Ongehoorzame artsen harder aangepakt (art. 2–8 Gezondheidswet)

Wet houdende diverse bepalingen inzake gezondheid

De sancties tegen artsen die zich niet aan de regels houden, worden uitgebreid. Voortaan worden artsen die tijdens een beroepsverbod terugbetaalde geneeskundige verstrekkingen voorschrijven ook aangepakt. En artsen die misbruik maken van de derdebetalersregeling, kunnen een verbod krijgen om die regeling nog toe te passen.

Verbod op toepassing derdebetalerregeling

Artsen die misbruik maken van de derdebetalersregeling, kunnen hiervoor een administratieve geldboete krijgen. De Kamer van eerste aanleg van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle binnen het Riziv (DGEC), kan hen, als bijkomende sanctie, voortaan ook verbieden om de derdebetalersregeling nog toe te passen. En dit voor minimum vijf dagen en maximum twee jaar. Dit verbod is alleen mogelijk in dossiers die rechtstreeks bij de Kamer van eerste aanleg zijn aanhangig gemaakt via een verzoekschrift van de DGEC. Dus niet bij dossiers die zij beoordeelt in graad van beroep.

Ook de Kamer van beroep – bij een hoger beroep tegen de beslissing van de Kamer van eerste aanleg – kan dit verbod op vraag van de DGEC opleggen.

Voorschrijven bij beroepsverbod

Wanneer een arts zijn beroep – tijdelijk of definitief – niet mag uitoefenen, bijvoorbeeld omdat hij geschorst is door de Orde of omdat zijn visum is ingetrokken, mag hij ook geen terugbetaalde geneeskundige verstrekkingen voorschrijven. Hij mag dus geen voorschriften voor bijvoorbeeld apothekers of kinesisten opstellen. Tot nu werd enkel het aanrekenen van terugbetaalde verstrekkingen bij een beroepsverbod bestraft.
Schrijft hij toch terugbetaalde verstrekkingen voor, dan kan hij dezelfde sancties oplopen als voor het aanrekenen van niet-conforme prestatie: terugbetaling en/of een administratieve geldboete.

Schorsing uitbetaling derdebetalersregeling

De leidend ambtenaar van de DGEC kan – bij ernstige, nauwkeurige en met elkaar overeenstemmende aanwijzingen van bedrog – de uitbetalingen door de ziekenfondsen bij de derdebetalersregeling laten schorsen. De zorgverlener die niet akkoord gaat met deze beslissing, kan hiertegen in beroep gaan. Niet meer bij de arbeidsrechtbank, wel bij de Kamer van eerste aanleg van de DGEC.

De leidend ambtenaar bepaalt zelf de duurtijd van de schorsing, met een maximum van 12 maanden. Als binnen die 12 maanden een pv van vaststelling is opgesteld, kunnen de ziekenfondsen de prestaties met prestatiedatum tijdens de schorsingsperiode niet uitbetalen, en dit tot er een definitieve beslissing over de grond van het dossier is.

Inwerkingtreding

De artikelen 2 tot 8 van de gezondheidswet treden in werking op 26 november 2018.

Bron: Wet van 30 oktober 2018 houdende diverse bepalingen inzake gezondheid, BS 16 november 2018 (art. 2–8 Gezondheidswet)
Zie ook:
GVU-wet (art. 73bis, 77sexies, 142, 143 en 144)
  70