Onderscheid tussen ontvoogde en niet-ontvoogde gemeenten valt weg (Omgevingsvergunningsdecreet)

Aangezien het Omgevingsvergunningsdecreet alle bepalingen bundelt over het aanvragen en toekennen van wat nu nog een stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsvergunning of stedenbouwkundige melding heet, heeft dat Omgevingsvergunningsdecreet uiteraard ook een grote impact op de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO). Heel wat bepalingen worden versluisd naar het nieuwe decreet. Maar er worden ook enkele opmerkelijke wijzigingen aan de VCRO ingevoerd, zoals het schrappen van de ontvoogdingsregels voor de Vlaamse steden en gemeenten.

Vergunningsplicht

Wanneer een vergunningsaanvraag uitsluitend betrekking heeft op stedenbouwkundige handelingen, is er in het vervolg sprake van een “omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen” of een “omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden”. Heeft de vergunningsaanvraag uitsluitend betrekking op milieuaspecten, dan spreken we van een “omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit”. Heeft de vergunningsaanvraag zowel betrekking op ruimtelijkeordenings- als op milieuaspecten, dan hebben we het over een “gemengde omgevingsvergunning” of kortweg “omgevingsvergunning”.

Net als nu, kan de Vlaamse regering de gevallen bepalen waarin de vergunningsplicht voor stedenbouwkundige handelingen vervangen wordt door een verplichte melding van de handelingen. De meldingsplicht heeft betrekking op situaties waarin de beoordelingsmarge van het bestuur minimaal is:

  • ofwel vanwege het eenvoudige en gangbare karakter van de handelingen in kwestie;
  • ofwel vanwege de onderworpenheid van de handelingen aan nauwkeurige stedenbouwkundige voorschriften, verkavelingsvoorschriften of integrale ruimtelijke voorwaarden.

De Vlaamse regering kan handelingen die vrijgesteld zijn van vergunningsplicht toch nog aan een melding onderwerpen. In ruimtelijk kwetsbare gebieden geldt echter altijd een vergunningsplicht, nooit een meldingsplicht.

Geen provinciale of gemeentelijke RO-ambtenaren meer

Het Omgevingsvergunningsdecreet schrapt de provinciale en gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaren uit de VCRO. Tot nu moest elke gemeente minstens één gemeentelijke stedenbouwkundig ambtenaar hebben. Maar die moet in het Omgevingsvergunningsdecreet plaats maken voor de gemeentelijke omgevingsambtenaar, die op de hoogte moet zijn van het ruimtelijkeordeningsrecht én het milieurecht.

Met dit verschil, dat de gemeente haar nieuwe omgevingsambtenaar niet alleen binnen haar eigen personeel of binnen een intergemeentelijk samenwerkingsverband mag zoeken, maar ook binnen een intercommunale. Als de gemeente niet minstens één gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft aangewezen, oefent de gemeentesecretaris de taken van de gemeentelijke omgevingsambtenaar uit, of wijst hij een waarnemende gemeentelijke omgevingsambtenaar aan die de taken van de gemeentelijke omgevingsambtenaar zal uitoefenen.

Beperkte impact van een ruimtelijk structuurplan

Het Omgevingsvergunningsdecreet specificeert dat ruimtelijke structuurplannen geen beoordelingsgrond kunnen vormen voor het al of niet toekennen ven een omgevingsvergunning, zoals ze momenteel ook al niet meetellen voor het al of niet toekennen van een stedenbouwkundige of verkavelingsvergunning.

Ruimtelijke structuurplannen kunnen echter wel een impact hebben op de duur van de vergunning. Immers, een omgevingsvergunning wordt toegekend voor onbepaalde duur, maar de vergunningverlenende overheid mag rekening houden met de lokaliseerbare gebiedsspecifieke ontwikkelingsperspectieven die zijn opgenomen in een ruimtelijk structuurplan dat definitief werd vastgesteld vóór de datum van indiening van de aanvraag voor een omgevingsvergunning. En zij mag in dat geval een omgevingsvergunning van bepaalde duur toekennen.

Een ruimtelijk structuurplan is een beleidsdocument dat het kader aangeeft voor de gewenste ruimtelijke structuur. Het geeft een langetermijnvisie op de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied in kwestie en is dus heel wat minder concreet dan een ruimtelijk uitvoeringsplan.

