voor andere wetgeving bij openbaar onderzoek

Het DABM beschrijft hoe het openbaar onderzoek over de inhoudsafbakening van een plan-MER moet verlopen. Het decreet zegt ook dat als er een openbaar onderzoek georganiseerd moet worden op basis van andere wetgeving, de raadpleging moet worden afgestemd. Het was echter niet duidelijk in welke richting de afstemming moest plaatsvinden. Welke raadplegingsregels primeerden: die van het plan-MER? Of die van de andere wetgeving?

Het Verzameldecreet Milieu is nu formeel: als er op basis van andere toepasselijke wetgeving een openbaar onderzoek moet plaatsvinden, dan gelden de procedureregels van de ándere wetgeving en niet die van voor de inhoudsafbakening van het plan-MER(art. 4.2.11, §1, eerste lid DABM).

In werking

De aanpassingen die hier vermeld worden, hebben uitwerking vanaf 4 april 2014, maar enkele andere, kleinere correcties gaan wat vroeger in.

Bron:Decreet van 28 februari 2014 houdende diverse bepalingen inzake leefmilieu en natuur, BS 25 maart 2014 (art. 29-49 en 86 van het Verzameldecreet Milieu).

Carine Govaert

Decreet houdende diverse bepalingen inzake leefmilieu en natuur

Afkondigingsdatum : 28/02/2014
Publicatiedatum : 25/03/2014

Gepubliceerd op 02-04-2014

  47