Ontslagcompensatievergoeding voor arbeiders die bedienden worden (art. 11, 12 en 20 werkgelegenheidswet)

Werknemers die vóór 1 januari 2014 arbeider waren maar na 31 december 2013 bediende zijn geworden, kunnen voortaan een ontslagcompensatievergoeding krijgen.

De ‘anomalie’ in de regels wordt weggewerkt met ingang van 27 april 2015. De nieuwe regeling is van toepassing op alle ontslagen die gegeven zijn vanaf die datum. Dat is logisch want de ontslagcompensatievergoeding is gekoppeld aan het ontslag.

De vergoeding compenseert het ‘historisch nadeel’ dat arbeiders die aangeworven zijn vóór 1 januari 2014 ondergaan wanneer ze worden ontslagen met een opzeggingstermijn of een opzeggingsvergoeding. Hun opzeggingstermijn of opzeggingsvergoeding was vóór 1 januari 2014 immers veel korter dan die voor bedienden.

4 voorwaarden

Arbeiders die eind 2013 in dienst waren en die vanaf 1 januari 2014 ontslagen worden, kunnen onder bepaalde voorwaarden aanspraak maken op een ontslagcompensatievergoeding. Die komt bovenop de opzeggingstermijn of de opzeggingsvergoeding die de werkgever verschuldigd is. Er zijn een paar uitsluitingen.

De regeling wordt geleidelijk ingevoerd en hangt samen met de uitdoving van de bestaande ontslaguitkering.

Er zijn 4 voorwaarden die gelijktijdig vervuld moeten zijn:

  • de begindatum van de ononderbroken arbeidsovereenkomst is gelegen vóór 1 januari 2014;
  • de arbeidsovereenkomst is op 31 december 2013 - die datum is nieuw - een arbeidsovereenkomst voor werklieden (of een arbeidsovereenkomst voor dienstboden of een arbeidsovereenkomst dienstencheques);
  • de anciënniteitsvoorwaarde (cascade, parallel met de afschaffing van de ontslaguitkering). Op 1 januari 2015 bedraagt de anciënniteit in de onderneming bijvoorbeeld minstens 15 jaar;
  • de werknemer wordt ontslagen na 31 december 2013.

Vastklikken op 1 januari 2014

De ontslagcompensatievergoeding compenseert het verschil tussen:

  • de opzeggingstermijn of de overeenstemmende opzeggingsvergoeding die de werkgever moet toekennen; en
  • de opzeggingstermijn of de overeenstemmende opzeggingsvergoeding die de werkgever zou toegekend hebben als de totale anciënniteit van de werknemer volledig verworven was na 31 december 2013.

Men vergelijkt dus het resultaat van de berekening van de opzeggingstermijn volgens de regels die gelden sinds 1 januari 2014 enerzijds en volgens het ‘kliksysteem’ anderzijds. Het vastklikken is gebeurd op 1 januari 2014: het eerste deel van de opzeggingstermijn wordt berekend volgens de regels die van kracht waren tot 31 december 2013, de rest op basis van de nieuwe regels die van kracht zijn sinds 1 januari 2014.

De RVA past het verschil bij via de ontslagcompensatievergoeding. Want de opzeggingstermijn op basis van het ‘kliksysteem’ blijkt minder gunstig te zijn dan de ‘nieuwe opzeggingstermijn’ voor werknemers die in dienst treden vanaf 1 januari 2014. Het nadeel voor arbeiders die vóór 1 januari 2014 in dienst getreden zijn, kan aanzienlijk zijn voor eenzelfde anciënniteit.

Bron:Wet van 23 april 2015 tot verbetering van de werkgelegenheid (art. 11, 12 en 20 werkgelegenheidswet), BS 27 april 2015
Zie ook: Besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, BS 30 december 1944 (art. 7, § 1 sexies, lid 1 van de besluitwet)

Steven Bellemans

Wet tot verbetering van de werkgelegenheid

Afkondigingsdatum : 23/04/2015
Publicatiedatum : 27/04/2015

Gepubliceerd op 30-04-2015

  167