Gunstig of ongunstig advies

Een omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit kan gunstig geadviseerd en vergund worden, in afwijking van de bepalingen van een stedenbouwkundig voorschrift:

  • als de goede ruimtelijke ordening niet wordt geschaad. Dat betekent in hoofdzaak dat de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet wordt overschreden, en dat de verweving van functies, de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengt of verstoort; en
  • als de inrichting of activiteit stedenbouwkundig vergunbaar is in afwijking van de bepalingen van een stedenbouwkundig voorschrift of – bij een bestaande inrichting of activiteit – als die hoofdzakelijk vergund is.
De Vlaamse regering kan de categorieën van bedrijven aanwijzen die door hun aard of omvang nooit in aanmerking komen voor deze afwijking. Zij kan ook gebieden aanwijzen waarbinnen deze afwijking niet kan worden toegepast.

Als de goede ruimtelijke ordening toch wordt geschaad, kan de vergunningverlenende overheid een termijn toestaan om het bedrijf te herlokaliseren. Die termijn bedraagt ten hoogste 7 jaar.

Een omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit kan ongunstig geadviseerd en geweigerd worden als de aanvraag onverenigbaar is met een voorlopig vastgesteld ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan of van bijzonder plan van aanleg. Deze weigeringsgrond vervalt wanneer het plan geen bindende kracht heeft gekregen binnen de termijn waarbinnen het definitief kan worden vastgesteld.

In beroep bij de RvvB

De Raad voor Verguningsbetwistingen doet als administratief rechtscollege uitspraak over beroepen tot vernietiging van:

  • vergunningsbeslissingen of aktenames van meldingen, dus zowel over uitdrukkelijke als stilzwijgende bestuurlijke beslissingen, genomen in laatste administratieve aanleg, inzake het afgeven of weigeren van een omgevingsvergunning of meldingsakte;
  • valideringsbeslissingen. Dat zijn bestuurlijke beslissingen houdende de validering of de weigering tot validering van een as-builtattest; en
  • registratiebeslissingen. Dat zijn bestuurlijke beslissingen waarbij een constructie als ‘vergund geacht’ wordt opgenomen in het vergunningenregister of waarbij een dergelijke opname wordt geweigerd.

Ontvoogd / niet-ontvoogd

Vlaamse steden en gemeenten die beschikken over een goedgekeurd ruimtelijk structuurplan, die een gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar hebben aangesteld, en die een conform verklaard plannenregister, een vastgesteld vergunningenregister en een register van onbebouwde percelen hebben, worden beschouwd als ontvoogde gemeenten. Na publicatie van hun ontvoogdingsbesluit in het Belgisch Staatsblad, kunnen zij zelfstandig stedenbouwkundige vergunningen afleveren, in principe zonder tussenkomst van een gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar.

Maar het Omgevingsvergunningsdecreet maakt geen onderscheid meer tussen de vergunningsprocedure in stedenbouwkundig ontvoogde gemeenten, en die in de stedenbouwkundige niet-ontvoogde gemeenten. Het decreet kent alleen nog een gewone en een verkorte procedure, en dat onderscheid heeft niets temaken met het al of niet stedenbouwkundig ontvoogd zijn. De bepalingen over de ontvoogding worden dan ook uit de VCRO geschrapt.

De gemeenten moeten wél nog over een structuurplan, een plannenregister, een vergunningenregister, en een register van onbebouwde percelen beschikken. De stedenbouwkundig ambtenaar moet een gemeentelijke omgevingsambtenaar worden.

In werking?

Het is nog niet bekend wanneer het nieuwe Omgevingsvergunningsdecreet, en deze wijzigingen aan de VCRO in werking zullen treden. Dat zal nog worden bepaald door de Vlaamse regering.

Bron:Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, BS 23 oktober 2014 (art. 283 e.v. Omgevingsvergunningsdecreet).

Carine Govaert

Decreet betreffende de omgevingsvergunning

Afkondigingsdatum : 25/04/2014
Publicatiedatum : 23/10/2014

Gepubliceerd op 30-10-2014

  1389